Zuid-Afrika wil rasquota invoeren voor personeel

KAAPSTAD/JOHANNESBURG, 11 FEBR. Vier jaar na de afschaffing van de apartheid keert indeling op basis van ras terug in Zuid-Afrika. De Wet op Gelijke Indienstneming, die het parlement binnenkort behandelt en vrijwel zeker zal aannemen, verplicht bedrijven tot raciale registratie van hun personeel.

Werkgevers moeten er voor zorgen dat hun personeelsbestand een demografische afspiegeling vormt, zo niet dan volgen hoge boetes. De maatregel is de regering-Mandela op zware kritiek komen te staan. “We dachten dat dit soort zaken met de ondergang van apartheid achter de rug was”, zo reageert een medewerker van het Instituut voor Rassenrelaties. De oppositionele Democratische Partij noemt de wet “kafkaësk” en “het einde van de regenboognatie”.

Zuid-Afrika kampt als gevolg van meer dan veertig jaar apartheid met een grote maatschappelijke achterstand van met name het zwarte bevolkingsdeel, dat driekwart van de Zuid-Afrikaanse populatie vormt.

De vraag is of een verleden van rassendiscriminatie mag worden bestreden met rassenvoorkeur, want daar komt de nieuwe wet, het meest uitgebreide plan voor positieve actie, in feite op neer. De wet stelt geen quota in, maar spreekt over “cijfermatige doelen” voor zwarten, vrouwen en gehandicapten. Ondernemers, werknemers en vakbonden moeten onderling bepalen wat “gelijke werkgelegenheid” betekent. Maar de macht ligt op de werkvloer: werknemers kunnen met de wet in de hand eisen dat binnen één tot vijf jaar gemiddeld 75 procent van de banen aan zwarten wordt toegewezen. Het streefpercentage varieert van provincie tot provincie, afhankelijk van de lokale bevolkingssamenstelling.

Bedrijven met meer dan 49 werknemers die in gebreke blijven betalen een boete van 500.000 rand (200.000 gulden), oplopend tot 900.000 rand na vijf jaar. Om naleving van de wet te controleren, zal het ministerie van Arbeid inspecteurs op pad sturen die in geheime missies de raciale samenstelling van bedrijven onderzoeken. President Nelson Mandela verdedigde afgelopen vrijdag bij de opening van het parlementaire jaar de positieve actie en zei: “Er bestaat geen andere weg om ván rassendiscriminatie náár echte gelijkheid te geraken.” Hij voegde er aan toe dat naar “sirenes van zelfbelang” niet zal worden geluisterd.

“Het is een veeg teken wanneer een regering haar burgers verschillend behandelt op grond van ras. Dit was juist de essentie van de strijd tegen apartheid. Dat antiracistische principe mag nu niet zomaar overboord worden gegooid”, zegt Anthea Jefferey van het onafhankelijke Instituut voor Rassenrelaties in Johannesburg. “Het meest fundamentele bezwaar tegen de positieve actie zoals voorgesteld door de wet is dat het kleurenblinde idee wordt verraden, de vitale gedachte dat alle mensen, onafhankelijk van hun huidskleur, voor de wet gelijk zijn.”

Pagina 4: Oppositie Z-Afrika vreest 'dood van Regenboognatie'

Jefferey vreest raciale spanningen mogelijk uitmondend in racisme als de wet strikt wordt toegepast. Het 'Rasseninstituut' is, zo zegt Jefferey, gekant tegen elke vorm van raciale indeling, maar is niet tegen positieve actie. “Mensen die in het verleden zijn achtergesteld moeten opleidingen en trainingen krijgen zodat ze de posities kunnen innemen die ze verdienen. Maar we moeten niet de fouten uit het verleden herhalen.”

Uit politieke hoek komt de kritiek op de regeringsplannen met name van de kleine Democratische Partij, een groepering die onder leiding van Helen Suzman onder de apartheid de enige oppositiestem vormde. De DP publiceerde dit weekeinde een rapport onder de titel 'Dood van een Regenboognatie', waarin de vloer wordt aangeveegd met de “raciale demagogie” van Mandela. De DP constateert dat de wet eerst “gelijke kansen voor iedereen” wenst te scheppen door “oneerlijke discriminatie” uit te bannen, maar vervolgens met één uitzondering komt: “Discriminatie in het kader van positieve actie is geoorloofd.”

Het rapport wijst erop dat “niet individuele capaciteiten, maar zwarte raciale agitatie” ervoor moet zorgen dat de 'rassendoelen' op alle werkniveaus worden bereikt”. De DP zegt dat de wet “uiteraard” gepaard gaat met een uitgebreide bureaucratie, met alle gevaren voor corruptie en vriendjespolitiek vandien. Uitvoering zal volgens de DP leiden tot een “bijna kafkaesk rechtssysteem”, want de wet voorziet in een omgekeerde bewijslast, werkgevers moeten aantonen dat ze niet discrimineren. “Ondernemers moeten bewijzen dat ze niet discrimineren tegen de raciale meerderheid en dat ze wel discrimineren tegen minderheden.” Partijleider Tony Leon zegt dat de wet lijnrecht ingaat tegen Zuid-Afrika's niet-raciale reputatie van het post-apartheidstijdperk. “Dit is het einde van de regenboognatie.”

De oppositiepartij zegt verder dat het ANC zich blind staart op de cijfers en niet naar kwaliteit kijkt. Als voorbeeld wordt de ambtenarij genoemd. De minister van Openbare Diensten, Zola Skweyiya, kondigde onlangs vol trots aan dat het percentage zwarten in de openbare dienst sinds 1994 is gestegen van 6 naar 32 procent en op provinciaal niveau zelfs naar 66 procent. De DP meent dat voor het ANC niet de kwaliteit van de dienst voorop staat, maar de 'demografische representativiteit'. Volgend jaar moet het nationale percentage al zijn opgekrikt naar 50 procent. Blanke ambtenaren krijgen niet zomaar ontslag, maar incasseren doorgaans vette 'oprotpremies'. De kans dat blanke jongeren een baan bij de overheid krijgen, is nu vrijwel nul. De DP keert zich niet tegen positieve actie, maar tegen het tempo en de manier waarop. De partij redeneert dat Zuid-Afrika nu bezig is met kapitaalvernietiging. De goed opgeleide blanke jeugd heeft geen toekomst meer, behalve in de privésector, maar dan ook alleen als ze voor zichzelf begint; alle bedrijven moeten binnen afzienbare tijd immers voldoen aan het afspiegelingscriterium. Een nieuwe blanke emigratiegolf wordt niet uitgesloten.

Vuyo Kahla, juridisch adviseur van president Mandela, zegt, hoewel hij het niet heeft gelezen, dat het rapport van de Democratische Partij “waardeloos' is. “Ik hoef het niet te lezen, ik weet wel wat ze te zeggen hebben.” Kahla zegt dat de werkgelegenheid niet aan het marktmechanisme kan worden overgelaten. “Vergelijk het maar met 5.000 meter hardlopen. Als we allemaal gelijk van start zouden gaan, zou het geen probleem zijn. Maar sommigen in dit land hebben een voorsprong van 3.000 meter.” Mandela's raadsman zegt dat de positieve actie is bedoeld als inhaalrace. “Als we het niet doen, duurt het nog honderd jaar voordat de achtergestelde bevolkingsgroepen iets bereiken.” Kahla verdenkt 'blanke' partijen als de DP ervan dat achter hun kritiek nog een ander argument schuilt, namelijk de gedachte dat zwarten niet de kwaliteit hebben om banen van blanken over te nemen. “Maar ik zeg je, ik ben evengoed als blanke advocaten.”

Intussen wacht de regering behalve maatschappelijke tegenstand ook juridische problemen. De nieuwe grondwet van Zuid-Afrika, pas een jaar oud, verbiedt namelijk elke vorm van discriminatie op grond van ras, sekse, geloofsovertuiging enzovoort. De constitutie is niet voor niets alom geprezen als de 'meest democratische' ter wereld. Dit betekent dat blanke werknemers die kunnen aantonen dat ze om hun huidkleur zijn achtergesteld een rechtszaak kunnen aanspannen. Er bestaat bovendien een goede rechtsbescherming voor werknemers, ontslag moet worden gemotiveerd en huidkleur is geen reden. De afgelopen jaren zijn, met name in overheidsdiensten, wel al verscheidene blanken uit dienst getreden omwille van positieve actie, maar niet dan nadat ze vorstelijke afvloeiingsregelingen hadden bedongen. In bepaalde diensten werden blanken vervolgens voor veel geld weer ingehuurd als consultants, omdat hun vervangers over onvoldoende kennis beschikten.