Wethouder wil imago van leraar oppoetsen

De Rotterdamse wethouder Hans den Oudendammer (D66) stond vandaag voor de klas. Om aandacht te vragen voor het tekort aan leerkrachten. Het was geen verkiezingsstunt, meende hij.

ROTTERDAM, 11 FEBR. Zijn kantoor is even groot als dit lokaal. Zooo, fluiten de 22 leerlingen in groep zeven en acht. De agenda vol stukken, die hij in raadsvergaderingen bespreekt, is vuistdik. Zooo, roepen de leerlingen. Achterin zit Mehmet (10) al tien minuten met zijn hand omhoog, maar Hans den Oudendammer ziet het niet. Tijdens die vergaderingen, vertelt hij verder, behandelt de raad voorstellen en dan is er de rondvraag. Eindelijk, na een kwartier, mag Mehmet: “Kan iedereen een partij inrichten?”

De Rotterdamse wethouder H. den Oudendammer (D66) heeft vanochtend één van de twee zieke leraren op de openbare Jan Prins-basisschool vervangen. Hij wil hiermee aandacht vestigen op het tekort aan leraren die zieke leraren kunnen vervangen sinds het begin van de klassenverkleining. “De stedelijke vervangingspool is erg uitgedund doordat parttimers voor de klassenverkleining zijn ingezet. In deze periode met veel griep zorgt dat dus voor grote problemen”, aldus Den Oudendammer.

Rotterdamse basisscholen moesten net als in Den Haag en Amsterdam het afgelopen jaar regelmatig klassen naar huis sturen, omdat een leraar ziek is, “ook al lopen ze daar niet graag mee te koop”, zegt Den Oudendammer. Ook voegen ze klassen samen, als er geen vervanging is. “Dan heb je een gemengde klas van ruim veertig leerlingen, ga maar na.” Op deze achterstandsschool, die bijna twee keer zoveel leerkrachten heeft als de gemiddelde basisschool, “valt er altijd wel wat te schuiven met leraren”, zegt adjunct-directeur P. van Genderen. “Maar voor een witte school, met een gewone begroting en dus grote klassen, is dat heel moeilijk.”

Wat gaat u doen als u niet genoeg stemmen krijgt om in de gemeenteraad te komen?, vraagt een meisje aan Den Oudendammer. “Ik kom zeker in de raad, want ik sta als eerste op de lijst”, stelt hij haar gerust. Wilt u ook weer wethouder worden?, vraagt een ander. Ja, in principe wel.

Deze stunt heeft weinig te maken met de aankomende gemeenteraadsverkiezingen, zegt Den Oudendammer, maar met de studiekeuze die eindexamenleerlingen van de Havo en het VWO in deze periode maken. “Ik hoop dat zij kiezen voor het lerarenberoep, omdat er een nog groter tekort zal ontstaan, zodra de klassen verder worden verkleind.” Door de klassenverkleining zijn er landelijk over vier jaar 26.000 extra leraren nodig voor de laagste klassen op de basisschool. Bevoegde leraren, die nu bijvoorbeeld huisvrouw zijn, wil Den Oudendammer zo ook stimuleren om bij te springen op basisscholen. Hij wil zelfs dat vrijwilligers zich voor noodgevallen beschikbaar stellen. “Dat is wat onorthodox, maar soms moet dat.”

Het beroep van leraar - Den Oudendammer was zelf onderwijzer en directeur van een basisschool - is niet aantrekkelijk genoeg, vindt hij. “Op basisscholen komen eigenlijk alleen nog vrouwen werken, vooral omdat ze daar parttime kunnen werken. Maar voor hun kinderen is te weinig opvang. Scholen moeten dus crècheplaatsen inkopen, zodat deze moeders kùnnen werken.” Bovendien kan de salariëring van leraren beter, vindt Den Oudendammer. “Dan kan het onderwijs tenminste concurreren met het bedrijfsleven.”

Beide maatregelen kosten veel geld, erkent Den Oudendammer. Crècheplaatsen kosten de school geld - “geld dat ze niet hebben” - en voor een hoger salaris zou het ministerie van Onderwijs moeten opdraaien. Minister Ritzen en staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) geloven niet zozeer in een hoger salaris, maar in het imago van het lerarenberoep; ze voeren al een aantal maanden een publiciteitscampagne om het jongeren te interesseren voor het lerarenberoep. Of dat vruchten afwerpt, moet nog blijken.

Voor de volgens Netelenbos “tijdelijke” lerarentekorten op basisscholen moeten scholen zelf “creatief” naar oplossingen zoeken, meldde ze gisteren in de Tweede Kamer. Zo kunnen ze klassenassistenten en wachtgelders (leraren met een uitkering) voor de klas zetten. Volgens haar heeft het huidige lerarentekort weinig te maken met de door haar ingezette klassenverkleining op de basisschoool.

Wethouder Den Oudendammer vindt van wel. Sterker, volgens hem hadden de bewindslieden “wel onmiddellijk mogen kijken naar de materiële gevolgen van klassenverkleining, in plaats van mooi weer te spelen met de aankondiging en nu pas naar de effectuering te kijken.” Voor de bouw van de vele extra lokalen voor de verkleinde klassen, zijn de gemeenten sinds vorig jaar verantwoordelijk. “Ook daarvoor hebben we volstrekt onvoldoende geld”, aldus Den Oudendammer.