Taartjes bakken

Ideale fouten & foute idealen. Door Ton Maas en Frits Smeets. Contact, ƒ 29,90

Leren moet. Een mens die niet leert kan nooit gelukkig zijn. Een organisatie die niet leert overleeft niet. “Menselijk leren is het Ware, het Goede en het Schone. We zijn op aarde om te leren”, zo schrijven Ton Maas en Frits Smeets in Ideale fouten & foute idealen. In het boekje staan vele observaties en overdenkingen over leren waar menigeen in het bedrijfsleven zijn voordeel mee zou kunnen doen. Zo schrijven Maas en Smeets dat kwaliteit en kwantiteit verschillende grootheden zijn waartussen geen causaal verband bestaat. Van tien trainingen leer je niet meer dan van negen. Hun denkbeelden zijn gebaseerd op de theorieën van de filosoof/dichter/experimenteel wetenschapper Gregory Bateson.

Ook een belangrijk onderscheid is dat tussen structuren en processen. Fietsen bijvoorbeeld is een proces. Om te leren fietsen wordt het proces in stukjes gehakt; er wordt structuur aangebracht. Zodra iemand kan fietsen verdwijnt de structuur weer. Die zakt weg uit het bewustzijn. Het hele lichaam - niet alleen de hersenen - weet nu hoe je moet fietsen.

Een ander oervoorbeeld van het verschil tussen structuren en processen is het zeven van zand in de zandbak en er taartjes van 'bakken'. “De zeef en de vorm zijn twee hulpmiddelen die elk een ander soort mentaliteit vergen. Zeven is iets door een raster gieten zodat alles wat kleiner is dan de gestelde limiet erdoor valt en alles wat groter is in de zeef achterblijft. Zeven is grenzen stellen en ze daadwerkelijk bewaken. Vormpjes opvullen is het bepalen van de verhoudingen binnen gegeven grenzen; het is je aanpassen. De zeef staat voor structuur en logica; de taartvorm voor proces en chronologica. De structuurliefhebbers en fatsoensrakkers onder ons doen niets liever dan zeven. Ze vinden dat 'die anderen' romantische dromers zijn die denken dat wet en regelgeving niet nodig zijn en dat je zomaar taartjes kunt bakken. Die anderen noemen de structuurliefhebbers een stelletje muggenzifters zonder gevoel, die voortdurend controleren of hun regeltjes wel kloppen. Aan taartjesbakken komen ze op die manier nooit toe.”

Moderne organisaties leggen meer nadruk op processen dan op structuren. Zodra de vraag wordt gesteld hoe de organisatie is ingericht, worden echter nog steeds de bekende harkjes getekend. Het denken in structuren is moeilijk uit te bannen en blijft tot op zekere hoogte waarschijnlijk noodzakelijk.

Veel zaken die voor ons vanzelfsprekend zijn, zijn aangeleerd, zo tonen Maas en Smeets aan. Een foto is voor ons een afbeelding. Voor vele Papoea's echter is het een vel met grijze en zwarte vlekken. Zij hebben niet geleerd om een tweedimensionale weergave te zien van een ruimtelijke voorstelling. Dichter bij huis is de timmerman die meer ziet in een stuk hout dan de leek. Hij interpreteert de informatie niet alleen anders, maar hij ziet daadwerkelijk meer als “resultaat van een langdurig en consistent leerproces”.

Het verschil in optreden tussen Amerikaanse en Europese topmanagers blijkt te zijn ontstaan aan de ontbijttafel, zo is af te leiden uit een onderzoek naar de verschillen tussen Amerikaanse en Engelse officieren in de Tweede Wereldoorlog. “Aan de Engelse ontbijttafel waren het de ouders die het woord voerden en de kinderen die in stilte toekeken, terwijl aan de Amerikaanse ontbijttafel de kinderen het hoogste woord hadden, terwijl de ouders toekeken en de kinderen aanmoedigden.” In het Europese model hangt de dominante en verzorgende rol samen met optreden, terwijl in de Amerikaanse traditie dominantie en verzorging samengaan met toeschouwen. “Een Engelse officier zal dus geneigd zijn zijn mannen met gezag toe te spreken en zelf een voorbeeld te stellen, terwijl een Amerikaanse officier eerder tussen 'zijn jongens' in zal gaan staan om ze een bemoedigende por in de ribben te geven.”

Zo roeren Maas en Smeets in het boekje zeer uiteenlopende onderwerpen aan, tot straatgeweld aan toe. “We zijn ervan overtuigd dat het probleem van vandalisme en jeugdcriminaliteit niet gevormd wordt door agressie maar door het feit dat de betreffende kinderen niet geleerd hebben dat hun gedrag gevolgen voor henzelf en de omgeving heeft.” De tv, waarmee kinderen zijn opgevoed, reageert niet als ze niet kijken of weglopen, reageert niet op welk gedrag dan ook. Dat “geeft voeding aan de opvatting dat het eigen gedrag in veel opzichten zonder consequenties is”. Dat leidt tot onverschilligheid jegens slachtoffers. “Eens kijken wat er gebeurt als je er een mes in steekt. Best een grappig effect, dat gillen.”