Tegen de moderne kunst

Mother and Son (Mat i syn). Regie: Aleksandr Sokoerov. Met: Gudrun Geyer, Aleksej Ananisjnov. In: Desmet, Amsterdam.

De omarming van filmmaker Aleksandr Sokoerov (Irkoetsk, 1951) door kunstgoeroes als Catherine David en Chris Dercon, die hem een centrale plaats boden in hun museale beleid, heeft iets paradoxaals. Hoewel Sokoerovs achtste speelfilm Mother and Son (Mat i syn) net als de vorige zeven in Nederland in de bioscoop belandt, valt te verdedigen dat zijn nauwelijks verhalende, picturale en door gevoel voortgedreven cinema in een museum thuishoort. Aan de andere kant is Sokoerov een verklaard tegenstander van moderne kunst: hij beschuldigt de avant-garde van deze eeuw van een gebrek aan reflectie en noemt hun werk minachtend 'totalitair design'. Mother and Son citeert de romantische schilderstijl van Caspar David Friedrich, door speciale lenzen gevangen in een plat vlak dat zelfs geen derde dimensie meer wil suggereren, maar bevroren lijkt achter een glasplaat.

Ook inhoudelijk sluit Sokoerovs laatste film aan bij reactionaire ideeën: hij wil de serene liefde laten zien tussen een stervende moeder en haar zoon, die leven in een wereld zonder andere mensen. Schoonheid en zuiverheid kunnen Sokoerovs beelden niet ontzegd worden, maar ze zijn ook steriel en in hun maatschappelijke naïviteit verre van waardenvrij. De omgekeerde Pietà waarin de film zijn climax vindt is een bijna schokkend beeld, als icoon van veel moderne kunst: verstilde bidprentjes van een integer, naar het verleden hunkerend gevoelsmens. De identiteit van Sokoerovs niet-professionele acteurs illustreert nog het best hoe curieus Sokoerovs streven naar het ware en het schone is: Gudrun Geyer is directeur van het documentairefestival in München, Aleksej Ananisjnov manager van Pepsi-Cola in St. Petersburg.