Waarom geen verkiezingen voor B en W?

De gemeenteraad is steeds minder het hoofd van de gemeente. Volgens

Wim Derksen roept dat vragen op over de zin van de komende verkiezingen.

Op 4 maart worden de verkiezingen voor de gemeenteraad gehouden. De invloed van de burgers op het gemeentelijk orgaan dat er werkelijk toe doet, is echter marginaal. De gemeenteraad is slechts formeel het hoofd van de gemeente. Feitelijk neemt het college van burgemeester en wethouders die positie in. Maar de burgemeester wordt door de Kroon benoemd en de wethouders worden door de raadsleden uit hun midden gekozen.

Een dergelijke werkwijze past niet in een democratie en is ook niet goed voor de lokale democratie. De positie van de gemeenteraad zou daarom versterkt moeten worden of er moeten voortaan in enigerlei vorm directe verkiezingen voor het college van B en W worden uitgeschreven.

Waarom neemt de gemeenteraad ten opzichte van het college nu een ondergeschikte positie in? Dat heeft te maken met het karakter van het lokaal bestuur. In Nederland vervult dit een belangrijke functie bij de uitvoering van het rijksbeleid. Die uitvoering is soms aan de gemeenteraad opgedragen, en soms rechtstreeks aan het college. Gemeenten zijn zo eerder als 'bestuurlijk' dan als 'politiek' te karakteriseren. Het is niet zonder reden dat het meestal bestuurskundigen zijn en geen politicologen die zich met het lokaal bestuur bezighouden.

Het komt bij de gemeente meer op organiseren dan op discussiëren aan. Het gevolg is dat het lokaal bestuur nauwelijks een ideologisch profiel heeft. Als al veel wordt gediscussieerd, is dat zelden over ideologische zaken. In zo'n situatie telt het zwaar dat de ambtenaren van de gemeente vanzelfsprekend eerder het college dan de leden van de gemeenteraad ten dienste staan.

De gevolgen zijn duidelijk. Natuurlijk anticipeert een wijze wethouder wel op wensen in de raad, maar wijze raadsleden zullen bevestigen dat niet zij, maar de wethouders de werkelijke macht in handen hebben.

Al jaren wordt binnen het lokaal bestuur de vraag gesteld hoe de positie van de gemeenteraad zou kunnen worden versterkt. Sinds de jaren zestig en zeventig is het gangbaar om bij de collegevorming een collegeprogramma te schrijven. Sindsdien is in verschillende gemeenten ook met meerderheidscolleges geëxperimenteerd. Deze steunden op de politieke meerderheid in de raad, opdat de uitslag van de raadsverkiezingen beter zou doorklinken in de samenstelling van het college. Ook in de laatste Gemeentewet zijn bepalingen opgenomen om de positie van de gemeenteraden te versterken.

Het heeft allemaal niet mogen baten. De collegevorming lijkt steeds losser te komen staan van de uitslag van de raadsverkiezingen. En de kiezer wordt van tevoren al helemaal geen inzicht gegeven in de coalitievoorkeuren van de verschillende partijen.

Wie de huidige ontwikkelingen overziet, kan daaraan ook weinig hoop ontlenen dat de gemeenteraad spoedig zal terugkeren in het centrum van de macht.

Ten eerste zal de gemeente zich met het vervagen van de gemeentegrenzen verder ontwikkelen tot een uitvoerend lichaam (wat overigens wel veel politieke keuzen vergt). De colleges van B en W zullen steeds meer rechtstreeks met burgers in contact treden over de uitvoering en de inhoud van het beleid. Met stadsgesprekken, wijkpanels, referenda en dergelijke is inmiddels enige ervaring opgedaan. De politiek verandert ook in het algemeen. Politiek concentreert zich niet meer alleen bij de overheid in enge zin. Democratie is tegenwoordig een ruimer begrip dan het aloude primaat van de politiek. Daarmee verandert ook de functie van het lokaal bestuur.

Het gemeentebestuur belichaamt de democratie minder, maar maakt deze vooral mogelijk, in straten en wijken, maar ook in verenigingen. Ten slotte zal nieuwe informatie- en communicatietechnologie de verhouding tussen burger en lokaal bestuur op termijn drastisch veranderen. Niet alleen zal de dienstverlening door de gemeente nieuwe impulsen krijgen, ook het lokaal bestuur zal het directe contact met de burgerij met deze technologie kunnen vergroten.

Dit brengt mij tot twee conclusies. De gemeente zal ook in de toekomst van groot belang blijven en in een globaliserende wereld wellicht een groter belang krijgen, maar de gemeenteraad zal nog verder in betekenis afnemen, ten gunste van het college van B en W. De gemeenteraad zal het terrein dat hij verloren heeft, niet meer kunnen terugwinnen.

Wat betekent dat? Als de gemeenteraad niet meer het hoofd van de gemeente is, wordt het dan niet tijd om de burgers zelf te laten bepalen wie deel moeten uitmaken van het werkelijke bestuur?

Een nieuw systeem zou aan drie voorwaarden moeten voldoen. Ten eerste hoort de burger in onze democratie de raad van bestuur van de gemeente te kiezen en mag hij niet met de raad van commissarissen worden afgescheept. Ten tweede vaart ook de lokale democratie wel bij checks and balances: om die reden is een rechstreeks gekozen gemeenteraad (als raad van toezicht) naast een rechtstreeks gekozen college van B en W zeker het overwegen waard. Ten derde moet niet de fout worden gemaakt dat met een systeemwijziging de lokale democratie weer optimaal zou zijn.

Ook een rechtstreeks gekozen college van B en W zal zich hard moeten maken voor de 'alledaagse democratie'. Het zal met burgers in contact moeten treden over de meest wenselijke inrichting van de lokale leefomgeving. De representatieve democratie kan niet meer zonder dergelijke vormen van directe democratie.

Omgekeerd zou het ook onjuist zijn om de representatieve democratie verder te laten versloffen, als we zien dat de gemeenteraadsverkiezingen niet meer zijn dan versierselen van de macht. Als we de lokale democratie organiseren, laten we het dan goed doen. De gemeente verdient beter en de burger verdient meer.