Onder professoren

EEN GROEP DUITSE hoogleraren heeft een laatste poging ondernomen om de publieke opinie in Duitsland tegen de Economische en Monetaire Unie (EMU) te mobiliseren. Met een oproep die dit weekeinde is verschenen, pleiten 155 professoren economie voor een “ordelijk uitstel voor een paar jaar” omdat de huidige economische omstandigheden “hoogst ongeschikt” zijn voor de invoering van één Europese munt.

Uitstel is volgens de oproep geen politieke catastrofe. Het biedt de EU-landen de mogelijkheid om beter voorbereid aan de monetaire unie te beginnen. De introductie van de euro in het betalingsverkeer is vastgesteld op 1 januari 1999.

Hoe staat het met de argumenten? De Duitse economen stellen vast dat de begrotingen onvoldoende op orde zijn gebracht en dat de euro het werkloosheidsprobleem in Europa niet oplost. Ze wantrouwen de deelname van landen met een traditie van een zwakke munt en vrezen een zwak begin van de euro. Ze willen vasthouden aan “een zo streng mogelijke toepassing” van de toelatingscriteria uit het Verdrag van Maastricht.

Hun vrees is, ten dele, terecht en zij is een reden tot aanhoudende oplettendheid. De EMU is een monetair project met erkende risico's. Maar de bezwaren doen niet allemaal ter zake. De komst van de EMU is niet de oorzaak van de werkloosheid, die in Frankrijk en Duitsland door hoge brutoloonkosten en structurele verstarring in de arbeidsmarkt wordt veroorzaakt. En voor het overige geldt dat de politieke, economische en financiële risico's van uitstel langzamerhand vele keren groter zijn geworden dan die van doorgaan.

UITSTEL ZOU betekenen dat de huidige stabiliteit van de Europese wisselkoersen - inclusief die van de zuidelijke 'Club Med'-landen - onmiddellijk verloren gaat. Een nieuwe Europese valutacrisis zou het gevolg zijn. Daarnaast heeft het bedrijfsleven inmiddels veel geïnvesteerd in de voorbereidingen voor de omschakeling naar de euro. Het zou een kwestie van onbehoorlijk bestuur zijn als overheden op het laatste moment tot een ander tijdpad zouden besluiten. Ook politieke verplichtingen die zijn aangegaan in de verdragen van Maastricht en Amsterdam zouden terzijde moeten worden geschoven. Daarom voelt geen van de Europese regeringen voor uitstel.

Maar het belangrijkste is dat de voorbereidingen voor de EMU alle Europese landen hebben gedwongen om lang uitgestelde saneringen van de overheidsfinanciën door te zetten. Zonder de politieke druk van een invoeringsdatum zal die discipline zonder twijfel verdampen. Alle inspanningen van de afgelopen jaren zouden dan voor niets zijn geweest.

Dit neemt niet weg dat de hardemuntlanden Duitsland en Nederland spijkerharde eisen mogen stellen, juist in de beslissende fase van de keuze van de deelnemers. Want het is duidelijk dat enkele landen ternauwernood aan de toelatingscriteria voldoen en dat verdere aanpassingen in de publieke sector van deze landen noodzakelijk zijn. Nederland moet zijn goede gulden niet in de Hofvijver gooien, zoals minister Zalm onlangs zei. Maar nu het proces zover gevorderd is en de eindstreep in zicht komt, is doorgaan te verkiezen boven uitstel.

Woensdag 7 januari