Algerije

Sinds tientallen jaren heb ik niet meer gedemonstreerd. Ik was toch al nooit zo'n goede demonstrant. Spreekkoren en spandoeken, het moest al heel gek lopen of ik had er wat op aan te merken. En anders vond ik wel dat ik er eigenlijk te weinig van afwist. Aan zo'n demonstrant heeft niemand wat.

Het scandeert ook niet lekker. Maar nu is het bijna met heimwee dat ik terugdenk aan die goeie ouwe demonstraties van vroeger. Want right or wrong, die stoeten namen de moeite dan toch maar om een of andere in principe altijd onwelgevallige positie kenbaar te maken. Enige twijfel inzake de instantie tot wie zo'n stoet zich richtte deed zich daarbij in het geheel niet voor. De boodschap was bestemd voor het ministerie van Onderwijs, of voor een college van decanen, of voor niemand minder dan de president der Verenigde Staten. Een demonstratie, dat was een tijdrovende en ook fysiek uiterst omslachtige manier om een mededeling te doen die ver boven het louter individuele uit wenste te stijgen. Maar ook fêteerde en verstevigde een demonstratie haar deelnemers - niet helemaal ongelijk een religieuze plechtigheid, die al evenzeer ten doel heeft om tot een droom van eensgezinsheid te geraken, juist als alle deelnemers na afloop weer uiteen zullen vallen tot het losse zand dat de mensheid buiten een paar hoogtijdagen om is. Zoveel ongeveer dacht ik ervan te begrijpen. Maar nu. Zoals elk ander heb ik de afgelopen maanden de krantenberichten gevolgd over die slachtpartijen in Algerije. Het waren berichten die bij de lezer een ellendig gevoel van overbodigheid veroorzaakten, van nergens mee te maken hebben, en er niets van begrijpen. Ik zal niet proberen ze samen te vatten. Van verstandig nieuw commentaar voorzien kan ik ze al helemaal niet. Toen ik hoorde dat er op aanstaande zaterdag door het Comité Stop het Geweld in Algerije in samenwerking met Amnesty International een demonstratie georganiseerd wordt, dacht ik alleen maar: Daar ga ik dan maar naar toe.

Maar omdat ik meteen al begon te vrezen voor zo'n heel droevige want bijna onzichtbare demonstratie van veel te weinig mensen wierp zich in mij een kleine agitator op, die me op de man af vroeg om er dan ook maar een een paar woorden aan te wijden. En toen merkte ik dat dat helemaal niet ging. Want er was niets waarover ik niet aarzelde. Wat immers wilde ik dan zeggen, als demonstrant? En tegen wie dan wel? De Algerijnse regering? De vastbesloten onwil van die regering om van welke zijde dan ook enig blijk van verontrusting ook maar voor kennisgeving aan te nemen is keer op keer gebleken. Door Frankrijk noch de Europese Unie noch Amerika laat die regering zich iets zeggen. Daarbij wil het ongeluk dat deze regering, op matige tot dubieuze gronden voor democratisch versleten door de landen van de Unie, de hand boven het hoofd gehouden wordt. Zodat zij alleen maar beleefd hun twijfel kunnen uitspreken aan het vermogen van deze regering om haar eigen burgers te beschermen, wat op zichzelf al een meesterstukje van diplomatieke formulering is. Dank zij de weigerachtigheid van diezelfde regering om enige internationale onderzoekscommissie toe te laten, is het volkomen ondoorzichtig wie er wie uitmoordt in die verschrikkelijke weekends in het westen van Algerije. Sinds kort gaan er stemmen op die beweren dat het de regering zelf is die de grootste baat heeft bij de enorme ontwrichting van het land. En dat het zelfs heel goed zo zou kunnen zijn dat het leger, al dan niet in de vorm van speciale eenheden, erachter zit. Bij dat alles worden de media gemangeld tussen wat dan de seculiere overheid zou moeten zijn en de te vuur en te zwaard bestreden fundamentalisten. Intimidatie, mishandeling, ontvoering en moord: sinds een jaar of tien zijn dat de lotgevallen van - ook - de journalisten. Een paar honderd van hen oefenen hun functie niet meer uit; ze zijn dood of het land uit. Hoe zinvol is het om die regering aan te spreken? Of moet zij, alles wel beschouwd, de voornaamste hoop vormen voor de demonstranten? Gezien de plaats van de demonstratie - in Amsterdam, en niet in de ambassadestad Den Haag - heeft men geopteerd voor een zo min mogelijk confronterende koers. Aan de andere kant kan het merendeel van de gestelde eisen, of laat ik ook eens diplomatiek zijn: de geuite verlangens, alleen maar gericht zijn op de Algerijnse overheid. Het zijn verlangens, in wezen zo door en door apolitiek, dat je alleen maar kunt hopen dat ze op een goede dag zelf het simpele uitgangspunt zullen vormen: geen geweld van burgers tegen burgers, bescherming van burgers door de overheid, vrijheid van meningsuiting - ook voor de minder graag ontmoete oppositie.

Wordt er ook nog iets gezegd tegen de Nederlandse regering? Of via haar tot de Europese Unie? Dat hoop ik dan maar. Tot dusver kwam de naam van Nederland niet voor in het hoogst overzichtelijke rijtje van Europese landen die althans een poging hebben gedaan om hun grote verontrusting te laten blijken. Maar zelfs als de demonstratie in beide richtingen helemaal niets zou uithalen, dan nog zou ik het de moeite waard vinden om mee te lopen. Als er ook maar één Algerijn is, hier of daarginds, die zich door een demonstratie in Amsterdam een beetje gesteund kan voelen in het eigen afgrijzen voor die ongrijpbare nachtelijke legers met hun messen en bijlen, dan is wat mij betreft een belangrijk, want aan alle politiek voorafgaand, doel al bereikt.

Zaterdag 14 februari op de Dam, alwaar om 13 uur optredens en om 14 uur de demonstratie. Om 15 uur optredens in het Vondelpark. Giro 6991640 tnv. SAIA Amsterdam onder vermelding van 'Stop Geweld Algerije'.