Niets vragen, niets zeggen

'Boysrch' was de schuilnaam waarmee de 36-jarige marineofficier Timothy McVeigh via zijn provider America Online (AOL) op Internet surfte. In zijn digitale profiel stond dat hij homoseksueel was. Een verwijzing naar zijn echte naam of beroep was er niet. Toch spande het Amerikaanse leger een ontslagprocedure aan tegen McVeigh, die een hoge functie op een onderzeeër in Honolulu had, omdat hij het zogenaamde 'don't ask don't tell'-beleid inzake homoseksualiteit geschonden zou hebben.

Volgens deze richtlijn mag het leger niet vragen of iemand homoseksueel is om hem vervolgens te ontslaan, maar wie vertelt dat hij homoseksueel wordt direct ontslagen.

Het 'don't ask don't tell'-beleid werd in 1994 van kracht bij wijze van compromis tussen voor- en tegenstanders van afschaffing van het verbod op homoseksualiteit in het leger (een verkiezingsbelofte van Bill Clinton).

In 1996 werden 850 militairen ontslagen wegens hun seksuele geaardheid, beduidend meer dan in de tijd dat nog een totaal verbod gold op seksuele contacten met leden van hetzelfde geslacht.

De vrouw van een collega met wie McVeigh een paar e-mails uitwisselde over een liefdadigsheidsactie voor kinderen tijdens de kerstdagen zocht zijn profiel op bij AOL. Daarin stond onder andere dat hij uit Honolulu kwam, van autorijden hield en graag naar jongens keek.

Zodra het leger een link had gelegd tussen het online profiel van 'Boysrch' en McVeigh werd hij van al zijn functies ontheven en werd de ontslagprocedure in gang gezet. Vlak voor het definitieve ontslag vocht McVeigh het aan bij de rechtbank in Washington D.C.

Volgens de advocaten van McVeigh heeft het leger en ook AOL de Electronic Communications Privacy Act (ECPA) overtreden bij het verkrijgen van persoonlijke gegevens over de Internetgebruiker 'Boysrch'. De onderzoeker van de marine deed zich voor als een vriend van McVeigh toen hij AOL belde.

De ECPA verbiedt overheidsinstanties om zonder gerechtelijk bevel persoonlijke informatie over gebruikers van computernetwerken op te vragen.

Verder is er volgens McVeighs advocaat Christopher Wolf onvoldoende bewijs dat hij homoseksueel is. Behalve het woord 'gay' in zijn AOL-beschrijving is er geen enkel bewijs dat McVeigh homoseksueel is of homoseksuele handelingen heeft gepleegd. Zijn advocaten vechten aan dat het opnemen van het woord 'gay' in een anonieme elektronische beschrijving hetzelfde is als vertellen dat je homoseksueel bent.

Toen McVeigh en zijn advocaten in januari besloten de waarschuwing van de marine dat ze maar beter niet met de pers over de zaak konden praten te negeren, barstte in de VS en op het net de publiciteit los. De New York Times wijdde maar liefst vijftien artikelen aan de zaak en de Washington Post vier. Ook de nieuwssites van CNN en de BBC besteedden ruimschoots aandacht aan de zaak.

McVeigh gebruikte zijn homepage om informatie over de juridische aspecten van zijn zaak te verspreiden. Hij verstuurde een elektronische mailing naar iedereen die zichzelf als 'gay' in zijn profiel bij AOL beschrijft. Op verschillende drukbezochte websites werd opgeroepen protestbrieven naar politici te sturen.

De rechtbank in Washington heeft onlangs bepaald dat McVeigh niet uit het leger ontslagen mag worden. Rechter Stanley Sporkin verweet de marine dat ze een 'search and destroy'-missie tegen McVeigh hebben gevoerd. Niet McVeigh, maar het leger had het 'don't ask don't tell'-beleid geschonden, oordeelde de rechtbank. Het leger overweegt nu McVeigh met vervroegd pensioen te sturen.

De vraag wie aansprakelijk is voor het voortijdige einde van McVeighs carrière, het leger of America Online, is nog niet beantwoord.

Homepage van Timothy McVeigh: www.geocities.com/Pentagon/9241).