Aandelen; Laag rendement voor de trouwe beleggers

De afgelopen 25 jaar heeft het aandeel Philips niemand echt rijk gemaakt. Met de komst van president Boonstra lijkt het tij te keren.

DE VERGADERINGEN van de aandeelhouders van Philips hebben vele jaren tot de gezelligste uitstapjes van het jaar behoord. Heel wat trouwe kapitaalverschaffers beschouwden de bijeenkomsten in het Philips Ontspanningscentrum (en later in het Eindhovense Beursgebouw) als een reünie voor voormalige Philips-medewerkers. Dankzij de aandelen zag

je je oud-collega's nog eens.

Behalve een kopje koffie en een uitgebreide toespraak van de president kon de aandeelhouder op een gratis langspeelplaat en later op een cd'tje

rekenen. Het traditionele cadeau heeft zonder twijfel een rol gespeeld bij de grote opkomst bij de aandeelhoudersvergadering. Er kwamen geregeld meer dan 2.500 mensen van wie een groot deel het eind van de vergadering overigens niet meemaakte. Voor het cadeautje was dat niet nodig.

Sinds de cd voor de aandeelhouder in de bezuinigingsoperatie Centurion in 1991 sneuvelde, is de opkomst achteruitgehold. Dat werd nog erger toen de aandeelhoudersvergadering vorig jaar voor het eerst in de Amsterdamse RAI werd gehouden en op die manier van alle Brabantse gezelligheid werd ontdaan. Voor menig Eindhovenaar werd de rit te lang. Slechts 1.100 bezoekers bleken bereid president Boonstra in de hoofdstad

aan te horen. Overigens nog altijd een opkomst waarop menig concern trots zou zijn.

Dat Philips vele jaren de hoogste opkomst heeft gehaald, staat in elk geval los van het rendement dat de aandelen opleverden. Geen langetermijnbelegger zal rijk zijn geworden van Philips. Of het moet die

belegger zijn geweest die president Cor van der Klugt noemde in zijn rede in 1987 toen het aandeel 75 jaar aan de Amsterdamse effectenbeurs was genoteerd. Wanneer vanaf 1912 1.000 gulden in het bedrijf van Gerard

en Anton Philips was gestoken, zo rekende de toenmalige president voor, zou die investering in 1987 212.000 gulden waard zijn geweest. Geen wonder dat in 1912 de vraag naar aandelen veel groter was dan het aanbod. De inschrijving voor de eerste emissie (van in totaal 2,25 miljoen gulden) werd maar liefst 25 keer overtekend.

Van der Klugt was wel zo sportief te melden dat hij voor de berekening veiligheidshalve de beurskoers van vóór de crash van 1987 had genomen. Als de toenmalige president de koers van december 1987 zou hebben genomen, toen hij de toespraak op de effectenbeurs hield, had de investering van 1.000 gulden 90.000 gulden minder opgeleverd: de koers van het Philips-aandeel fluctueerde in dat jaar van 25 tot 56 gulden.

Wie 25 jaar geleden een aandeel heeft gekocht, kijkt vandaag de dag heel

wat minder tevreden terug op deze investering in het bedrijf. Het aandeel is er sinds 1973, toen de koers zo'n 35 gulden noteerde, maar net in geslaagd de inflatie te verslaan. Ten opzichte van de beursindex is het beeld over de afgelopen 25 jaar nog minder zonnig. Wie in 1973 100 gulden in Philips-aandelen heeft gestoken, heeft zijn investering 380 gulden waard zien worden. Wie 100 gulden in een bedrijf heeft gestoken dat gelijk aan het beursgemiddelde (de index) had gepresteerd, zou nu bijna 1.000 gulden in handen hebben. Dat is nog eens shareholders

value.

Ook de dividenden maken dit magere optreden van Philips niet goed, want de betalingen aan de aandeelhouder zijn de laatste jaren gering. Sinds 1989 is niet meer dan 6,95 gulden per aandeel aan dividend uitgekeerd. De aandeelhouder hoefde tussen 1990 en 1992 zelfs helemaal niet op een winstuitkering te rekenen.

Door naar de RAI te verhuizen heeft Boonstra de aandeelhouder weliswaar van de Brabantse gezelligheid op de aandeelhoudersvergadering beroofd, maar de huidige Philips-president heeft als geen ander de koers weten op

te stuwen. Toen hij in oktober 1996 de taak van Jan Timmer overnam, noteerde het aandeel rond de 60 gulden. Nu is 'de flip' 2,5 keer zoveel waard en heeft het aandeel de beursindex, die sinds die tijd met 66 procent is gestegen, duidelijk achter zich gelaten.

Oktober vorig jaar behaalde het aandeel een hoogtepunt met een koers van

178,80. Met een verwachte winst over het afgelopen jaar van 8,40 per aandeel, blijken de beleggers bereid te zijn om twintig keer de winst per aandeel te betalen. Voor Philips een hoogtepunt, maar deze koers-winstverhouding van 20 is voor de 25 grootste Amsterdamse beursfondsen precies het gemiddelde. De koers-winstverhouding geeft aan hoeveel maal beleggers bereid zijn de winst te betalen.

Jan Timmer heeft zich nooit zo expliciet als Boonstra uitgelaten over het aandeel Philips. Eén keer, in 1995 op een koers van 75 gulden, heeft Timmer zijn verbazing geuit over de lage koers: het concern was immers gered en de vooruitzichten waren zeker niet slecht. Hij werd 'beloond' met een flinke daling. “Over de koers zal ik nooit meer praten”, zei hij daarna met de nodige zelfspot. “Daar heb ik blijkbaar geen verstand van.” En hij hield woord.

In het begin van de jaren negentig - toen het concern op acute financiële problemen stuitte - beleefde het Philipsaandeel een dieptepunt. Door het geringe vertrouwen van de belegger kon het elektronicaconcern nauwelijks een beroep doen op de kapitaalmarkt. De laatste keer dat Philips tot een emissie besloot, was in 1987 toen circa

1 miljard werd binnengehaald.

Het aandeel was eind 1992 op zijn dieptepunt 16,90 gulden waard, waardoor het concern voor slechts 5 miljard gulden in de etalage lag. Gelukkig voor Philips was het in 1989 mogelijk gemaakt bij een dreigende

vijandige overname preferente aandelen uit te geven, waardoor een andere

partij nooit de meerderheid zou kunnen verwerven.

Mogelijk heeft deze beschermingswal Philips voor een overname behoed, want het concern was spotgoedkoop. Platenmaatschappij Polygram, die toen

nog voor zo'n 80 procent in handen was van Philips, had in 1992 zelfs een hogere marktwaarde dan het moederconcern. Analisten konden in die tijd dan ook maar één ding concluderen: de waarde van Philips zelf is negatief. Dat Philips toen bijvoorbeeld over 100 procent

van de aandelen van de huidige beurslieveling ASM Lithography beschikte (huidige beurswaarde 10 miljard gulden) werd eerder als een probleem dan

als een potentiële goudmijn gezien.

Ondanks de flinke koersstijging van het laatste jaar is het aandeel Philips over de afgelopen 25 jaar geen goede investering te noemen. Dat het aandeel sinds 1969 niet meer is gesplitst, tekent de magere prestatie op de effectenbeurs. Beursfondsen besluiten vaak tot een splitsing (waarbij de nominale waarde van het aandeel wordt teruggebracht) wanneer de beurskoers te hoog is geworden en het aandeel daardoor niet gemakkelijk meer kan worden verhandeld. Aanvankelijk had het aandeel een nominale waarde van 1.000 gulden, maar sinds 1969 bedraagt zij 10 gulden.

De recente koersstijging heeft Philips niet aan de Nederlandse belegger te danken, want die heeft Eindhoven links laten liggen. In 1990 was nog de helft van de Philips-aandelen in handen van Nederlanders, maar inmiddels is dat aandeel gedaald tot minder dan een kwart. De Amerikaan heeft blijkbaar meer vertrouwen in het elektronicaconcern, want inmiddels bevindt 42 procent van de aandelen zich overzee, tegen nauwelijks 10 procent zeven jaar geleden. Het belang van Duitse aandeelhouders is juist weer dramatisch teruggelopen. In 1990 was 15 procent van Philips in Duitse handen, tegen minder dan 3 procent eind vorig jaar. Tegelijk is de aanwezigheid van het Eindhovense concern in Duitsland sterk teruggebracht: in de afgelopen jaren zijn de banden met de communicatiedochter PKI, de computerdivisie, Car Stereo (autoradio's)

en het elektronicabedrijf Grundig doorgesneden.

De toestroom van Amerikaans kapitaal in de richting van Eindhoven heeft er niet voor gezorgd dat Philips het tempo van het 'weduwen- en wezenfonds' Shell kon bijhouden. Ondanks het hogere risico van het elektronicaconcern, zoals bleek ten tijde van de Centurion-operatie, zijn de 'Olies' vier keer meer in waarde gestegen. Philips moet ook zijn

meerdere erkennen in concurrent Sony. Sinds 1973 heeft het aandeel van het Japanse concern ruim 60 procent beter gepresteerd. Maar daar zijn aandeelhoudersvergaderingen in de afgelopen 25 jaar lang niet zo gezellig geweest als in het Philips Ontspanningscentrum.