Hoog herriegehalte bij 'Oud geld'

Zouden we Wouter Huibregtsen niet een rolletje kunnen geven in Oud geld, de nieuwe dramaserie van de AVRO?

Een man met zijn pronte woordgebruik, zijn onverbiddelijke carrièrezucht en zijn entree in de hogere, zakelijke kringen zou een ideaal personage zijn voor enkele even noodlottige als noodzakelijke wendingen in dit familiedrama.

Bovendien heeft hij zijn roepnaam voor intimi mee: Mickey. Als je in de wereld van Oud geld een beetje wilt meedoen, kun je niet Piet of Klaas heten - laat staan Frits.

Splinter, Kiet, Ole, Pup - dat is het werk. Als ouders moet je in die kringen tegen elkaar kunnen zeggen: “Weet je wel zeker dat Kiet en Ole met Pup op het gazon aan het ravotten zijn?”

Een naam die bijvoorbeeld veel minder aanspreekt: 'Cor Boonstra'. Te gewoontjes. Stinkt onverdraaglijk naar nieuw geld. Ik zag bij Nova de gelijknamige leider van het vernieuwde Philips.

Enkele hooggeplaatste collega's (voornamen: Beitel, Tuuk, Björn en Waf) hadden vertrouwelijke tapes naar de televisie gelekt, waarop we Boonstra de onderknuppels van zijn management in december 1996 zagen toespreken. Harde Engelse mannentaal, uitgesproken met een oernederlandse tongval, want je mag in die wereld niet te nichterig klinken.

“Hoeveel bleeders hebben wij?” vroeg Boonstra bestraffend aan een cursist. De man kromp ineen. 'Bleeders' (spreek uit: blie-ders) schijnen verliesgevende onderdelen te zijn. Moet je op zo'n moment als cursist een waarheidsgetrouwe schatting maken, of kun je beter doen alsof je een neusbleeding hebt? Het antwoord van de man was helaas onhoorbaar gemaakt, maar volgens liplezers zou Boonstra daarop zélf hebben gezegd: “Honderdeenenvijftig.”

Geen wonder dat we Boonstra kort daarvoor hadden horen roepen: “We are uncontrolled, that's wat we are.”

Betekent dit dat Boonstra zelfs geen bijrol in Oud geld kan worden gegund? Dat zou ik niet willen beweren. Ik heb nu zes afleveringen van deze al veelgeprezen serie gezien en ik begin te snakken naar enige kordaatheid. Het wordt tijd dat er een personage binnenstapt dat de verschillende verhaallijnen overtuigend bij elkaar brengt. Er zijn nu te veel bleeders. Sterker nog: elke relatie bij Oud geld is een bleeder.

We hebben Splinter en zijn vrouw: bijna doodgebloed. Zie vervolgens de ellendige relaties van hun kinderen. Pup en Erik waren nog maar net getrouwd of ze ging alweer uit elkaar. Ole verwijt zijn vrouw dat ze na de dood van hun kind haar gezin schandelijk heeft verwaarloosd. En Kiet heeft last van een jaloerse vrouw die zich te veel met zijn werk bemoeit.

Kijken naar Oud geld betekent vooral kijken naar (echt)paren die elkaar voortdurend in de haren zitten. Zie je een man en vrouw van ongeveer dezelfde leeftijd door het beeld scharrelen, dan weet je wat je te wachten staat: een enorme ruzie. Ik geloof dat ik nog nooit een serie heb gezien met zo'n hoog herriegehalte. Zelfs de twee zussen - Guusje en Maud - kunnen geen vijf minuten elkaars aanwezigheid verdragen zonder te exploderen.

Ik las in interviews met Maria Goos, de schrijfster, dat ze nog graag eens een soort Wie is bang voor Virginia Woolf? zou schrijven. Mij dunkt! Wat valt er na Oud geld nog te verzinnen op het gebied van de echtelijke keet?

Het vertellen van 'een verhaal' vindt Maria Goos niet zo belangrijk. “Het is maar zelden dat ik iets mooi vind vanwege het verhaal. En dan nog: alle verhalen zijn wel zo'n beetje verteld.”

Ik vrees dat zij het oerverlangen van de kijker-lezer naar 'het verhaal' onderschat. Als je urenlang naar het geschetter van gefrustreerde echtparen zit te kijken, breekt onherroepelijk het moment aan waarop je denkt: waar gaat dit heen? Gebeurt er nog iets, of moeten we het vooral doen met de anatomie van vier slechte huwelijken?

Bij mij begon dit ongeduld omstreeks de vierde aflevering onrustbarend te groeien. Ik heb nooit van soap gehouden, juist omdat daar de wil ontbreekt om een mooi, strak verhaal te vertellen. Tot dusver is Oud geld voor mij ook een soort soap, een chique soap weliswaar, maar toch: een soap.