Nigeria vat regionale vredestaak ruim op

Een Nigeriaanse vredesmacht bevecht met zwaar geschut de militaire junta van Sierra Leone en overschrijdt haar mandaatperiode in Liberia. De vredesoperaties van Nigeria hebben veel weg van regionaal machtsvertoon.

ROTTERDAM, 11 FEBR. Freetown, de hoofdstad van Sierra Leone, is een belegerde veste. Gisteren regende het artilleriegranaten op de stad, afgevuurd door een West-Afrikaanse legermacht die zich met zwaar geschut een weg baant naar de buitenwijken. Ten minste twaalf burgers lieten het leven in dit bombardement en dode lichamen werden afgevoerd met handkarren. 's Middags vloog een eskader gevechtsvliegtuigen in de richting van de haven en even later klonken explosies en het gedreun van luchtafweergeschut.

De belagers zijn Nigerianen die behoren tot de West-Afrikaanse vredesmacht ECOMOG en de verdedigers zijn aanhangers van luitenant-kolonel Johnny Paul Koroma, die op 22 mei 1997 met een handjevol legerofficieren Sierra Leone's eerste onder het meerpartijenstelsel verkozen president, Ahmed Tejan Kabbah, aan de kant zette. Kabbah vluchtte naar het buurland Guinee en riep de hulp in van andere landen in West-Afrika, voorop het grote en rijke Nigeria.

ECOMOG - de letters MOG staan voor 'militaire waarnemersgroep' - is de militaire arm van de Economische gemeenschap van (15) West-Afrikaanse staten (ECOWAS). Deze West-Afrikaanse vredesmacht kreeg in 1990 opdracht de vrede te herstellen in het door burgeroorlog verscheurde Liberia. De hoofdmacht van ECOMOG wordt gevormd door Nigerianen en Ghanezen - wegens hun kennis van het Engels - aangevuld met troepen uit Benin, Guinee, Ivoorkust, Mali en Benin. ECOMOG telde in 1996 zo'n 10.000 man, onder opperbevel van een Nigeriaanse generaal.

Nigeriaanse ECOMOG-eenheden verhinderden tot tweemaal toe dat de sterkste Liberiaanse krijgsheer, Charles G. Taylor, die in 1989 de burgeroorlog ontketende, de hoofdstad Monrovia innam.

In 1997 gooiden ECOMOG en Taylor het op een akkoordje - naar verluidt lag daar een zakelijke afspraak met de Nigerianen aan ten grondslag. Bovendien had de militaire leider van Nigeria, generaal Sani Abacha, op dat moment voorzitter van ECOWAS, een buitenlands succesje nodig om zijn beroerde internationale imago te verbeteren. Op 19 juli werden verkiezingen gehouden die glansrijk werden gewonnen door Taylor.

De troepen van ECOMOG hadden op 1 februari Liberia moeten verlaten. Volgens het akkoord van augustus 1996 tussen de strijdende partijen en ECOWAS, zou hun mandaat aflopen zes maanden na het aantreden van een democratisch verkozen president. Taylor werd op 2 augustus geïnstalleerd. Eenheden uit Benin en Ivoorkust en de meeste Guinese militairen zijn inmiddels het land uit, maar de hoofdmacht, bestaande uit Nigerianen, is nog niet vertrokken. Zij bemannen nog steeds controleposten in de straten van Monrovia.

Volgens de huidige commandant van ECOMOG, de Nigeriaanse generaal Timothy Shelpidi, wacht hij nog steeds op orders uit het hoofdkwartier van ECOWAS. Het uitstel hangt waarschijnlijk samen met de burgeroorlog in Sierra Leone en spanningen daaromtrent tussen president Charles Taylor en de Nigerianen. In het najaar beschuldigde de toenmalige commandant van ECOMOG, de Nigeriaanse generaal Victor Malu, Taylor ervan dat hij leden van zijn voormalige militie samentrok aan de grens met Sierra Leone. In dat land hebben Nigeria en Taylor strijdige belangen.

De regering van de in 1996 verkozen president Kabbah werd tot diens val belaagd door het Revolutionary United Front (RUF) van Foday Sankoh, een guerrillaleger dat werd geformeerd met actieve steun van krijgsheer Taylor. Nigeriaanse troepen kwamen de belaagde president te hulp, in ruil waarvoor Kabbah hun de controle gunde over diamantrijke gebieden in het oosten. Sankoh werd gearresteerd en heeft huisarrest in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja.

Toen Kabbah vorig jaar mei door Koroma en zijn mede-officieren aan de kant werd gezet, kreeg het RUF zetels in de door hen gevormde junta. De regionale reus Nigeria zag zich de toegang tot de diamanten van Sierra Leone ontzegd en de ambitieuze Taylor zag via zijn oude wapenbroeders een kans om invloed uit te oefenen in het buurland.

In het Liberiaanse stadje Bo Waterside, aan de grens met Sierra Leone, 100 kilometer ten westen van Monrovia, bivakkeren nog steeds Nigeriaanse troepen. 's Nachts, gaat het verhaal, onderhouden zij een levendig verkeer met de overkant. Aan de andere oever van de grensrivier Mona patrouilleren eenheden van West-Afrika's nieuwste militie, de Kamajor, traditionele jagers van de Mende, het grootste volk van Sierra Leone. Zij zijn stamgenoten van de verdreven president Kabbah en hebben de strijd aangebonden met de junta.

Vorig jaar besloot ECOWAS zich in te zetten voor terugkeer van Kabbah. Daartoe werd tegen Sierra Leone een handelsembargo afgekondigd, dat werd gesanctioneerd door de Veiligheidsraad. Nigeriaanse eenheden van ECOMOG kregen een mandaat om de strijdende partijen - de troepen van de junta en de Kamajor - te ontwapenen. Vooral ECOWAS-voorzitter Ghana verklaarde zich binnenskamers tegenstander van actief militair ingrijpen tegen de junta. Van ontwapening is echter niets gekomen. De Kamajor bestoken de juntatroepen in het oosten, rond de stad Kenema, een centrum van de diamantwinning. Er zijn sterke aanwijzingen dat ze worden getraind en bewapend door de Nigerianen in Bo Waterside, aan de Liberiaanse kant van de grens.

De Nigerianen hebben van meet af aan hun vredestaak ruim opgevat en alles op alles gezet om Koroma te verdrijven. Zij beschoten schepen die de haven van Freetown wilden aandoen en bestookten met gevechtsvliegtuigen stellingen van de junta in Freetown, waarbij tientallen burgerdoden vielen. Maar Koroma en zijn militaire raad hielden stand. Vorige week donderdag gingen de Nigerianen met zwaar geschut in de aanval en intussen zijn ze opgerukt tot aan de buitenwijken van Freetown. Hun jongste offensief heeft steeds minder weg van een 'vredesoperatie' en steeds meer van Nigeriaanse grootmachtpolitiek.