Meer dan twintig films uit Egypte in zes steden te zien

Al Massir (Het noodlot). Regie: Youssef Chahine. En: Filmfestival Egypte mon amour. 20 Egyptische films uit de periode 1939-1995. In: Amsterdam (Filmmuseum), Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Maastricht en Groningen. Inl.: (020) 589 14 00

Met als vlaggeschip Al massir, een curieus manifest met veel zang en dans tegen het moslim-fundamentalisme, zijn tot 11 maart in zes Nederlandse steden 21 films te zien, die een indruk geven van de filmindustrie in Egypte. Het programma omvat erkende hoogtepunten als Youssef Chahine's Cairo station uit 1958 (een veel betere film dan zijn recente Al massir), drie films uit het 82 titels omvattende oeuvre van Henri Barakat, en The mummy van Chadi Abdelsalam uit 1970. Daarnaast draaien in Nederland geheel onbekende films.

Het programma stemt weemoedig. Van de Egyptische filmindustrie, die in de jaren vijftig en zestig de arabische wereld met honderden films per jaar bediende, is weinig over. De versnippering van die wereld in autoritaire staten met eigen censuur, de concurrentie van het Amerikaanse product, de Libanese burgeroorlog die een belangrijke afzet- en financieringsmarkt wegvaagde, de arabische boycot van Egypte na de separate vrede met Israel - al die factoren hebben er toe bijgedragen dat in Egypte nu per jaar nog maar zo'n tien films worden gemaakt.

Deze vermindering lijkt ook ten koste van de kwaliteit te zijn gegaan. Een film als Land of dreams (Daoud Abdel Sayed, 1993), over een vrouw die op het laatste moment afziet van emigratie naar Amerika, haalt het niet bij de films uit de jaren vijftig of zestig - in camerawerk, plot of acteerprestaties.

Egyptische films gaan opvallend vaak over geld, zoals The Black Market van Kamil el-Telmassani uit 1946 of Life or death van Kamal al-Sheikh uit 1954. Bijna steeds is er in die oudere films ook aandacht voor maatschappelijke problemen - meestal verband houdend met de snelle veranderingen in de Egyptische samenleving na 1945 tussen traditionele en moderne opvattingen in politiek, economie of zedelijk leven. Ze zetten ook altijd hoog in: het gaat om leven of dood, geluk of ondergang - niets minder.

Op een bepaalde manier illustreren die oudere films daarmee het gevoel dat er, ondanks de wijdverbreide armoede, kansen bestonden in de Egyptische maatschappij en dat de toekomst beter kon zijn. Dat gevoel is verdwenen en daarmee, zo lijkt, veel cinematografisch élan in Egypte. Ironiserend of historiserend hebben de jongste films weinig meeslepends meer.