De moeder van Monica Lewinsky

NEW YORK. Bij iedere grote affaire, lokaal, nationaal, van wereldformaat, verschijnt op zeker ogenblik een partij op het toneel die 'de media' de schuld geeft. Zo is het gegaan nadat een Britse prinses en een Egyptische miljonair met hun dronken chauffeur in een Parijse tunnel verongelukten.

Het is onlangs - zeker, op heel ander niveau, met een andere inzet - in Nederland gebeurd toen de minister van Justitie en de procureurs-generaal in conflict raakten. Het voltrekt zich op megaschaal in de Verenigde Staten waar de president en zijn vrienden een vendetta uitvechten met de bijzondere openbare aanklager over een interessante faux pas die de president wel of niet heeft begaan, met een stagiaire die daardoor wereldberoemd is geworden. Toen Monica Lewinsky een paar dagen geleden door de opdringende gelederen van alle soorten pers onder bescherming van haar vader naar de deur van haar ouderlijk huis worstelde, deed ze denken aan de heer Docters van Leeuwen die, lopend naar zijn auto 'Schande!' riep tegen de eenzame verslaggever van het televisiejournaal.

Het is hinderlijk, het kan onverdragelijk worden, maar moeten we daaruit concluderen dat 'de media' het gedaan hebben? Welke media hebben wat gedaan? Iedere grote affaire heeft een kern. Dat is de inzet. Het eenvoudigst is het gesteld met de Britse prinses van wie een wereldpubliek niet genoeg kan krijgen. Hebben daardoor 'de paparazzi haar de dood ingejaagd'? Zo'n conclusie is een triomf van de slachtoffercultuur.

Er zat geen dronken paparazzo achter het stuur van haar auto. Het ging, en het gaat nog altijd in deze affaire om een vorm van beroemdheid waaraan ongelofelijk veel geld te verdienen valt. Er is deze week weer eens een boek verschenen waarin nieuwe onthullingen worden gedaan. In de speelgoedwinkels is een poppenmodel van haar in trouwjapon te koop. De kleine meisjes die haar 'bewonderen' willen de pop hebben. Het boek wordt gekocht door de mensen die de schuld van haar dood aan de paparazzi toeschrijven.

Wie ervoor kiest om op een bepaalde manier wereldberoemd te worden (en zo lang mogelijk te blijven), vermindert daarmee de kans op een lang leven. Dat is de andere kant van de zaak. De paparazzi kunnen hinderlijk, onbeschoft, walgelijk zijn, maar ze hebben hun prooi niet uitgevonden.

De kern van iedere politieke affaire is macht, en daarin is de publiciteit altijd een wapen dat iedere partij wil monopoliseren (en dan boos is als het averechts werkt). Eén manier om te proberen dat wapen van de openbaarheid in handen te krijgen, is te lekken. Niet 'de media' met alle wetenschap te bedelen, maar een uitverkoren journalist bepaalde wetenschap prijs te geven in de hoop dat die er raad mee zal weten, d.w.z. zo te gebruiken dat de vijand schade wordt toegebracht.

Als het betrokken medium de informatie naar eer en geweten heeft getoetst en openbaar heeft gemaakt, en daaruit ontstaat een 'schandaal', dan is dat niet de schuld van het lek en zijn medium maar van degenen die de voorkeur aan de doofpot hadden willen geven, en nu boos zijn. Ieder schandaal bevat een waarheid die een van de partijen verborgen had willen houden. 'Maak van de journalist geen volksvijand', schreef Hans Laroes vorige week op deze pagina. Dat is wat de verliezer in het schandaal per slot van rekening het liefst wil: de vermoorde onschuld zijn met 'de media' als daders.

Bij de nog onbekende waarheid van de affaire Monica Lewinsky, draait het in laatste instantie niet om de moraal of de wet, maar om de zeer grote macht, en de vraag wie die de komende jaren zal uitoefenen. Daar is nu een nieuw stadium bereikt. De president en de stagiaire hebben iets gedaan of niet gedaan dat in ieder geval verboden is en waarvan iedereen verstand heeft. Ze worden omringd door tientallen die de 'machtigste man van de wereld' fanatiek haten of hem beschermen. Alle media willen hun bijdrage tot welke kant van de problematiek dan ook leveren. Allen die partij zijn, lekken, of ze iets van belang te vertellen hebben of niet.

Er woedt een orkaan van publiciteit. Wie geen lek kan vinden, verzint er een. Voor het eerst blaast men op Internet een serieuze partij mee. Maar komt de waarheid daardoor aan het licht? Het is een doolhof na een aardbeving waarin bijna iedereen probeert elkaar de weg te wijzen en niemand elkaar nog vertrouwt. Nooit is het zeker of niet deze of gene een geheim microfoontje in de kleren draagt. Als het erop aankomt de aanwijzingen of de bewijzen te wegen, lijkt het alsof de exegeten van een esoterische sekte elkaar te lijf gaan. Daardoor komt de affaire in het nieuwe stadium. Het zoeken naar de waarheid, of naar een waarheid die een macht dient, is tot een fantastisch schouwspel geworden, absurdistisch toneel.

En nu keert het publiek zich van deze openbaarheid af. Het gaat goed in de Verenigde Staten, meer groei, meer werkgelegenheid en minder inflatie en misdaad dan in jaren het geval is geweest. Het is allemaal tot stand gebracht onder het presidentschap van Clinton. Volgens de laatste enquête van de Wall Street Journal en NBC vindt 79 procent dat hij zijn eigenlijke werk goed doet. Wat er wel of niet in het Oval Office is gebeurd kan van belang zijn voor de ex-stagiaire, de president, de reputatie van Kenneth Starr, maar daarover moeten ze het volk niet aan het hoofd blijven zeuren. De partijen en de media hebben zich tegen zichzelf gekeerd: ze worden niet meer ernstig genomen.

Laatste nieuws. Kenneth Starr heeft nu ook de moeder van Monica Lewinsky op de korrel genomen. Wordt het een uitnoding om onder bescherming van de wet haar dochter te verraden? In het proces dat Paula Jones tegen de president voert, zit het hem niet mee. Maar Saddam blijft de grote vijand. De zenuwenoorlog die tegen Irak wordt gevoerd, maakt uitstel met de kans op een vreedzame oplossing iedere dag moeilijker. Het is een wonder dat het staatshoofd met zijn regering kennelijk zijn kalmte nog bewaart. Van alle kanten wordt het publiek met nieuws bestormd. Het heeft tot nu toe zijn onderscheidingsvermogen bewaard, en Paula en Monica met Kenneth en hun media bij de figuranten gezet. Voorlopig.