Fin brengt Japanners tot tranen; 'Godenzonen' moeten nu op 120 meter schans faalangst zien te onderdrukken

De Fin Soininen verstoorde op de 90 meter schans van Hakuba de droom van de Japanse springers en hun massale aanhang. Duizenden Japanners barstten in tranen uit na de nederlaag van hun springsterren.

HAKUBA, 11 FEBR. Zo mooi was het weer dezer dagen nog niet geweest in Nagano en omgeving. Zo fel had de zon nog niet geschenen. Het was een dag voor een groot Japans feest. Met duizenden tegelijk reisden de Japanners naar de skischansen van Hakuba. Daar zouden de Japanners Harada, Funaki, Kasai en Saito een oogverblindende jacht op de medailles openen. Maar de god van de zon beschikte anders. De Fin Jani Soininen verstoorde de Japanse dromen en liet de Japanse sterren en hun bewonderaars in tranen achter.

Ruim zestigduizend Japanners omzoomden de schans van Hakuba. Ze zwaaiden met vlaggetjes en schreeuwden het uit van enthousiasme wanneer een Japanse springer met succes ver van de schans was geland. Onder een stralend blauwe hemel stonden ze klaar om de dag van hun leven te vieren. Maar toen de Fin Soininen na een welhaast perfecte vlucht op de sneeuw neerdaalde en zodoende Funaki van de eerste plaats verdrong, barstte de massa spontaan in tranen uit. Verdriet op z'n Japans kan heel aandoenlijk zijn. Volwassen mannen en vrouwen vielen elkaar in de armen, sloegen de handen voor hun gezicht en vielen op hun knieën van verdriet.

Het had de dag van Masahiko Harada en zijn vrienden moeten worden. Maar op de zonovergoten 90 meter schans beleefde Harada net als vier jaar geleden in Lillehammer een trieste dag. In 1994 verhinderde hij met een mislukte sprong dat hij met zijn Japanse team een gouden medaille won, nu verspeelde hij tijdens de individuele wedstrijd met zijn tweede sprong de eerste plaats die hij in de eerste sprong had veroverd. De tweede plaats van Kazuyoshi Funaki was een schrale troost voor de Japanners. Hen rest de wedstrijden van de hoogste schans (120 meter) om aan te tonen dat vliegen met ski's aan een Japanse specialiteit is.

Zo verrassend was de overwinning van Soininen overigens niet. Op de Winterspelen van Lillehammer was hij al zesde op de 90 meter schans en zesde op 120 meter schans. Bovendien is hij een Fin. En dat zegt heel veel. Schansspringen wordt per traditie beheerst door Finnen. Het zijn jonge mannen die ogenschijnlijk onverstoorbaar blijven wanneer ze van grote hoogten naar beneden springen. Schansspringen is een volkssport in Finland. Het wemelt in dat land van grote en kleine schansen. Omdat daar in de winter al vroeg de avond valt, beschikken veel schansen over een lichtinstallatie. In het donker van een schans springen vinden de Finnen nog net iets te riskant.

Het verhaal van de Finse springers is dat van Matti Nykänen, die vier gouden en een zilveren medaille behaalde op de Winterspelen. Een vreemde man die uit hetzelfde plaatsje komt als Soininen, Jyväskylä, het zogenoemde springmekka van Finland. Nykänen leek onverstoorbaar. Hij zweeg meestal. Maar wanneer hij was uitgesprongen, stortte hij zich in alcoholische sferen, ging hij vechten en sloeg hij bars kort en klein. Tegenwoordig is hij eigenaar van een striptease-lokaal. Hij zegt nu gelukkig te zijn en rust in zijn leven te hebben gevonden.

Het is ook het verhaal van Toni Nieminen, zijn opvolger en gouden medaille winnaar van Albertville 1992 die ook aan lager wal raakte. Springen is leuk, maar wie ver wil springen moeten tegen grote druk bestand zijn en gevaren kunnen trotseren. Het verhaal gaat dat springers niet alleen hun toevlucht nemen tot alcohol, maar ook andere roesmiddelen tot zich nemen. Cocaïne, bijvoorbeeld, is een aantrekkelijke drug omdat ze de eigenschap heeft angsten weg te kunnen nemen. Zo werd de Oostenrijkse springer Goldberger al eens betrapt op het gebruik van cocaïne. Vooralsnog menen de dopingbestrijders het springen clean te kunnen houden met strenge controles. Ook zij beseffen dat vliegen van een schans een riskante onderneming is die veel energie van de geest vergt.

Sinds de Japanners zo'n tien jaar geleden de lol van het skispringen hebben leren inzien, wordt de Finse hegemonie bedreigd. Vlakbij Sapporo, op het eiland Hokkaido, is een grote schans verrezen waar Harada en zijn vrienden als bezetenen trainen. Daar proberen ze hun techniek (de V-sprong) te vervolmaken en hun angsten de baas te worden. Ze hebben zich ontwikkeld tot ware kamikazepiloten. Deze winter waren de Japanners oppermachtig tijdens de Vierschansentoernee in Europa. Vandaar ook dat in Hakuba op een of meer medailles werd gerekend.

In Japanse Alpen boven Nagano is de eerste Japanse springaccommodatie met twee schansen verrezen. Naast elkaar staan in Hakuba de 90 meter schans en de 120 meter schans. Het is een fraai, architectonisch bouwwerk waar de Japanners dezer dagen met enige trots naar verwijzen. Daar, hoog in de bergen, had de Japanse droom werkelijkheid moeten worden. De Japanners moeten voor de tweede kans wachten tot zondag, wanneer de sprongen vanaf de 120 meter schans op het programma staan. Het is de vraag of ze na de nederlaag hun angst om weer te falen weten te onderdrukken. Want heel Japan staat klaar om ze als godenzonen in hun armen te sluiten.