Openbaar ministerie bezorgd; Mega-zaken ontregelen rechtsgang

DEN HAAG, 10 FEBR. Het openbaar ministerie en de rechtelijke macht raken in de problemen door de zogenoemde mega-zaken. De gerechtshoven in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag kunnen het werk niet aan. Dit schrijft het OM in zijn jaarplan 1998.

Mega-zaken, waaronder de processen tegen drugsbaronnen Johan 'de Hakkelaar' V. en Etienne U., kennen een zittingsduur van twee à drie weken. Ze worden behandeld door een meervoudige strafkamer, waarin drie rechters zitten. Het OM zet bij mega-zaken twee officieren van justitie in, in plaats van één. De bedrijfsvoering van rechtbanken en gerechtshoven in de drie grote steden dreigt volgens het OM “ernstig ontregeld” te raken door de mega-zaken.

In het jaarplan signaleert het OM verder een verschuiving van de aard van zaken. Zo legt Justitie meer de nadruk op zware en georganiseerde criminaliteit, geweldszaken en “bewerkelijke” jeugdzaken. “De toename van de (gewelds)criminaliteit onder jongeren baart het OM zorgen.” Ook is het aantal gerechtelijke vooronderzoeken toegenomen. Om de capaciteitsproblemen op te lossen, moeten parketten en rechtbanken afspraken gaan maken over het aantal zittingen en het aantal zaken dat gemiddeld op een zitting aan de orde komt.

De commissie-Leemhuis, die in opdracht van het ministerie van Justitie onderzoek deed naar de rechtelijke macht, wees vorige maand al op de grote werkdruk bij de rechtbanken, mede als gevolg van de mega-zaken. De commissie, onder leiding van J.M. Leemhuis, commissaris van de koningin in Zuid-Holland, stelde dat er “dringend behoefte” is aan meer rechters en ondersteunend personeel.

Het aantal misdrijven waar het OM zich over boog, daalde tussen 1994 en 1996 met 11 procent van 285.000 naar 253.000 zaken. Daarentegen bracht het OM verhoudingsgewijs meer zaken voor de rechter. Maar de afhandeling loopt steeds meer vertraging op.