Monarchie (1)

Naast de geldverslindende operatie 'Beatrix 60', die (indirect) volledig uit gemeenschapsgeld werd bekostigd, was daar de benoeming van prins Willem Alexander tot IOC-lid, een prestigieuze functie waarvoor anderen op grond van hun verdiensten in aanmerking kwamen. Twee treffende illustraties van bezwaren die aan de monarchie kleven.

Niets dan zijn afkomst onderscheidt de prins van velen die nauw bij de sport betrokken zijn en die voldoende capaciteiten hebben. Het wekt verbazing dat in een vrij, democratisch land beroepen bestaan die niet voor iedereen openstaan, maar die wel grote rijkdom en grote voorrechten met zich meebrengen. Dat ze ook keerzijden hebben doet aan het principe niets af: talloze mensen zouden met graagte van plaats willen ruilen, maar zij hebben eenvoudig het recht niet.

Het koningshuis zou een morele voortrekkersrol vervullen. Maar men kan zich afvragen of met twee openbare redes per jaar, en met een zo schrijnende kloof tussen woorden en eigen werkelijkheid ('Armoede isoleert mensen en legt een zware last op het dagelijks bestaan' - Kersttoespraak 1997) die rol meer is dan louter symboliek. Dat een bijzonder groot deel van publieke middelen aan private doeleinden wordt besteed, en dat afkomst kan prevaleren boven verdienste, zijn ontluisterende relikwieën uit feodale tijden. Dat Nederland het met zijn koningshuis goed getroffen heeft, is hierbij een irrelevant argument. Op de snelweg rijdt men niet in oldtimers, hoe fraai ook.