Residentie Orkest

In het artikel 'Een molen op zee' van Dieuwke Grijpma over kunst en cultuur in Den Haag (6 februari) merkt de directeur van het Mauritshuis, Frederik Duparc, op dat mensen in Nederland steeds meer evenementgericht worden. Als voorbeeld noemt hij het Residentie Orkest dat niet goed loopt, tenzij Yehudi Menuhin er optreedt.

Hoewel zijn stelling wellicht een kern van waarheid bevat, is het door hem gekozen voorbeeld weinig gelukkig. De gemiddelde zaalbezetting van het Residentie Orkest in Den Haag over de periode 1 september 1997 tot en met zondag 8 februari jongstleden (31 concerten) bedroeg namelijk 88 procent. Dat is gemiddeld 1.672 bezoekers per concert op een zaalcapaciteit van 1.890 stoelen: ook zonder Yehudi Menuhin is er voor het Residentie Orkest dus volop publieke belangstelling.

De auteur merkt voorts op dat de huidige slogan 'Royal The Hague' in Den Haag niet of nauwelijks wordt waargemaakt. Ook dat vraagt om een aanvulling. Sinds eind jaren veertig tot vandaag de dag verzorgt het Residentie Orkest namelijk jaarlijks een Prinsjesdagconcert (derde dinsdag van september) en Koninginneconcert (30 april). Voor deze concerten, die op feestelijke wijze met het Wilhelmus beginnen, bestaat altijd al grote belangstelling. Op 31 januari jongstleden verzorgde het Residentie Orkest ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Koningin Beatrix voor het eerst een Majesteitsconcert. En ook dit concert was al weken van tevoren uitverkocht. Daarom heeft het Residentie Orkest onlangs besloten deze drie concerten in het komende seizoen te bundelen tot een 'Oranje-serie'. Aan het Residentie Orkest zal het dus niet liggen om van Den Haag een 'koninklijk veelzijdige' stad te maken: en het publiek weet dat!