Washingtons 'Europa-minister' Grossman: 'Tijd van MladiEÉc en KaradEÉc komt nog'

De NAVO-ambassadeurs spraken gisteren voor het eerst over een langer verblijf van de vredesmacht in Bosnië. Over haar prestaties daar hoeft de internationale gemeenschap zich allerminst te schamen, meent de Amerikaanse 'Europa-minister' Mark Grossman.

DEN HAAG, 11 FEBR. Zodra de arrestatie van oorlogsmisdadigers in Bosnië ter sprake komt, helt Mark Grossman (47), de Amerikaanse onderminister voor Europese Zaken op het State Department, naar voren. Waarom is 's werelds enige supermacht Amerika niet in staat de twee Bosnisch-Servische hoofdverdachten van oorlogsmisdaden, ex-leider Radovan KaradEÉc en generaal Ratko MladiEÉc, aan te houden? “Wij hoeven ons met zijn allen in de internationale gemeenschap niet te schamen voor wat wij de afgelopen tijd in Bosnië hebben gedaan, zeker niet de laatste maanden”, zegt Grossman licht-verbeten, tijdens een gesprek op de Amerikaanse ambassade in Den Haag. “De mensen zouden er trots op moeten zijn. We hebben sinds een jaar geweldige vooruitgang geboekt op het civiele vlak: meer vluchtelingen zijn teruggekeerd, een aantal oorlogsmisdadigers is naar Den Haag gebracht, onlangs nog één.” Hij doelt op de Bosnische Serviër Goran JeliEÉc, die een paar weken geleden naar Den Haag werd overgebracht.

Grossman mist het intimiderende aplomb van zijn befaamde voorganger en vredesarchitect Richard Holbrooke, die Balkan-leiders soms verbaal met hun koppen tegen elkaar sloeg. Maar de carrièrediplomaat en oud-ambassadeur in Turkije deelt diens afschuw van wolligheid: liever geen antwoord dan een lang antwoord.

De hoofdverdachten van oorlogsmisdaden in Bosnië, op wie iedereen in Europa zich richt, blijven vrij rondlopen.

Grossman krijgt plotseling bijval van de eveneens aanzittende Amerikaanse ambassadeur in Den Haag, Terry Dornbush: “Dat is uw mening! Aanklaagster Arbour van het oorlogstribunaal zou het daarmee zeer oneens zijn. Zij kan u een lijst van veertien mensen geven, die zij even belangrijk vindt.”

Even belangrijk als KaradEÉc en MladiEÉc?

Dornbush: “Het publiek en de pers richten hun aandacht op die twee.”

Grossman: “Hun tijd komt nog.”

Dat zei uw Amerikaanse collega-onderminister John Schattuck anderhalf jaar geleden ook al tegen deze krant. Begrijpt u dat Europeanen zich afvragen of het rechtvaardig is dat deze twee mensen nog steeds vrij rondlopen?

“Het aantal oorlogsmisadigers dat nu in Den Haag zit, is groter dan een paar maanden geleden.”

Is er niet een universele politiek-laffe houding om hen aan te houden?

Fel: “Dat ben ik volledig met u oneens. Dat ben ik volledig met u oneens!”

Er is toch geen beweging op dit punt?

“Een paar weken geleden was er nog beweging.”

Opnieuw is toen een relatief onbelangrijke verdachte aangehouden.

“Als mensen die zijn aangeklaagd, eenmaal zijn gearresteerd en naar Den Haag gebracht, is het unfair om te zeggen: 'goed, maar niet goed genoeg, want dat was een onbelangrijk persoon.' Dit was een aangeklaagde oorlogsmisdadiger!”

En de hiërarchie van belangrijkheid dan?

Dornbush: “U heeft het over de hiërarchie, maar dat is nog niet de rechtszaal. Het tribunaal heeft tegen sommige oorlogsmisdadigers sterkere zaken dan tegen andere. De aanklaagster wil diegenen sneller vervolgen, tegen wie zij de sterkste zaken heeft. Voor haar is het net zo belangrijk als voor de pers om die twee mensen binnen te brengen. Wij hebben al een hoop topmannen binnengebracht, de Kroatische top-oorlogsmisdadiger [generaal Tihomir BlaiEÉc], en een paar weken geleden een Servische topman.”

Dus u en uw regering hebben er genoeg aan gedaan?

Grossman: “Dat zei ik niet. Er is nog veel meer werk te doen. Minister [van Buitenlandse Zaken] Albright zegt: er zal geen vrede zijn zonder gerechtigheid.”

Hij vat het Amerikaanse Bosnië-beleid in één zin samen: “Wij steunen de mensen die [het vredesakkoord van] Dayton steunen.” Oftewel: de gematigde president PlavEÉc en de nieuwe premier Dodik van de Bosnische Serviërs. Deze leiders proberen ondanks tegenwerking van KaradEÉc-getrouwen het vredesakkoord uit te voeren. Maar de weinig spontane medewerking van de Joegoslavische president MiloviEÉc aan Dayton - en diens ondemocratische gedrag in de Servische provincie Kosovo - is voor Grossman een bron van zorg. “We hebben nog steeds economische sancties tegen Joegoslavië. Belgrado is niet voor niets geïsoleerd.”

Maar MiloseEÉc lijkt niet onder de indruk van de VS en Europa.

“HíEÉj moet zijn houding veranderen. Wij voeren veel gesprekken met hem. We blijven proberen MiloviEÉc te richten op zijn verantwoordelijkheden. Dat is een serieuze klus. Wij nemen daarbij niet elke dag de temperatuur op maar kijken of er resultaten worden geboekt: voert u Dayton uit of niet? Bent u voor het juiste beleid in Kosovo, voor mensenrechten en democratie daar, of niet? Dat moet duidelijk zijn.”

Het staat vrijwel vast dat de door de NAVO geleide vredesmacht in Bosnië, SFOR, zal blijven als het mandaat eind juni verstrijkt. De NAVO-ambassadeurs die hierover gisteren voor het eerst discussieerden, nemen de komende weken een beslissing. Naar verwachting zal de nieuwe vredesmacht slechts een tikje kleiner zijn dan de huidige 35.000 man. Grossman is “optimistisch” dat ook de Senaat zal instemmen met een hernieuwde deelname van Amerikaanse soldaten, ook al willen de Republikeinen dat Europa meer doet in Bosnië. “De Europeanen doen een geweldige inspanning en vormen de meerderheid van de troepen. Wat we ook beslissen over het vervolg op SFOR, er moet een balans blijven bestaan tussen Europa en de VS, zodat de Europese bevolking en de Amerikaanse bevolking de inspanningen blijven steunen.”

Grossmanm is eveneens “optimistisch” over een andere prioriteit voor dit jaar: de ratificatie van de oostelijke NAVO-uitbreiding door de Senaat. “Minister Albright en minister van Defensie Cohen hebben in het Congres zeer effectieve presentaties over de NAVO-uitbreiding gegeven. En de reacties waren in het algemeen positief. De [Republikeinse] senator Helms en de [Democratische] senator Biden hebben samen in het najaar een brief naar hun collega's gestuurd, die de weg uitstippelt voor ratificatie. Wij hopen dat de Senaat gunstig stemt, aan het begin van de lente.”

De eerste uitbreiding met Polen, Tsjechië en Hongarije is in april 1999. Nu al lijkt een verschil van interpretatie te bestaan over het vervolg: sommige landen zeggen dat de tweede ronde al in 1999 moet beginnen en dan Roemenië en Slovenië aan de beurt zijn. Uw regering zegt alleen: de deur is open.

“De NAVO heeft vorig jaar juli op haar top in Madrid afgesproken dat de deur openblijft en dat we als alliantie dit vraagstuk in april 1999 opnieuw zullen bekijken. De Verenigde Staten zeggen dat de deur open is, maar niet wanneer er een tweede ronde van uitbreiding is, en wij wijzen zeker niet van tevoren al kandidaten aan. Sinds Madrid hebben wij behoorlijk veel stappen gezet om landen zoals Bulgarije, Roemenië en Slovenië, die niet in de eerste ronde worden uitgenodigd, het gevoel te geven dat wij om hun veiligheid geven. Wij hebben twee weken geleden een partnerschapshandvest gesloten met de drie Baltische landen, ter ondersteuning van hun integratie in de Westerse instituties.”

De NAVO mag dan de meest succesvolle alliantie in het Westen zijn, zoals uw regering vaak zegt, maar loopt de NAVO niet het risico ook een praatclub te worden? In de zogeheten Euro-Atlantische Partnerschapsraad (EAPC) zitten de NAVO en de Oost-Europese landen nu met meer dan 40 ministers aan tafel. Uw eigen minister Albright waarschuwde er in december voor dat deze raad meer moest zijn dan een poging om het Guiness Book of Records te halen voor de meeste toespraken tijdens één ministersvergadering.

“De NAVO wordt helemaal geen praatclub! Kijk naar Bosnië. Daar is de NAVO zeer succesvol. De NAVO is het aan het veranderen. Vergeet niet dat de EAPC een totaal nieuwe organisatie is, waar mensen aan tafel zitten die voor het eerst hun recht als onafhankelijk land uitoefenen. Voor ons blijft de NAVO een absolute sleutel in onze relatie met Europa. Ik zie totaal niet waarom dat zou veranderen...”