Georgië verdenkt Russen van schuld aan moordaanslag

TBILISI, 11 FEBR. In Georgië gaan steeds meer stemmen op die Rusland verantwoordelijk houden voor de moordaanslag op de Georgische president Edoeard Sjevardnadze, maandagavond.

Sjevardnadze zelf zinspeelde na de aanslag al op Russische bemoeienis toen hij zei dat in Georgië zelf geen enkele groepering in staat is tot een omvangrijke militaire operatie als die welke hem bijna het leven had gekost. Andere woordvoerders gingen beduidend verder. “Men hoeft niet ver te zoeken: het is duidelijk dat Rusland belang heeft bij deze terroristische daad, en alle draden [van het onderzoek] leiden naar Rusland”, zei de vice-voorzitter van het Georgische parlement, Georgi Kobachidze gisteren. Parlementsvoorzitter Zjoerab Zjvania zei: “Overal in Georgië, op straat, in het parlement, iedereen denkt dat het onmogelijk was een dergelijke grote militaire operatie zonder hulp uit het buitenland op touw te zetten. En als het over steun uit het buitenland gaat, dan gaat het telkens weer over Rusland.” Volgens velen in Tbilisi wil Moskou Georgië destabiliseren met het oog op de Georgische aanspraken op het transport van een deel van de Azerbajdzjaanse olie door een pijpleiding van Baku naar de Georgische Zwarte Zeekust.

Het Georgische parlement eiste gisteren afsluiting van de vijf Russische militaire bases in Georgië, om de speurtocht naar de daders naar die bases te kunnen uitbreiden. Algemeen wordt gespeculeerd dat als de Russen de hand hebben gehad in de aanslag, het commando kan hebben geopereerd vanuit de basis in Vaziani, dertig kilometer ten oosten van Tbilisi. Na de aanslag kunnen de tien tot vijftien daders vanaf Vaziani naar Rusland zijn overgebracht. In Moskou is gezegd dat de bases voor de Georgiërs ontoegankelijk zullen blijven. Sjevardnadze is tegen een blokkade van de bases; hij kondigde aan geen opdracht tot een blokkade te zullen geven.

Bij de aanslag, die met anti-tanksgeschut en machinegeweren werd gepleegd, ontkwam Sjevardnadze als door een wonder. Twee van zijn lijfwachten werden gedood, van wie er één bij de president in de auto zat. Een van de daders werd eveneens gedood. Op zijn lichaam werd een Russisch paspoort gevonden dat hem identificeerde als een Tsjetsjeen, woonachtig in de aan Tsjetsjenië grenzende Russische deelrepubliek Dagestan. De Tsjetsjeense en de Russische autoriteiten hebben elke bemoeienis met de aanslag ontkend. Een Tsjetsjeense woordvoerder zei dat geen terrorist op pad gaat met zijn paspoort op zak. President Jeltsin zei gisteren in Rome “verontwaardigd” te zijn over de aanslag op het leven van zijn Georgische ambtgenoot.

In Tbilisi is gewezen op het feit dat Rusland nog altijd onderdak verleent aan de man die in 1995 een moordaanslag op Sjevardnadze beraamde, Igor Giorgadze, voormalig chef van de Georgische veiligheidsdienst. Sjevardnadze eiste gisteren - voor de zoveelste keer - zijn uitlevering. Hij zei met enig sarcasme de Russische autoriteiten het Moskouse adres van Giorgadze en dat van diens vriendin te kunnen verschaffen.

De aanslag van maandagavond blonk uit door militaire precisie. Een commando van tien tot vijftien man wachtte zwaarbewapend en verscholen tussen bomen op een klein heuveltje de presidentiële stoet van zeven auto's op toen de president om kwart over elf langs een gebruikelijke route naar huis reed. Ze beschoten de eerste auto in de hoop die - en daarmee de hele stoet - tot stilstand te brengen. De stoet werd eerst met anti-tankgranaten en daarna met machinegeweren onder vuur genomen. De auto waarin de president zat was de derde in de stoet. Deze auto - een gepantserde Mercedes die Sjevardnadze na de aanslag in 1995 van de Duitse kanselier Kohl cadeau kreeg - werd door een granaat getroffen, maar de chauffeur slaagde erin nog honderd meter door te rijden.

Dat werd Sjevardnadze's redding: hij kon overstappen in een toevallig passerende politie-auto. De president lag in totaal acht tot negen seconden lang onder vuur. Alle zeven auto's van de presidentiële stoet werden getroffen. De daders van de aanslag profiteerden van de voortreffelijke verlichting van de straat: hun doelwit was goed zichtbaar, terwijl ze zelf op het heuveltje tussen de bomen bijna onzichtbaar bleven. Na een vuurgevecht van een kwartier konden de daders zich uit de voeten maken. Ondanks grootscheepse zoekacties in en rond Tbilisi, een sluiting van de Georgische grenzen en wegblokkades zijn ze spoorloos. (Reuters, AFP, AP)