Yorkshire Pudding

“Waarom heb ik geen Yorkshire pudding”, vroeg ik verbaasd.

“Jij hebt lamsvlees”, was het antwoord.

“Ach toe, jij hebt er twee gekregen, geef mij er een van jou?”

“Nee”, zei mijn vriend, een echte Brit, “je bent nu lang genoeg in Engeland om te weten dat je Yorkshire pudding alleen met rundvlees eet!”

Och, wat was ik kwaad! “Dat de Engelsen beleefd zouden zijn”, snauwde ik hem toe, “is een fabeltje. Maar dat wij Nederlanders denken dat jullie conservatief zijn, dat klopt behoorlijk!”

We zaten in een pub en aten Sunday lunch. Het was een klein, gezellig kroegje. De open haard was aan, en alle tafeltjes waren bezet. Jong en oud zat lekker te smullen en met al dat driftige getik van de messen en vorken op de borden, het drukke praten en de glazen die steeds weer gevuld werden, was het soms moeilijk om elkaar te verstaan. Maar mijn vriend had me wel goed verstaan, en bood me na een paar minuten toch een Yorkshire pudding aan.

“Het is aardig aangeboden”, zei ik poeslief, “maar eet hem nu maar lekker zelf op.”

Sunday lunch is altijd een groot stuk vlees, dat in zijn geheel de oven in gaat, een roast. Het kan rund- of varkensvlees zijn, een lamsbout of een hele kip; de vleessoort maakt niet uit. Een roast wordt gegeten met aardappelen, twee soorten groenten, jus, en afhankelijk van de vleessoort, met de specifiek daarbij behorende saus. Het is de saus die het eten af maakt.

Engelse kinderen spelen een spelletje dat hierover gaat. Ik ben er nog steeds niet erg goed in en ik vind het ook nog steeds een beetje vreemd. Als we buiten lopen en schapen zien, is het de sport om de eerste te zijn die de saus kan noemen die bij lamsvlees geserveerd wordt, mintsaus in dit geval. Wie kippen ziet moet broodsaus zeggen, wie varkens ziet zegt appelmoes, bij koeien is het juiste antwoord mierikswortelsaus, maar mosterd is ook goed; fazant wordt gegeten met aalbessengelei; enzovoorts.

Yorkshire pudding wordt gemaakt van een soort pannenkoekenbeslag, maar dan met veel meer eieren, en in de oven rijst het tot mooie goudbruine ronde bakjes. In Yorkshire eten ze het ook als toetje, met stroop, maar in het zuiden van Engeland wordt het alleen met jus gegeten, als extra gerecht bij de warme maaltijd, of tenminste, dat dacht ik. Nu bleek dus dat het alleen met een roast van rundvlees wordt gegeten.

Hoe lang woon ik hier nu al? Al meer dan twee jaar, maar de finesses van de Engelse keuken ontglippen mij nog steeds. Het is een keuken waar veel over te leren valt, met erg veel gerechten waar ik nog nooit van had gehoord. Het is typisch een keuken die zich slecht leent voor massaproductie. Echter, op kleine schaal bereid door een goede kok, dan is Engels eten echt heel lekker.

Natuurlijk eten de Engelsen ook pizza en spaghetti, en net als in Nederland kun je ook hier steeds meer buitenlandse dingen kopen. Rookworst bijvoorbeeld was hier tot voor kort niet te krijgen, maar tegenwoordig wel, geïmporteerd uit Nederland.

Zodoende had ik een keer boerenkool met worst kunnen koken, voor mijn vriend en zijn broer, en een keer zuurkool met worst. De zuurkool was trouwens geïmporteerd uit Polen, maar smaakte hetzelfde als bij ons in Nederland.

De broer van mijn vriend had kennelijk de rookworst erg lekker gevonden, want toen we weer eens een keertje bij hem aten, kregen we rookworst te eten, met rode kool en aardappelen.

“Wat is dit nu?” stotterde ik, “in Nederland eten we rookworst alleen met...”

Ik zag een dikke glimlach verschijnen op het gezicht van mijn vriend. “Wat kunnen Nederlanders toch onbeleefd zijn”, zei hij, “en conservatief!”