Strategisch schuiven en vegen in een mystieke sfeer

Curling is voor het eerst een olympische sport. In Karuizawa nemen mannen en vrouwen een bezem ter hand om een steen over ijs te helpen glijden. Schaken op het ijs, zeggen de beoefenaars. 'Go on boy, go on!'

KARUIZAWA, 10 FEBR. Bij het binnenrijden van Karuizawa wordt het oog gestreeld door pittoreske land- en theehuisjes omringd door struikgewas en een bijzonder soort bomen. Een dikke laag sneeuw geeft het tuindorpje een idyllisch karakter. Geen moment wordt de indruk gewekt dat hier op olympisch niveau aan sport wordt gedaan. Pas bij het naderen van grote lichtmasten van een sport- en golfpark verschijnen borden waarop wordt verwezen naar curlingwedstrijden ter gelegenheid van de Winterspelen van 1998. Het is de Kazakoshi Park Arena.

Vanuit een sporthal klinkt Japanse muziek. Rustige, mystieke klanken die afwijken van het lawaai dat bij sportwedstrijden doorgaans de toon zet. Binnen heerst de sfeer van een familiereünie. Wordt hier curling gespeeld? Nee, dit is een ontspanningsruimte.

Curling wordt gespeeld in een aanpalende hal. Op een ijsvloer zijn in de lengte vier banen uitgezet met aan elk eind een cirkel met in het centrum een ronde rode vlek. Een dweilmachine veegt het ijs schoon, waarna een man met een tankje op zijn rug en een sproeier in zijn hand elke baan met water besprenkelt. Hierover zal straks een curlingspeler effectvol een granieten steen met handvat laten glijden. Hij probeert de steen in de cirkel te laten landen, zo dicht mogelijk bij het centrum, in een scoringspositie. De tegenpartij zal dat ook doen en zo mogelijk de steen van de ander proberen weg te stoten. Ieder team heeft de beschikking over een aantal stenen, waardoor het beeld van een partijtje pétanque ontstaat.

Degene die de steen over het ijs laat glijden, zet zich af op een blokje. Daardoor kan hij enige tijd met de steen meeglijden om zodoende nauwkeurig te kunnen schuiven. De manier waarop de steen wordt weggeschoven is bijzonder. Door in een halve, voorwaartse spagaat (voorste been gehurkt, achterste been gestrekt) te bukken, kan de schuiver over de steen heenkijken en proberen in te schatten waar deze terechtkomt. Hij geeft de steen een lichte draai (een krul, vandaar curling) om hem met effect om een andere steen heen te kunnen schuiven.

Mocht de steen niet voldoende vaart krijgen, dan staan twee teamleden met een bezem klaar om een handje te helpen. Door stevig met de nylonborstel te boenen, smelt het ruwe (door eerder aangebrachte druppels water) oppervlak en wordt de wrijving tussen het ijs en de steen minder. Op die manier kunnen de vegers de snelheid en richting bijsturen. Wanneer de druppels beschadigd worden of breken kan er niet goed meer worden gespeeld. De gepolijste granieten steen reageert op elke oneffenheid. Spelers maken daarom de steen eerst goed met hun bezem schoon, voordat ze hem schuiven.

Rondom de cirkel staat de skip, de aanvoerder van het team van vier leden. Zij geeft aan waar de steen moet stoppen. Zij bepaalt zo de strategie, bijvoorbeeld de stenen van de tegenpartij van het centrum weghouden om de eigen stenen in een gunstige positie te brengen. Zij mag ook met een bezem bijsturen. Wanneer alle stenen zijn gebruikt, wint het team dat zijn stenen het dichtst bij het centrum heeft liggen. Elke wedstrijd bestaat uit tien spelletjes, zogenoemde ends.

Dat vegen is een beetje lachwekkend. Cynisme ligt op de loer wanneer twee vrouwen (de leeftijd varieert van ongeveer achttien tot ver over de veertig) om het hardst boenen. Wanneer de Amerikaanse skip de boensters aanmoedigt kost het moeite niet in de lach te schieten. “Sweep, sweep hard, harder, realy hard!” Soms schreeuwt ze de steen toe. “Go on, boy, go on!” Ze kan er wat van.

Op de tribune, waar een kleine honderd dorpelingen uit Karuizawa zich tussen de familie en kennissen van de curlingspelers hebben genesteld, schreeuwt een baby het uit van de schrik. Wanneer een steen precies op de goede plaats stopt, wordt geapplaudisseerd en zelfs door een enkeling luidkeels gejuicht.

Curling wordt door de beoefenaren zowaar schaken op ijs genoemd. Daarmee proberen ze duidelijk maken dat er heel wat strategisch denk- en schuifwerk aan te pas moet komen. Een wedstrijd kan meer dan twee uur duren. En het moet gezegd: wanneer het einde van de wedstrijd nadert neemt het concentratievermogen bij de spelers zienderogen af en staan er zweetdruppels op de vegers.

Curling is niet alleen een kwestie van vaardigheid, maar ook van ervaring. “Het leuke aan curling is dat het geen krachtsport is, maar een precisiesport”, zegt Steve Brown, coach van de Amerikaanse vrouwenploeg. “Mannen en vrouwen kunnen tegen elkaar spelen, maar mannen winnen niet per definitie van vrouwen.”

Curling is van Schotse oorsprong. Eeuwen geleden werd op een bevroren meer al menige steen geschoven. Immigranten brachten het spel naar Canada en ontwikkelden de regels en het materiaal verder. Van de bijna twee miljoen mensen die in de wereld aan curling doen, telt Canada er ruim een miljoen: er zijn 1.300 curlingclubs. De Verenigde Staten tellen 20.000 curlingspelers. “Het is de macht van het getal”, zegt de Amerikaanse coach Steve Brown. “Omdat ze veel meer curlingspelers hebben dan in andere landen, is het niveau in Canada het hoogst.”

Al in 1924 stond curling op het programma van de Winterspelen. Maar meer dan een demonstratiesport was het niet. Medailles werden niet uitgereikt. Sindsdien mochten de curlingspelers nog drie keer hun kunsten op de Spelen demonstreren. Maar pas voor de Winterspelen van 1998 werd curling gepromoveerd tot een echte olympische sport. Acht landen (zowel met vrouwen- als mannenteams) spelen mee in Japan. Wanneer curling een succes wordt in Karuizawa, wordt het aantal deelnemende landen over vier jaar in Salt Lake City verhoogd tot tien.