Voor Anton Geesink kan 'Nagano' al niet meer stuk

IOC-lid Anton Geesink heeft “eigenlijk geen mening” over de rel rond de uitspraken van NOC*NSF-voorzitter Huibregtsen. Uit diens handen accepteerde hij vanmorgen een naar hemzelf genoemde prijs.

NAGANO, 11 FEBR. Tijdens een receptie in Nagano ter ere van Anton Geesink is hem vanmorgen door NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen de eerste Award Anton Geesink uitgereikt. Het is een onderscheiding die de olympische kampioen judo (Tokio '64) ten deel valt omdat hij de sportieve betrekkingen tussen Japen en Nederland heeft bevorderd. Tijdens de ontvangst waren vertegenwoordigers van NOC*NSF, staatssecretaris Terpstra en andere sportbestuurders aanwezig.

In zijn dankwoord in café Holland House, de dependance van NOC*NSF in Nagano, verklaarde Geesink dat hij “eindelijk ook eens waardering van Nederlandse zijde krijgt” voor “het vele werk” dat hij voor de sport heeft gedaan. Geesink: “In het buitenland hebben ze mij altijd meer gewaardeerd dan in Nederland. Dat is nu voorbij.” Huibregtsen zei dat “Geesink er recht op heeft als eerste onderscheiden te worden. Het is mijn persoonlijk initiatief. Volgend jaar is het misschien een ander.”

Na Geesinks toespraak scandeerden supporters zijn naam. Huibregtsen zei ook dat hij Geesink nog altijd als “een vriend” beschouwt. Over het artikel in de Volkskrant wilde de NOC*NSF-voorzitter zich nog één keer uitlaten. “Ik heb na overleg met (het ministerie van) VWS besloten dat we pas na de Winterspelen een verklaring zullen afgeven.”

Geesink beweegt zich in Nagano voort zoals hij bijna 34 jaar geleden met de gouden medaille om door Tokio wandelde. Hij voelt zich weer kampioen. Nu zijn Nederlandse 'rivalen' van NOC*NSF elkaar in de haren vliegen en de ene blunder op de andere stapelen, loopt het IOC-lid te genieten. “Ik ben hartstikke gelukkig”, zegt Geesink zonder een spoor van triomf te tonen. “Dit zijn de mooiste Spelen die ik tot nu toe heb meegemaakt. Iedereen groet me en is tevreden over de rapporten die ik moet uitbrengen en de baas, Samaranch, heeft me gecomplimenteerd met mijn werk.”

Geesink wil het niet 'een gevoel van opluchting' noemen dat Huibregtsen, die vaak met hem in onmin verkeerde, nu onder vuur ligt. “Dat woord is niet op zijn plaats. Zo zit ik niet in elkaar. Ik ga uit van het goede in de mens. Het is erg dat hij zo te kijk is gezet. Het stuk is nota bene geschreven door een journalist die mij al jaren bekritiseert. Ik wist dat er een commissie sport en media bij NOC*NSF was met een aantal journalisten. Maar ik wist niet dat ze ook een speciale adviseur hadden. Dat weet ik nu. Nou, een mooie adviseur.”

Als het aan Geesink ligt, komen de vertegenwoordigers van de Nederlandse sport snel bijeen om over de ontstane situatie te praten. “Er moet actie worden ondernomen om deze zaak tot normale proporties terug te brengen. Het mag de sport en de prins niet schaden. Die opwinding mag niet leiden tot vernieling van de sportbeweging. Als ze me vragen, kom ik. Het initiatief hoeft niet van mij te komen. Ze zijn zelf verstandig genoeg om het aan te kaarten.”

Dat prins Willem-Alexander is benoemd door Samaranch en niet Huibregtsen of een van de andere Nederlandse kandidaten, heeft Geesink verheugd. “Voor de majesteit is het erg goed. Hij kan zich nu daadwerkelijk bezighouden met de sport. Er is nu een nieuwe situatie ontstaan. En daar moeten we in Nederland goed op inspelen. Ik zou willen pleiten voor meer democratie binnen NOC*NSF. Een organisatie is een sociaal-maatschappelijk instrument. Daar moet democratie zijn. De sportbonden moeten meer initiatief nemen.”