Monica, Winnie, Karla, en de massamedia; Meningen van vrouwen doen er in de pers pas toe als ze slachtoffer zijn of dader

Veel verklaringen voor de recente mediahypes rond Monica, Winnie en Karla Faye missen de kern, volgens Henri Beunders. In alle gevallen was een vrouw het middelpunt. Het ging om seks en seksestrijd.

Het ging om heuse meineed, nog heusere doodstraf, om een 'rechtse samenzwering' of de 'reorganisatie op Justitie'. En het lag aan Internet en aan de media die zijn verworden tot vermaaksindustrie. Ongetwijfeld heeft dat allemaal ook meegespeeld bij de maniakale media-aandacht voor de escapades van Clinton, de 'muiterij' tegen Sorgdrager en de doodstraf voor Tucker. Maar wat haalde telkens de trekker over? Seks. En de strijd tussen de seksen.

De wereld is een global village geworden en in een dorp wordt het liefst geroddeld. De roddelbladen zijn daarom de beste bron van wijsheid inzake 'het gevoel van het volk'. Volgens de kijkcijfers waren maar weinig Nederlanders geïnteresseerd in al die luchtopnames van 's lands openbaar vervoer die de NOS op Beatrix' verjaardag uitzond. Het weekblad Party, en dus De Telegraaf had de foto waar iedereen op zat te wachten: 'burgermeisje' Emily die over de rode loper het Paleis insloop op weg naar haar prins.

Het blad Weekend vat op de omslag samen waar het in Nederland de afgelopen tijd om draaide: 'Nu al rivales? Marilène troeft Emily af op Beatrix-bal'. Enkele hoofdkoppen: 'Winnie belaagd door lelijke mannen!', 'Sex-strijd op het ministerie...' Met als foto-inzetjes 'the Beauty' Winnie en 'the Beast' Docters van Leeuwen. Zelfs wie deze bladen alleen bij de tandarts leest, maar Nova en Den Haag Vandaag nooit mist, kan het niet zijn ontgaan: Paul Witteman had het, in gesprek met premier Kok, inzake het huwelijk van prins Maurits steevast over 'meisje' als hij mevrouw Marilène van den Broek bedoelde. Seks en seksisme komt in de beste kringen voor.

Obsessie met seks en sensatie is niks nieuws. In dat opzicht zijn Clinton en Kennedy van hetzelfde laken een pak. Maar net als de maatschappij zijn de moderne media - van boek tot tv - lang gedomineerd door mannen. Daarom kwam rokkenjager Kennedy er zo genadig af: de kwaliteitskranten en -media waren weg van hem, om zijn persoon en zijn machopolitiek tegen de Russen. Seks en macht vielen samen in het blanke 'old boys network'. De meeste media zwegen over deze Gooise matras in Washington omdat ze er zelf ook op lagen. Zo belde Phil Graham, de hoofdredacteur van de Washington Post, eens via de directe lijn naar de Oval Office om Kennedy te laten horen hoe hij met zijn maitresse lag te copuleren.

De vrouwen in kwestie vonden dit blijkbaar geen probleem. Hun seksuele revolutie vanaf de jaren twinig - met voorop filmsterren als Marlène Dietrich en Mae West - was in de depressie gesmoord. Hun opvolgsters, Jayne Mansfield en Marilyn Monroe, presenteerden zich rond 1960 anders: als onderdanig lustobject. De laatste zong, al afgedankt als seksdiva(n) door Kennedy, nog publiekelijk een verjaardagsliedje voor de president als dank. Dat waren nog eens tijden voor de machtige man. De enige manier voor de vrouw om in zijn buurt te komen was zijn echtgenote te worden of zijn maitresse. Dat laatste wilden velen.

Macht erotiseert. Clinton werd in 1994 herkozen omdat, zo heeft onderzoek uitgewezen, buitenproportioneel veel vrouwen tussen de twintig en veertig op hem stemden. Niet om zijn progressieve politiek, maar gewoon, zeiden ze, om zijn 'sex-appeal'.

Clinton is president van een heel ander Amerika dan zijn idool JFK. De buitenlandse vijand is weg, de ongelijkheid tussen de rassen en seksen is opgeheven. In de maatschappij zijn vrouwen geëmancipeerd, in bedrijfsleven en politiek bekleden ze steeds machtiger posities, óók in de media. Dat geldt ook voor Nederland. Kon Henk Hofland dertig jaar geleden als adjunct-hoofdredacteur van het Handelsblad nog een sollicitante schrijven dat de krant geen vrouwen aannam, twintig jaar later was zij chef Kunst.

De grote vergissing van de afgelopen decennia is geweest dat deze emancipatie soepel zou verlopen, sekseneutraal als het ware. De gedachte was blijkbaar dat als je dit heftigste proces sinds het ontstaan van het patriarchaat maar net zo eufemistisch uitspreekt als budgetneutraal de driften wel onder controle te houden zouden zijn. Maar de afgelopen weken hebben weer eens bewezen: hoe meer gelijkheid, hoe meer strijd.

Iedereen die er op let, ziet deze strijd tussen man en vrouw, behalve de kwaliteitskranten en de officiële media. Zij schrijven, uit verhevenheid of uit politieke correctheid, de commotie aan van alles en nog wat toe, behalve aan de diepste emoties in de mens zelf. Terwijl die toch aan bijna alle 'moral panics' die deze eeuw heeft laten zien ten grondslag hebben gelegen: angst, jaloezie, lust, macht, wraak, het hele scala tussen dominantie en onderwerping. Vaak was de basis een groeiende onzekerheid over de juiste seksuele verhoudingen tussen man en vrouw, man en man, volwassene en kind. Dat gold voor de aanvallen van morele paniek in de jaren dertig en vijftig overhomoseksuelen, voor die in de jaren zestig over 'blanke slavinnen', en in de jaren zeventig en tachtig over pedofilie.

Toen Winnie Sorgdrager aantrad, ontging weinigen de uitstraling van deze eerste vrouwelijke minister van Justitie. Telegraaf-columnist Rob Hoogland noemde haar een 'kittig ding'. Karel van de Graaf zei dat al zijn Avro-collega's verliefd op haar waren. Maar haar politieke neergang wijten de meeste media sindsdien aan haar falende beleid. Ze lieten het aan de politici over om de seksuele component te betrekken bij de strijd op Justitie. Het was collega Annemarie Jorritsma die zei dat de PG's zich nooit zo arrogant hadden gedragen als Sorgdrager een meneer was geweest. Collega Els Borst noemde haar 'een jonge carrièrevrouw die is gedwarsboomd in de juridische mannenwereld.' En over het 'angstaanjagend uiterlijk' van Docters van Leeuwen zei Hans Wiegel dat hij begin jaren negentig over diens benoeming tot BVD-chef had geschertst: “als dit de KGB geen angst aanjaagt...” Volgens het blad Weekend heeft 'the Beast' eens over zichzelf gezegd: “De vrouwen zagen mij nooit staan.”

Dat de serieuze media enige terughoudendheid in acht nemen bij het interpreteren van de rol van het seksuele in de politiek ligt voor de hand. Zij krijgen de politici niet op de divan. Die laten zich - kiezers, kiezers - alleen publiekelijk uitkleden op tv en in de roddelbladen. Ze zijn er dus zelf de schuld van als ze in hun blootje komen te staan. Nu zij zich als sterren voordoen, valt het ontzag van de autoriteit weg, en worden ze behandeld als sterren in een soapserie. En in goede soaps draait het nu eenmaal altijd om de intiemste gevoelens zoals seks.

De media zijn een tweesnijdend zwaard. Voor beroemdheden die de slogan uit de jaren zestig 'al het persoonlijke is politiek' in de nood der dagen tot wapen nemen, kan het fataal aflopen, zoals Lady Di heeft gemerkt, en Bill Clinton bijna. Als de aandacht voor de zaak Clinton nu even is verslapt, is dat minder om de schaamte bij de media dan om het feit dat er even geen nieuwe seksverhalen te vertellen zijn. De roddelbladen behelpen zich intussen met de 'burgermeisjes' Emily en Marilène als opvolgsters van Diana en Monica.

De aandacht voor seks en sensatie beperkt zich al lang niet meer tot de pulpbladen. Ook de serieuze media ruimen er steeds meer ruimte voor in. De vraag hier is de man-vrouw-relatie in het algemeen. De strijd gaat om de seksuele autonomie van de vrouw. Het politiek correcte uitgangspunt is dat van het feminisme-van-vroeger: vrouwen zijn in eerste instantie slachtoffer van hun eigen lichaam en gevangene van hun geslacht. Dat de berichtgeving over sekszaken soms de neiging vertoont dezelfde methoden te hanteren als de roddelbladen - suggestieve beweringen en beschrijvingen - is mede het gevolg van de fatale vaagheid van de wetgeving over de non-discriminatie van de vrouw.

In Amerika en Europa werd vanaf de jaren zestig onder non-discriminatie op grond van 'seks' verstaan: gelijk loon voor gelijk werk en gelijke kansen op werk. In de jaren tachtig breidde het Amerikaanse Hooggerechtshof de betekenis van 'discriminatie' uit tot rechtstreekse aanranding en het moeten werken in een 'vijandige omgeving' van vieze grapjes en onprettig ervaren fysieke aanraking. In Europa ging de jurisprudentie in dezelfde richting.

In Amerika is het gevolg dat vrouwen als Paula Jones een rechtszaak kunnen beginnen tegen de president die gebaseerd is op louter eigen beweringen, zonder enig tastbaar bewijs. Dit werkt onzekerheid in de hand, en onzekerheid versterkt de kans op 'moral panics' en mediahypes. In bijna alle gevallen in Nederland - van Oude Pekela en de Bolderkar tot Jolanda en de zaak-Lancée die leidde tot de zaak-Sorgdrager - was de bewijskracht omgekeerd evenredig met de media-aandacht. In België is dat met Getuige X1 nu net zo.

Terwijl in de Kennedy-jaren mannelijke journalisten schreven of zwegen over misbruik van macht door mannen, worden toon en inhoud van de reactie op dit soort sekszaken steeds vaker bepaald door vrouwelijke redacteuren. De media zijn geen blanke bolwerken meer. TV-presentatrices, van Oprah Winfrey tot Sonja, en verslaggeefsters op krantenredacties - bijna uit de aard der zaak alle geëmancipeerd - kunnen nu hun vrouwelijke oordeel geven over affaires die met seks en macht te maken hebben.

Behalve in de roddelbladen gebeurt dit vooral tussen de regels door. Geslaagde vrouwen in de media willen, net als die in het bedrijfsleven en de politiek, om hun professionaliteit geroemd worden, niet om hun geslacht. Intussen weten ze maar al te goed dat seks en sekse hun rol spelen. Hun mening komt pas tot uiting als er grote dingen te melden zijn rond vrouwen als slachtoffer - zoals Sorgdrager en Lewinsky - en vrouwen als dader - zoals Marianne van der E., de vrouw die haar lastige ex neerschoot en vorige week de terechtgestelde Karla Faye Tucker.

Voor mannen is, zegt men, de vrouw of een Maria of een Maria Magdalena (of oninteressant). Uit de beschrijvingen en stellingnames inzake de genoemde mediavrouwen valt af te leiden dat vrouwelijke journalisten net zo'n tweedeling maken. Drie voorbeelden: de Volkskrant liet op 24 januari, bovenin de voorpagina, de vrouw die vlak voor oudjaar haar 'stalker' neerschoot zonder enige reserve, zonder enige 'check and double check', haar verhaal doen. De verslaggeefster nam voetstoots haar lezing over ('Als hij probeert haar te wurgen, grijpt ze in paniek naar een wapen en schiet hem neer'). Dit soort journalistiek engagement zijn we sinds de jaren-Den Uyl in deze krant niet meer tegengekomen.

Als de verdachte vrouw niet zo gemakkelijk als slachtoffer is af te schilderen, wordt het seksuele ineens negatief gewaardeerd. In het portret van Marianne van der E., hoofdverdachte van de moord op twee mannen in het Friese Anjum, in deze krant van 19 januari, worden meningen gegeven van allerlei mensen die haar kennen. Zoals van een universitair docent die haar meemaakte in de jaren zestig: “Ze neukte bijvoorbeeld met iedereen. Ze maakte daar geen probleem van”. Wat het verband tussen deze promiscuïteit van toen en de moorden dertig jaar later zou kunnen zijn blijft onduidelijk. Dat Eros en Thanatos dicht bij elkaar liggen? Een negatieve suggestie is gewekt.

Tenslotte de Maria Magdalena onder de slachtoffers: Karla Faye Tucker die vorige week werd terechtgesteld in Texas. Ze had 15 jaar geleden twee mensen met een pikhouweel om het leven gebracht. Bij de een had ze het wapen rechtop in de borst laten staan. Als ze een man was geweest, was er geen journalist op af gekomen. Maar dit was een ex-prostituee die in de cel God in zich had gekregen, en nieuwe tanden in haar gebit waarmee ze mooi en telegeniek naar de camera kon lachen.

De enige vrouw die eerder werd terechtgesteld, in 1984 in North Carolina, schijnt de pech gehad te hebben dat het om gifmoord op haar verloofde ging en zij er voor de camera ook lelijk en verbitterd uitzag. Nu traden in haar laatste uur tijdens 'CNN Live' naast dominee Jerry Falwell ook Bianca Jagger en feministisch succesauteur Camille Paglia op als pleitbezorgers voor gratie. Waarom? Omdat executie, aldus Paglia, 'een slag tegen de vrouwenbeweging' betekende. Het leek wel of ze ook een stille bewondering koesterde voor Tuckers activiteiten van weleer.

Met het geval Clinton, een held voor de feministen, bemoeien de meeste vrouwelijke redacteuren zich liever niet. Met Monica Lewinsky nog minder. Zij kan niet zo gemakkelijk in een slachtoffer worden omgezet. Zij herinnert iets te veel aan het type hunkerende vrouw, waarvan het archetype de vrouw uit de Griekse mythologie is: Io, de dochter van de riviergod Inachos, die er elke nacht van droomde door Zeus beslapen te worden. De jaloerse echtgenote Hera veranderde haar in een witte koe. Zeus slaagde natuurlijk toch. Later maakte schrijver Ovidius van Io niet alleen weer een vrouw, maar zelfs een godin. Net als Diana. Die was bij veel vrouwelijke journalisten ook niet populair wegens haar dubbelzinnige relatie tot de man.

De Nederlandse Paglia, hoogleraar vrouwenstudies Rosi Braidotti, noemt in Elsevier de 'muiterij' tegen Winnie Sorgdrager de laatste stuiptrekking van het mannenbolwerk. “Het old boys-netwerk verkruimelt”. Dat lijkt me te voorbarig. Het enige wat duidelijk is, is dat de strijd tussen man en vrouw nu ook via de media wordt gevoerd. Daar is niets tegen. Maar zolang er geen nieuwe wettelijke duidelijkheid geschapen wordt over wat 'ongewenste intimiteiten' zijn tussen man en vrouw (en tussen overheid en burger, media en macht) zal er nog wel meer terughoudendheid, fatsoen en privacy verkruimelen. We vinden het veel te leuk in ons elektronische dorp. Nog wel.