Olympische droom van Wennemars spat uiteen

Met Jan Bos en Jakko Jan Leeuwangh gaf Erben Wennemars het Nederlandse schaatsen op de korte afstand weer internationaal aanzien. Wat had moeten resulteren in olympisch succes, eindigde vanochtend in Nagano in een nachtmerrie.

NAGANO, 10 FEBR. Twee uur voor de start van de eerste rit op de 500 meter hing Erben Wennemars nog een beetje rond op de tribune van het M-Wave-stadion. Hij was zeer ontspannen en zei dat hij vertrouwen had in een snelle tijd op zijn tweede 500 meter. “Ik ben geen favoriet en heb niks te verliezen. Ik moet er vooral over vier jaar staan, in Salt Lake City. Als ik hier vandaag weer een 35'er rijd, ben ik de man. Ik moet nog drie goeie races rijden, en dan is 't hek van de dam.”

Bondscoach Peter Mueller stond erbij en keek ernaar, bijtend op zijn nagels. De Noorse olympisch kampioen van 1992 Geir Karlstad kwam even langs om Wennemars met zijn mooie race van gisteren te feliciteren. Na de eerste van twee 500 meters stond Wennemars op de vijfde plaats, met uitzicht op een podiumplaats. Toen Mueller en Wennemars op de tribune uit elkaar gingen - Wennemars ging zijn schaatsen slijpen - tikten de twee bij wijze van bijgeloof met de miniatuur-klompjes tegen elkaar die ze beiden als mascotte aan hun trainingsjas hadden hangen. Een paar uur later was de olympische droom van de 22-jarige sprinter voorbij.

Bij een valpartij op de tweede 500 meter raakte vanochtend zijn linkerschouder uit de kom. Hoewel de arm enige tijd later met veel moeite weer in de kom werd gezet, was het rond het middaguur zeker dat de 22-jarige sprinter uit Dalfsen donderdag niet zal kunnen starten op de 1.500 meter. Onduidelijk is ook of hij in staat zal zijn om zondag de 1.000 meter te rijden. “Hoogstwaarschijnlijk rijdt Erben niet meer. Zelfs als hij het ijs op mag, is een topprestatie uitgesloten.” In het ziekenhuis werden foto's van de schouder van Wennemars genomen en onderzochten artsen zijn overige verwondingen. Behalve schaafwonden aan linkerhand en -knie werd een “fractuurtje in de bovenarm” geconstateerd.

Bij het uitkomen van de laatste bocht ging Wennemars' tegenstander Gunde Njos in de binnenbocht onderuit. Gisteravond had Wennemars nog tegen ploeggenoot Jan Bos gezegd dat hij hoopte de Noor in de laatste bocht voor te zijn, omdat bekend is dat Njos vaker valt dan overeind blijft in de laatste binnenbocht. Wennemars reed echter nog achter de Noor en probeerde hem te ontwijken, maar werd met zijn rechtervoet nog net onderuit getikt. Met 50 kilometer per uur vloog hij tegen de stootkussens en kwam met zijn linkerschouder en -elleboog hard op het ijs terecht. Njos bleef ongedeerd.

Wennemars, lid van de sprintploeg van de Amerikaanse bondscoach Peter Mueller, bleef tien minuten op het ijs liggen en greep direct naar zijn linkerarm. Per brancard werd hij tien minuten later afgevoerd naar de behandelkamer van het M-Wave-stadion, onder beschaafd applaus van een meelevend publiek. Even later juichte het Japanse publiek uitzinnig voor de nieuwe olympische kampioen op de 500 meter, Hiroyasu Shimizu.

In de behandelkamer zijn de ploegartsen Valentijn Rutgers en Hans Smid en fysiotherpeut Willem Kruithof twintig minuten bezig geweest om de arm van Wennemars terug te zetten in de kom. Ondanks een plaatselijke verdoving schreeuwde hij het daarbij uit van de pijn. Steeds was Wennemars bij bewustzijn. Rutgers: “Wel was hij door de klap even licht in het hoofd.”

De ouders van Wennemars, die net als een broer, een zus en drie supporters uit zijn woonplaats Dalfsen in het stadion de valpartij van nabij meemaakten, waren aanwezig bij de eerste hulp die in de M-Wave werd verleend. Wennemars werd daarna met een ambulance naar een ziekenhuis in Nagano vervoerd. Chef de mission Ard Schenk nam de ouders van Wennemars daar mee naartoe, arts Smid, coach Mueller en tolk Kjeld Duits bleven in de directe nabijheid van Wennemars. Na onderzoek ververliet Wennemars vanmiddag het ziekenhuis.

In Japan was Erben Wennemars bezig aan zijn eerste Olympische Spelen. Gisteren ging hij sneller dan ooit over het ijs: op de eerste 500 meter flitste hij in een bijna perfecte race naar een tijd van 35,96. Nooit eerder had hij onder de 36 seconden gereden. Eind juli vorig jaar brak Wennemars internationaal door toen hij tijdens een trainingswedstrijd op de Olympic Oval in Calgary als eerste schaatser de 1.500 meter onder de 1.50 reed: 1.49,89. Die mijlpaal staat niet in de boeken, omdat de wedstrijd niet was aangemeld bij de Internationale Schaatsunie (ISU).

Met zijn officieuze wereldrecord verkreeg Erben Wennemars een vaste plaats in de schijnwerpers. “Ik heb nu niet het gevoel dat ik een wereldtopper ben of dat ik iets speciaals heb. Ik heb wel meer zelfvertrouwen gekregen”, zei hij kort nadat hij in Canada zijn visitekaartje had afgegeven. Met Jan Bos en Marianne Timmer stapte Wennemars na vorig seizoen over van de kernploeg opleiding sprint naar de kernploeg van Mueller.

Hij was aanvankelijk niet genomineerd voor de Spelen. In december kwalificeerde hij zich bij de NK afstanden in Heerenveen voor de 500, 1.000 en 1.500 meter in Nagano. De voorlopige bekroning van een voorspoedige schaatsloopbaan kwam voor Wennemars vorige maand in Berlijn, waar zijn vriend Jan Bos wereldkampioen werd en hij zelf een bronzen medaille won.