Palestijnen mogen van Arafat niet betogen voor Irak

JERUZALEM, 11 FEBR. Het Palestijnse autonome Gezag heeft gisteren pro-Irak-demonstraties verboden in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Het verbod werd ingesteld nadat politieke groeperingen waaronder Arafats eigen Fatah-partij maandag in Gaza, Jenin en Ramallah optochten voor Saddam hadden georganiseerd.

Het verbod maakt duidelijk hoezeer de belangen van de Palestijnse leider Yasser Arafat zijn veranderd sinds de Golfoorlog van 1991. Bij dergelijke betogingen in Gaza en de Westelijke Jordaanoever in de afgelopen dagen werden Israelische en Amerikaanse vlaggen verbrand, namaak-Scuds meegedragen en leuzen geroepen als: “O Saddam, vernietig Tel Aviv met uw raketten en chemicaliën!”. In Ramallah braken tientallen jongeren door een Palestijns politiecordon en bekogelden Israelische soldaten met flessen en stenen. Volgens ingewijden werd Arafat, die een neutrale houding aanneemt in de Irak-crisis, daardoor ernstig in verlegenheid gebracht.

Zeven jaar geleden, toen Saddam Hussein 39 Scuds op Israel afschoot, stonden veel Palestijnen juichend op de daken. Arafat, toen nog in ballingschap in Tunis, koos de kant van Irak. Nu woont Arafat in autonoom Gaza en zit hij middenin een vredesproces met Israel. Hij distantieert zich van Irak, in een poging zich niet weer de woede van de Verenigde Staten en Israel op de hals te halen.

Deze week bepleiten Arafats afgezanten in Washington opnieuw een spoedige terugtrekking van Israelische troepen op de Westelijke Jordaanoever. “Als het Palestijnse volk anti-Israelische en pro-Iraakse slogans roept”, zegt een van zijn medewerkers, die anoniem wil blijven, “kan Arafat die troepenterugtrekking helemaal vergeten. En vergeet niet, de landen in de anti-Irak-coalitie zijn grote donoren aan de Palestijnen, zoals Amerika en Engeland.” In 1991 waren het de Golfstaten die uit woede over Arafats pro-Iraakse koers de geldkraan dichtdraaiden. Zij beroofden de PLO van haar grootste bron van inkomsten. Dat Arafat vastbesloten lijkt om zijn nieuwe maecenassen niet ook tegen zich in het harnas te jagen, bleek vorige week al toen hij een minister naar Bagdad stuurde om te “helpen onderhandelen”. En maandag zei de Palestijnse leider in Gaza tegen Jacques Santer, de voorzitter van de Europese Commissie (de grootste donor aan de Palestijnen): “Wij hopen op een diplomatieke oplossing van het conflict, zodat wij in vrede kunnen leven, zonder oorlogsdreiging.”

Zoals Arafat al vreesde, greep de Israelische premier Netanyahu de pro-Irak-demonstraties meteen aan om hem via de internationale media een veeg uit de pan te geven. “Palestijnen moeten kiezen tussen Irak en de vrede”, zei Netanyahu. En een Israelische minister zei: “Het wordt tijd dat de Palestijnen eens andere helden kiezen.”

Toch lopen, ook onder het gewone volk, de pro-Iraakse sentimenten beduidend minder hoog op dan in 1991. De betoging in Gaza, die werd georganiseerd door een kleine pro-Iraakse politieke beweging getiteld 'Het Arabische Bevrijdingsfront', trok hooguit honderd mensen, van wie de helft kinderen. En hoewel winkelier Talal Said net als zeven jaar geleden T-shirts met Saddams portret liet bedrukken, verkoopt hij er veel minder dan toen. “Het zijn vooral buitenlanders die ernaar vragen”, zegt hij in zijn winkel in Wahda Street, omringd door Arafat-ballonnen, -sleutelhangers, -pennen en -vlaggen.

De geringe animo voor Saddam komt deels door het ontmoedigingsbeleid van het Gezag. Kranten en de radio echoën Arafats diplomatieke standpunt. Veel Palestijnen vinden dat Arafat Israel en de VS te veel tegemoetkomt in het vredesproces. Maar zoals zo vaak gehoorzamen zij hun leider.

Maar boven alles is Saddam voor hen van zijn voetstuk gevallen. Khalil Shikaki, directeur van het Center of Palestine Research and Studies in Nablus, zegt: “In '91 werd Saddam gezien als de Grote Redder, de pan-Arabist die beloofde de Palestijnen van het Israelische juk te verlossen. Maar hij liet ze in de steek. De Scuds richtten nauwelijks schade aan in Israel. Hij boog voor het overwicht van de geallieerden.” De laatste tijd hoor je Palestijnen vaak zeggen hoe vreselijk Saddam de Koerden behandelt, of dat het Iraakse volk honger lijdt door de koppigheid van Saddam. Weinig Palestijnen hebben nog fiducie in de slagkracht van Saddam. Zij vinden het heimelijk niet erg dat hun Israelische buren nu in paniek hun gasmaskers testen.

“Maar als je op de tv die oude dikbuikige mannen in het Iraakse leger ziet trainen”, zegt een zakenman in Gaza meewarig lachend, “weet je toch dat je voor niets de straat op gaat? In 1991 dachten we dat Saddam spierballen had. Nu weten we: Saddam is een loser.”