Problemen door klassenverkleining; Onderwijsraad: meer doen aan lerarentekort

ROTTERDAM, 11 FEBR. De verkleining van de laagste klassen op basisscholen kan leiden tot een tekort aan leraren. Dit stelt de Onderwijsraad, het adviesorgaan van minister Ritzen (Onderwijs), vandaag in een advies aan staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs).

In het advies over de klassenverkleining betwijfelt de raad ook of de maatregelen die de bewindslieden hebben genomen om meer onderwijspersoneel te werven, voldoende zijn.

De Onderwijsraad toont zich wel “positief” over de tot nu toe bereikte verkleining van klassen, maar waarschuwt ze dat kleinere klassen geen garantie zijn voor beter onderwijs. Scholen moeten tegelijk meer aandacht besteden aan de individuele leerling en de vorderingen van elke leerling goed volgen, vindt de raad.

Bovendien moeten er voldoende lokalen en leerkrachten zijn voor het grotere aantal klassen. “Een grondige afweging van alle problemen in het onderwijs is gewenst, voordat volgende stappen in het proces van groepsgrootteverkleining gezet worden”, aldus de raad.

Netelenbos wijst de Kamer in haar eigen voortgangsrapport op de landelijke campagne om meer jongeren voor een opleiding aan de pedagogische academie te interesseren en de inzet van onderwijsassistenten. Daarnaast zullen binnenkort mensen met een onderwijsbevoegdheid die niet (meer) werken in het onderwijs worden benaderd, aldus Netelenbos.

Maar volgens de Onderwijsraad moet het onderwijs steeds meer concurreren met wervende activitieiten van het bedrijfsleven. “Er zijn bovendien grote regionale verschillen in aanbod van personeel”, zo schrijft de raad. “Putten uit 'stille reserves' is niet zo eenvoudig als wordt voorgesteld. Deze mensen willen vaak alleen in de buurt wekren en meestal pas nadat zij een opfriscursus hebben gevolgd.”

Staatssecretaris Netelenbos zei gisteren tegen de Kamer dat behalve het ministerie van Onderwijs, ook scholen deze 'stille reserves' van wachtgelders, invalkrachten en bevoegde leraren moeten aanspreken.

De gemiddelde groepsomvang in de eerste vier klassen is in 1997 ten opzichte van 1994 met 1,3 leerling gedaald van 23,7 leerlingen naar 22,4 leerlingen, stelt de Onderwijsraad vast. De gemiddelde groepsgrootte voor de onder- en bovenbouw gezamenlijk bedroeg in 1994 24,3 leerlingen en in 1997 23,6 leerlingen.

Het kabinet stelde vanaf het begin van dit schooljaar 270 miljoen gulden beschikbaar voor de klassenverkleining. Dit bedrag komt bovenop de 100 miljoen gulden die al vanaf 1996 beschikbaar kwam voor onderwijsassistenten. Van de scholen besteedt 85 procent het extra geld aan kleinere groepen. Enkele scholen in grote steden hebben al leerlingen naar huis gestuurd wegens ziekte van leraren.