PvdA: tijdelijke koopkrachtverbetering is onvoldoende; Kamerlid Van Zijl kritiseert maatregelen van partijgenoot Melkert

Om de koopkracht op peil te houden krijgen sommige groepen een extraatje. Maar als het bij een eenmalig bedrag blijft, is het Kamerlid Van Zijl (PvdA) niet tevreden.

DEN HAAG, 10 FEBR. Het kabinet heeft een fout gemaakt en de Tweede Kamer vindt dat het die moet herstellen. De fout bestaat uit het onvoldoende onderkennen van de gevolgen voor het loonstrookje van de burger van een groot aantal veranderingen in de belastingen en sociale premies. Zo zijn door het verschuiven van de WAO-premie van werknemer naar werkgever bepaalde groepen erop achteruit gegaan. Het kabinet is er niet in geslaagd de ingewikkelde operatie zodanig vorm te geven dat niemand er op zijn loonstrookje iets van heeft gemerkt.

Maar tussen kabinet, bij monde van PvdA-minister Melkert (Sociale Zaken), en de Tweede Kamer, vertegenwoordigd door Melkerts partijgenoot J. van Zijl, bestaat geen overeenstemming over de vraag of er een fout is gemaakt, noch over de manier waarop die fout zou moeten worden hersteld. In een door alle fracties gesteunde motie riep Van Zijl het kabinet op tot maatregelen om de loonstrookjes van 1998 weer in overeenstemming te laten komen met die van vorig jaar.

Volgens Van Zijl is bij de PvdA-achterban de opstelling van de minister (“Ik compenseer, maar overigens is er niets aan de hand”) niet begrepen. De bewindsman maakte twee weken geleden in een debat duidelijk dat niet gevreesd hoefde te worden dat de beloofde koopkrachtverbetering voor iedereen niet door zou gaan, ook al vielen de loonstrookjes tegen. Desondanks zegde Melkert compenserende maatregelen toe. Veel Kamerleden proefden hierin een verkiezingsstunt, temeer omdat Melkert erbij zei dat de compensatie zich uiterlijk op het loonstrookje van april zou doen gevoelen. De Kamerverkiezingen zijn op 6 mei.

Aanvankelijk stelde de minister voor om elke burger honderd gulden te verstrekken, nadat zijn poging om iedereen tweehonderdvijftig gulden met hoongelach was begroet door zijn collega's in het kabinet. Uiteindelijk lijkt ook de 'generieke' honderd-guldenmaatregel ter waarde van in totaal anderhalf miljard het niet te halen. De Kamer had ook niet om zo'n oplossing gevraagd, maar om compensatie voor specifieke groepen. Voor die groepen, VUT'ers, WAO'ers, WW'ers en vooral AOW'ers die met hun kleine aanvullende pensioen nog in de eerste belastingschijf vallen, lijken nu de gedachten uit te gaan naar een eenmalige verlaging van de loonbelasting. Voor kleine zelfstandigen wordt eenmalig de zelfstandigenaftrek verhoogd.

Wat Van Zijl betreft mag het niet alleen bij zo'n tijdelijke maatregel blijven.

Wat moet er nog meer gebeuren?

“Er is iets tijdelijks én iets blijvends aan de hand. Zover als ik het nu kan overzien, komt het kabinet alleen maar met tijdelijke oplossingen. Maar de koopkrachtreparatie moet blijvend zijn. Voor bijvoorbeeld gepensioneerden komt het niet vanzelf goed. Melkert heeft voor die groep te ruimhartig gerekend. Hij dacht dat de pensioenen met 2,65 procent zouden stijgen en heeft daar al zijn rekensommen op gebaseerd. De pensioenen gaan mogelijk nu met ten minste één procentpunt minder omhoog, en dat scheelt heel wat. Het belastingtarief van de eerste schijf voor ouderen is gestegen met ruim vier procent (om ouderen in de pas te laten lopen met de belastingstijging van werknemers, red.). Die vier procent zou dan ook wel eens teveel kunnen zijn. Dit wordt allemaal nog versterkt door het feit dat uitgerekend de AOW'ers met een aanvullend pensioen tot ongeveer 50.000 gulden er het minst in koopkracht op vooruit zullen gaan.”

Zijn mensen in de VUT en met een WAO- of WW-uitkering geholpen met een tijdelijke belastingverlaging?

“Dat geloof ik niet. Voor een behoorlijk aantal geldt waarschijnlijk dat de overhevelingstoeslag te laag is vastgesteld. Die toeslag van werkgevers aan werknemers is verlaagd omdat de werkgevers voortaan opdraaien voor de WAO-premie. De verlaging is een blijvende maatregel en dient dus gedeeltelijk, maar wel blijvend te worden teruggedraaid.”

Was de honderd gulden die Melkert aan iedereen wilde geven een verkiezingsstunt?

“Ik weet formeel niets van die honderd gulden. Maar wat ik wel weet is dat hoe preciezer de problemen voor verschillende groepen worden aangepakt, hoe minder de koopkrachtreparatie als een verkiezingsstunt kan worden gezien. Vergeet niet dat de laagste inkomens er, zoals door het kabinet beloofd, wel degelijk op vooruit zijn gegaan. Ik vraag me overigens af of je er met die honderd gulden zou zijn, vooral voor de AOW'ers met het aanvullende pensioen. Ik heb cynische reacties gekregen van ouderen over die honderd gulden. Die mensen zeggen: 'Ik heb een structureel probleem.' Ze hebben soms te maken met een achteruitgang van vijftig gulden per maand. Dus die moeten eerst tijdelijke compensatie krijgen voor de maanden januari, februari en maart. En daarna moet voor de inkomensachteruitgang een blijvende oplossing komen.”