Elfjarig schaaktalent moet ook nog leren vioolspelen

Een meisje van elf jaar oud wordt opgeleid om in de voetsporen te treden van haar schaakidool Judit Polgar. Maar vader Harry Muhren ziet zijn dochter Bianca net zo lief vioolspelen. Een Nederlands experiment.

AMSTERDAM, 11 FEBR. Met een rode vechtpet op het hoofd daagt Bianca Muhren eerst haar drie jaar oudere broertje Willem uit en de opluchting valt van zijn gezicht te scheppen als het meisje haar opgave met een glimlach bezegelt. Ze is de reageerbuisbaby van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond (KNSB) die onder de vleugels van leraar Herman Grooten en mentor Hans Böhm moet uitgroeien tot een Nederlandse Judit Polgar.

“Maar ik voel niet de behoefte te bewijzen dat ik een genie kan opleiden”, zegt de vader van Bianca Muhren op bezwerende toon. Elke vergelijking met de Polgar-familie gaat volgens hem mank. Harry Muhren (“Zonder puntjes op de u, die heeft opa er in mei 1940 hoogstpersoonlijk van afgevijld”) heeft zijn dochter niet uitverkoren als boegbeeld van een wetenschappelijk experiment. “Ik vind het prachtig dat Bianca nu haar schaaktalent kan ontplooien, maar ik vind het even belangrijk dat ze zich ook muzikaal ontwikkelt.”

Ook in zijn rol als bestuurslid van de KNSB wenst Muhren voor zijn bijna 12-jarige dochter nog geen keuze te maken tussen het schaakbord en de viool. “Ik vind het onverantwoord als Bianca zich alleen maar op het schaken richt”, zegt hij. “Het past ook niet in de Nederlandse cultuur om de opleiding van een kind zelf ter hand te nemen zoals de familie Polgar dat heeft gedaan. Het is heel gevaarlijk een kind uit zijn sociale omgeving te halen. Op haar leeftijd moet Bianca nog een spelend kind zijn. Ze speelt schaak en ze speelt viool met haar zusjes en vriendinnetjes.”

Binnen die marges mag meester Herman Grooten “een Nederlandse Polgar” creëren, want nu al is Bianca Muhren de kampioene in de categorie tot 20 jaar.

De visie van de docent: “Ik wil binnen ons westerse systeem een zo ideaal mogelijke voedingsbodem creëren, want in feite heeft Bianca nu al een achterstand opgelopen ten opzichte van haar leeftijdsgenoten uit het oostblok. Die kinderen trainen soms al dertig uur per week. Elo-punten zijn niet zaligmakend bij het lesgeven. Maar het zou mooi zijn als ik Bianca over enkele jaren niets meer kan leren en we grootmeesters als John van der Wiel en Jan Timman moeten gaan benaderen.”

En wat wil Bianca zelf? “Net zo goed leren schaken als Judit Polgar.” Ze heeft haar idool al gesproken tijdens het toernooi in Tilburg. Nu al beseft Muhren dat de jongste van de Polgar-zusjes baanbrekend werk heeft verricht. Een schaker mag tegenwoordig verliezen van een vrouw én van een kind. Hans Böhm herinnert zich nog hoe grootmeester Hans Ree op een toernooi in Amsterdam “met pek en veren overladen” de speelzaal verliet na een nederlaag tegen de kleine Judit Polgar, die destijds nauwelijks over het bord heen kon kijken. “Tegenwoordig scoort Polgar vijftig procent tegen de absolute wereldtop en accepteren de heren een nederlaag tegen haar.”

Jaarlijks fourneert hoofdsponsor FDC 50.000 gulden om het jeugdschaken in Nederland - met Bianca Muhren als vooruitgeschoven pion - nieuw elan te geven. Maar zal dit meisje tegen die druk bestand zijn? “Als Bianca niet zo nuchter was, had ik haar dit niet aangedaan”, stelt vader Muhren. Adviseur Böhm ziet andere gevaren. Hij schetst hel en verdoemenis, terwijl Bianca aandachtig luistert. “Over enkele jaren kom je in de puberteit. Dan krijg je ruzie met je ouders, wil je naar een discotheek en ga je stiekem roken. Als je die periode overleeft, weten we pas of je echt wil schaken. Maar kijk naar Judit Polgar, zij bewijst dat je én kunt schaken én gelukkig zijn.”