Witte rozen voor opstandelingen in Chittagong in ruil voor vrede

In de oostelijke heuvels van Bangladesh werden vanochtend wapens voor witte rozen geruild. Na ruim 20 jaar van oorlog heeft het rebellenleger Shanti Bahini de vrede met de Bengaalse regering getekend.

NEW DELHI, 10 FEBR. Witte rozen markeerden vanochtend in het stadion van Khagrachhari, een stadje in het oosten van Bangladesh, het einde van een oorlog die de afgelopen twintig jaar naar schatting aan 20.000 mensen het leven heeft gekozen. Ruim 700 rebellen van de Shanti Bahini, het 'vredesleger' van een aantal boeddhistische stammen in de heuvels van Chittagong - in het grensgebied met Birma en India - legden daar vanochtend tijdens een plechtige ceremonie demonstratief de wapens neer in het bijzijn van nagenoeg het voltallige kabinet van de Bengaalse premier Sheikh Hasina, enkele honderden diplomaten en 25.000 toeschouwers.

Rebellenleider Shantu Larma van de Chakma-stam was de eerste die zijn geweer overhandigde aan premier Hasina. Zij gaf hem er een boeket witte rozen voor terug. Daarna volgden de overige rebellen het gebaar van Shantu Larma. Verwacht wordt dat voor het einde van de maand nog eens 1.200 rebellen hun wapens inleveren.

Tegelijkertijd werd in een groot deel van Bangladesh gestaakt. De oppositie onder leiding van oud-premier Begum Khaleda Zia had opgeroepen tot de staking uit protest tegen het omstreden vredesverdrag met de opstandelingen.

Volgens de oppositie, een rechts-islamitische alliantie onder leiding van de Bengaalse Nationalistische Partij (BNP) van Begum Khaleda Zia, is het vredesverdrag van de regering met de opstandelingen “eenzijdig en onaanvaardbaar”. De BNP vreest dat de vredesovereenkomst schadelijk is voor een kleine half miljoen Bengaals sprekende kolonisten in de tribale regio in de heuvels van Chittagong. Zij vormen ongeveer eenderde van de bevolking in het gebied. De BNP stelt dat de Bengali's al hun politieke rechten zullen verliezen onder het verdrag.

“Elke poging om geweld uit te lokken zal met harde hand worden neergeslagen”, zei premier Hasina vanochtend. “We willen geen bloedvergieten meer in Chittagong, maar een vreedzame samenleving van alle bewoners. De stamleden in de heuvels van Chittagong zijn ook burgers van dit land en hebben net zoveel rechten als wij.”

Na hun overgave krijgen de rebellen algemene amnestie van de regering. Verder betaalt de regering 50.000 taka (ongeveer tweeduizend gulden) aan elke rebel. Familieleden van rebellen krijgen speciale kredieten om kleine industrieën of tuinbouwbedrijven op te zetten. De stammen krijgen daarnaast grote invloed in het lokale bestuur in de regio. Volgens de verdragstekst wordt een speciale regionale raad opgericht waarin de stamleden een meerderheidsstem krijgen. De leider van de raad krijgt in Bangladesh de status van minister. De regionale raad krijgt de verantwoordelijkheid voor onder andere de lokale politie en de invoering van een eigen tribale wetgeving. Alles bij elkaar wil de regering van Bangladesh voor ongeveer een miljard gulden investeren in de ontwikkeling van de regio.

De jungles in het heuvelachtige district Chittagong vormen al tientallen jaren een omstreden gebied. Kort nadat het voormalige Oost-Pakistan na een bloedige oorlog in 1971 overging in de onafhankelijke staat Bangladesh, brak de stammenopstand in het oosten van het land uit. De stammen, onder leiding van de Chakma's, vormden het Shanti Bahini-leger om hun eigen taal en cultuur in het nieuwe moslim-land te behouden. De rebellen eisten verregaande autonomie in hun regio. Maar de toenmalige regering van de nieuwe staat voelde niets voor een autonome regio binnen de grenzen.

De jungle-oorlog escaleerde toen de boeddhistische buurstaat Birma aan het einde van de jaren zeventig honderdduizenden Indiase moslims over de grens met Bangladesh zette. Ruim 50.000 Chakma's en leden van kleinere stammen vluchtten naar de Indiase deelstaten Tripura en Mizoram.

De laatste jaren stierven dagelijks vluchtelingen in de Indiase opvangkampen aan ziektes, honger en uitdroging. Eind vorig jaar sloten Bangladesh en India een overeenkomst voor de terugkeer van de vluchtelingen naar de Chittagong Heuvels. De meesten van hen zijn inmiddels teruggekeerd in Bangladesh.

Eind vorig jaar werd een doorbraak bereikt na een onderhandelingsproces tussen de regering en de rebellen dat was begonnen in 1985. “We beginnen opnieuw”, zei rebellenleider Larma toen het vredesverdrag werd getekend. Tevergeefs riep hij de oppositiepartijen op mee te werken aan de uitvoering van het verdrag. De BNP is sinds de ondertekening van het vredesakkoord niet meer in het parlement verschenen. Bij verschillende bijeenkomsten van de partij in de hoofdstad Dhaka braken rellen straatgevechten uit tussen voor- en tegenstanders van het verdrag. Op verschillende plaatsen werden bruggen vernietigd en huizen in brand gestoken.