Scheurende brommers in lege straten

La vie de Jésus. Regie: Bruno Dumont. Met: David Douche, Marjorie Cottreel, Kader Chaatouf. In: Rialto, Amsterdam; Haags Filmhuis; 't Hoogt, Utrecht; Cinemariënburg, Nijmegen.

De Franse regisseur Bruno Dumont noemt zijn debuut La vie de Jésus een christelijke film, maar dat is even misleidend als de titel. Al wordt de hoofdpersoon op een bepaalde manier gekruisigd en zijn er in de eerste scènes wat religieuze plaatjes te zien aan de muur van een troosteloos hospitaal, met verlossing heeft deze amorele vertelling over het leven van jongeren in Bailleul, een godvergeten stadje met lege straten in Frans Vlaanderen, weinig te maken.

La vie de Jésus past in een recent golfje van Franstalige films, die zonder commentaar laten zien hoe gruwelijk het leven in de diepste provincie geworden is. Maar de uit de opdrachtfilmsector voortgekomen Dumont biedt enige visuele troost door de lyriek van zijn Cinemascope-beelden.

De vriendengroep van rond de twintig in La vie de Jésus scheurt op brommers rond en houdt op zondag zangwedstrijden met gekooide vinkjes. De epileptische Freddy en de verleidelijke Marie verdrijven de verveling door vaak, zonder veel voorspel of romantiek, te neuken: voor deze vorm van pompende gymnastiek is geen enkel eufemisme geschikt. Er is een Noord-Afrikaan in het stadje, die ook wel eens wil. Marie wijst hem eerst af, maar het vlees blijkt zwak. De jongens begroeten deze aanleiding tot racistische wraak met nauw verholen gretigheid.

In formeel opzicht is La vie de Jésus interessant, en dat is de enige winst ten opzichte van verwante neo-neorealistische treurfilms met niet-professionele acteurs. Het probleem is dat de terechte angst van Dumont om te moraliseren in de praktijk uitgelegd kan worden als vergoelijking van rotzakkengedrag. De maatschappij heeft het er naar gemaakt, en ze weten niet wat ze doen, natuurlijk. Maar het is de keuze van de regisseur-scenarist om wel uitgebreid stil te staan bij de daders en het leven van de niet-christelijke allochtonen slechts in schetsmatige, dus bijna karikaturale contouren neer te zetten. Voor de existentiële leegte van het bestaan in een negorij heb ik alle begrip, maar verkrachting en moord liggen niet helemaal logisch in het verlengde daarvan. De onuitgesproken moraal? Je kunt in Bailleul beter epileptisch en verveeld zijn dan een dik meisje of Algerijn.