Hoofdrol Kok in maskerade rond inzet van fregat

De eventuele inzet van een Nederlands fregat in een mogelijke actie tegen het regime in Irak is ook inzet geworden van een politieke strijd tussen PvdA en VVD. Terwijl de premier de diplomatieke kaart speelt, legt de staatssecretaris in de VS alvast uit welke fregatten Nederland in de aanbieding heeft.

DEN HAAG, 11 FEBR. Is premier Kok een beetje van slag en blijkt dat, na zijn wilde uithaal naar het college van procureurs-generaal van twee weken geleden en de wel heel kordate delegatie-op-voorwaarden van de kroonprins naar het IOC-bestuur, nu opnieuw? Nu de premier en PvdA-lijsttrekker aangaande de Nederlandse houding jegens een eventuele Amerikaanse militaire actie jegens Irak de afgelopen dagen hoofdpersoon is geworden in een wonderlijke politieke maskerade?

Niets toegezegd, geen conclusies getrokken, de Nederlandse regering blijft vooraleerst mikken op een diplomatiek-politieke oplossing van de Iraakse crisis, over wat daarna komt praten we nog niet. Dat waren de mededelingen die maandag werden gedaan nadat president Clinton zondagavond Kok had gebeld om, naar het ook heette, de premier “bij te praten” over de stand van zaken.

Van de jaarlijkse Wehrkunde-conferentie in München waren toen, in de International Herald Tribune bijvoorbeeld, al andere berichten gekomen. Namelijk dat de Nederlandse minister van defensie, de VVD'er Voorhoeve, zijn Amerikaanse ambtgenoot, William Cohen, zaterdag het voorbeeld van bondskanselier Kohl had gevolgd en in een gesprek onder vier ogen in principe Nederlandse steun voor een eventuele militaire actie tegen Irak had toegezegd. Voorhoeve zou in de Beierse hoofdstad hebben beloofd in Den Haag te zullen “aankaarten” waaruit een Nederlandse bijdrage het beste kon bestaan. “Uiteindelijk weten de Amerikanen heel goed wat ze nodig hebben en ze weten ook precies wat wij kunnen bieden”, zei een ambtenaar vanmorgen in terugblik.

Maar maandag werden zulke berichten door de naast betrokken Haagse ministeries nog ontkend. Ook daarop gebaseerde veronderstellingen als zou Clintons telefoontje met Kok iets te maken gehad kunnen hebben met die berichten uit München werden ontkend.

Of de politieke vrienden Voorhoeve en Bolkestein, fractieleider van de VVD in de Tweede Kamer, elkaar sinds zaterdag gesproken hadden is op zijn best in kleine kring bekend. Maar aannemelijk is dat de campagnepoliticus Bolkestein een aangename lucht in de neus moet hebben gehad toen hij Kok maandagavond opriep om alvast steun uit te spreken voor een eventuele actie tegen Saddam Hoessein.

En zo gebeurde het dat de premier die maandagavond nog verwijtend riep dat Bolkestein een, kennelijk kwalijk, “binnendoortje naar een militair conflict” maakte een etmaal later, nadat staatssecretaris Gmelich Meijling in Washington met het aanbieden van een fregat “zijn mond voorbijgepraat had”, moest erkennen: “Er wordt wel over dit soort dingen gepraat en nagedacht”.

In augustus 1991 was Nederland na Groot-Brittannië het eerste Europese Navo-lid dat zich in de Goloorlog bereid toonde tot militaire steun aan de vooral door de VS geleverde VN-macht. Nederland was destijds zelfs zó snel dat de toenmalige premier, Lubbers, over de taak van het toen aangeboden en al naar de Golf koersende fregat (de Witte de With) zei dat die maar onderweg(“varenderwijs”) moest worden overeengekomen. Minister Ter Beek (Defensie) en zijn PvdA, blij dat zij in het derde kabinet-Lubbers eindelijk uit hun politieke en veiligheidspolitieke isolement van de jaren tachtig bevrijd waren geraakt, deden er niet moeilijk over.

Waarom lijkt het deze keer, zeker de afgelopen dagen, zoveel moeilijker om in snel tempo een duidelijke positie te kiezen en daarmee, bijvoorbeeld in Bonn, Washington en Londen, enig extra politiek krediet te verwerven? Waarom lijkt Kok c.s. binnenskamers alvast wel een beetje te willen blazen maar daarbuiten het meel voorlopig in de mond te willen houden? Zodat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Nederland in de Senaat openlijk bedankte voor het type steun waarvan de regering in Den Haag zei dat daarover nog niets was beslist? Om vervolgens in deze zelfgecreëerde mist ook nog te worden verrast door een staatssecretaris die als gevolg van een 'misverstand' zijn mond in Washington “voorbijpraatte”?

Vast staat dat de kwestie ook wel wat ingewikkelder is dan zeven jaar geleden. De PvdA is enigszins ambivalent jegens steun voor een militaire actie tegen Irak. Minister Pronk (PvdA, Ontwikkelingssamenwerking), die op zichzelf geen tegenstander van zulke steun zou zijn, hamert achter de schermen wel krachtig op de eis dat er eerst een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad moet komen ter legitimatie van een militaire actie. Dat is trouwens een vereiste waarvan Buitenlandse Zaken vorige week in een brief aan de Tweede Kamer schreef dat er waarschijnlijk niet aan kan worden voldaan. Andere complicatie: niet alleen de Haagse coalitie is verdeeld, zij het niet ernstig, maar ook de Europese Unie is zichtbaar uiteengevallen aangaande de kwestie-Irak. In die kwestie is de brug tussen Bonn en Parijs even opgehaald, Londen (waar het voorzitterschap van de Unie huist) is de anderen op weg naar Washington weer vooruitgesneld.

En Kok? Hij had de problemen liever nog even uitgezeten, maar hij heeft zich kennelijk verkeken op de vraag hoelang dat mogelijk was.