Amsterdam weet het beter

Richter Roegholt genoot gisteravond een volkse maaltijd in het Amsterdamse Theater Instituut ter ere van de honderdste verjaardag van Bertolt Brecht. De Amsterdamse historicus is zijn leven lang liefhebber van Brecht geweest. Het toeval wil dat Roegholt ook sinds jaar en dag zitting heeft in de commissie die over de Amsterdamse straatnamen gaat.

Als Roegholt op 24 november 1981 niet op reis was geweest, dan zou een straat in Amsterdam Zuidoost nu correct zijn gespeld. Op die datum besloot de Straatnamencommissie namelijk tot de naam Berthold Brechtstraat. De rest van de wereld heeft het over Bertolt Brecht. “Ik heb daar schriftelijk tegen geprotesteerd, maar het besluit stond vast”, zegt Roegholt, “met deze spelling ben je de risee van de wereld.”

Hoe kwam Brecht aan zijn voornaam? Bertolt Brecht werd in 1898 in het bevolkingsregister van Augsburg ingeschreven onder de naam Eugen Berthold Brecht. Met zijn tweede voornaam werd hij vernoemd naar zijn vader, de papierfabrikant Berthold Friedrich Brecht. Als de Amsterdamse straatnaamgevers per se de geboortenaam wilden hanteren, dan mocht Eugen niet ontbreken: met die naam werd hij tenslotte aangesproken. “Mein Eugen ist doch ein Mordskerl” placht vader Brecht de eerste lyrische uitingen van zijn zoon te beschrijven.

Zijn debuut maakte Brecht in 1913 met een gedicht in het schooltijdschrift 'Die Ernte' onder het pseudoniem Bertold Eugen. Hier zien we al dat Brecht graag publiceerde onder zijn tweede voornaam, waarvan de h is weggenomen en de d nog wordt gehandhaafd. Vanaf juli 1916, als hij kritieken gaat schrijven voor de 'Augsburger Neuesten Nachrichten', signeert hij met Bert Brecht. In 1921, als Brecht naar Berlijn verhuist, vindt de voornaam zijn definitieve vorm. Door zijn samenwerking met de toneelschrijver en dichter Arnolt Bronnen verving Brecht de d van Bertold door een t; onder de firmanaam 'Arnolt und Bertolt' wilden de vrienden het reclamevak in. Daarna is al Brechts toneelwerk onder die voornaam verschenen, en zo wordt de schrijver overal herdacht.

Alleen Amsterdam blijft eigenwijs. Naar aanleiding van mijn oproep vorig jaar om de naam te veranderen, kwam het onderwerp ter tafel van de Amsterdamse Commissie voor de Straatnamen. Commissielid Vroom kwam tot de conclusie dat 'drie naamsvarianten' voorkomen, aldus de notulen van de vergadering van 21 februari 1997. “Hij ziet dan ook geen reden waarom de naam zou moeten worden ingetrokken.”

Een wonderlijke argumentatie: er zijn nog twee andere namen in omloop, dus is dit 'niet echt fout'. Opportunisme moet hier de raadgever zijn geweest: het veranderen van een straatnaam heeft consequenties voor registers, particulieren en makers van kaarten, stratenboekjes en telefoongidsen. Brecht had er misschien wel om gelachen en verwezen naar zijn Dreigroschenoper: Als sie drin standen vor dem Standesamt,/ wusste er nicht woher ihr Brautkleid stammt,/ Aber sie wusst ihren Namen nicht genau.