Legalisering drugs in belang zwakkeren

Na de oorlog is er in Nederland een vitale levenswijze ontstaan die we volgens Erik van Ree niet plotseling moeten verdringen. Juist in een rationele maatschappij blijven kicks nodig.

Sinds de jaarwisseling is sigaretten roken in Californië nog slechts toegestaan op straat en thuis. In Idaho krijgen minderjarigen die met een sigaret worden betrapt een half jaar gevangenisstraf. In Virginia draaien mensen die door het hof als 'alcoholist' zijn geëtiketteerd het cachot in voor bezit van een blikje bier.

Dit soort berichten wekken bij mij gemengde gevoelens. Weerzin en woede, maar ook enig ongepast leedvermaak en misschien zelfs hoop. De dolgedraaide overheid, die met de warme steun van de meerderheid van haar burgers gebruikers en handelaren van drugs al jaren treitert en terroriseert, begint eindelijk dezelfde maatregelen tegen die wetsgetrouwe achterban te nemen. De draak bijt in zijn eigen staart. Zouden de mensen die nu zelf getroffen worden,gaan inzien dat we met dit soort verboden op de verkeerde weg zijn?

Ter rechtvaardiging van het verbod op drugs keren twee argumenten telkens terug. Om te beginnen zouden de 'zwakken' - de jeugd, de marginalen, de laagste inkomensgroepen - een grotere bewegingsruimte niet kunnen hanteren. Zij zouden het slachtoffer worden van hun nieuwe kansen. Daarnaast zou een ongebreidelder vrijheid burgers op drift doen geraken, zodat de hechte, traditionele verbanden onder druk komen te staan. De maatschappelijke cohesie zou in gevaar komen.

Beide argumenten horen bij een in essentie neo-conservatief betoog. Men is bang dat een te grote vrijheid de zwakken en kwetsbaren in de samenleving 'ontketent'. Zij die hun verantwoordelijkheden onvoldoende kunnen dragen zouden tot een gevaarlijke destructieve kracht worden, voor henzelf en anderen. Dit soort denken kan in Nederland inmiddels op brede consensus rekenen. Men kan er mee voor de dag komen in het gezelschap van grijs-driedelige kostuums en mantelpakjes, maar ook de alternatieve elite van nette spijkerbroeken en nonchalante colbertjes is bekeerd tot deze meer bezadigde benadering van het leven. De tomeloosheid van 'de jaren zestig' wekt vooral nog geërgerde gêne. Men heeft eindelijk de wijsheid der jaren bereikt. De cultuur van de traditionele elite - de opera en het theater, een stabiel monogaam gezinsleven en een goede rode wijn - heeft definitief het pleit gewonnen van de extase van 'Seks, Drugs en Rock & Roll', al slikt menigeen der nieuwe braven nog wel eens een ecstasietje. Voor een verdergaande ontvoogding van de samenleving bestaat weinig geestdrift meer. Daarvoor is het vertrouwen in de jeugd en de 'onderkant', om zonder al te veel brokken van de geneugten van de drugs en de pulptelevisie te genieten te zeer geërodeerd.

De gedachte dat een verdergaande verruiming van de vrijheid de zwakkeren in de samenleving zou bedreigen, berust op een misverstand. Het is onmiskenbaar waar dat jongeren of groepen in een ongewisse achterstandssituatie grotere risico's lopen dan anderen wanneer zij kiezen voor riskante consumptie. Maar tegelijk zijn het niet die groepen die er door een wettelijk verbod van worden weerhouden die keus te maken. De overheid kan menig oppassend burger de stuipen op het lijf jagen en verhinderen dat deze op zaterdagavond een lijntje coke nuttigt in plaats van een borrel. Maar wie minder stabiel is, of gewoon wat minder bangelijk, lacht smakelijk om dreigementen van hogerhand.

Het gevolg van het in de illegaliteit terugdringen van een goed is voorspelbaar. Er ontstaat onvermijdelijk een cultuur van illegaliteit van de consumptie daarvan. Een tabaksverslaafde is een tabaksverslaafde, maar in de Nieuwe Wereld waar roken is verboden zal hij een tabaksjunk zijn.

In een legale situatie is een heroïneverslaving een vervelend probleem, in een illegale een ramp. Gebruikers worden met een verloederd milieu geconfronteerd dat zonder het verbod niet zou bestaan. Juist de 'zwakken' worden daarom bij een verbod aan veel grotere risico's blootgesteld dan anders.

Ook wordt de maatschappelijke cohesie eerder bevorderd dan verzwakt wanneer we consumptiepatronen aanvaarden die traditioneel met de zonde worden geassocieerd. Een van de meest ontwrichtende elementen van de moderne samenleving is de georganiseerde criminaliteit. Maar juist die bestaat voor een aanzienlijk deel, misschien zelfs overwegend, uit leveranciers van dit soort verboden diensten en producten. Drugs vormen veelal het basispakket van de zware jongens. Bij legalisering daarvan zouden deze schurken niet snel even lucratieve vervangende activiteiten vinden. Het effect van een wereldwijde beëindiging van de 'war on drugs' op de politie en justitie zou vergelijkbaar zijn met dat van het einde van de Koude Oorlog op defensie. Een drastische snoeiing van budgetten wordt onvermijdelijk. De gevangenissen stromen leeg.

Daarnaast hebben 'excessieve' vormen van consumptie zoals drugsgebruik een positieve betekenis op zichzelf voor de maatschappelijke cohesie. Wie naar de moderne cultuur kijkt, wordt getroffen door een opvallende tweeslachtigheid. Enerzijds is er sprake van een toenemend rationalisme. De markteconomie eist efficiency, en schept een alles verslindende, productieve orde. Gealarmeerd door de milieuproblematiek en gevoed door wetenschappelijk inzicht in de risico's van bepaalde stoffen en leef- en arbeidsomstandigheden, worden steeds gedifferentieerder verbodsbepalingen uitgevaardigd. 'Verstandig' leven lijkt ons hoogste devies. Maar na de Tweede Wereldoorlog is de westerse wereld ook het toneel geweest van een explosie van emoties. Een uitzonderlijk vitale levenswijze die is neergeslagen in de 'Seks, Drugs en Rock & Roll'-cultuur, heeft zich als een golf over de wereld verbreid en is nog altijd op stoom. De snelle opeenvolging van steeds nieuwe populaire drugs en muziekstijlen is typerend.

Mijns inziens bestaat er een verband tussen deze twee verschijnselen. Onze rationalistische maatschappij roept de hedonistische tegencultuur als vanzelf op, als noodzakelijke tegenhanger. Naarmate de hand van de ratio zwaarder op ons rust, hebben wij de roes, de trance, de kick meer nodig.

Dit doet denken aan Norbert Elias' analyse van het beschavingsproces. De afgelopen eeuwen hebben zich steeds verfijnder omgangsvormen door de westerse wereld verspreid. Stap voor stap zijn alle 'dierlijke' - seksuele en gewelddadige - elementen uit de openbaarheid verdrongen. Ik heb de indruk dat dit beschavingsproces zich in de twintigste eeuw deels heeft omgekeerd. Er is een cultuur van neo-primitivisme ontstaan. Niet alleen de hedonistische jeugdcultuur, ook de massasport is hiervan een teken.

Misschien zullen 'de jaren zestig' ooit worden beschouwd als een omslagpunt, in de geschiedenis even belangrijk als de Renaissance. De beschaving is zodanig gerationaliseerd, dat het voor haar voortbestaan noodzakelijk is geworden om tegemoet te komen aan de primitieve emoties die de mens nu eenmaal eigen zijn. In die zin behoren koffieshops en van pillen verzadigde housefestijnen tot de meest tot de maatschappelijke cohesie bijdragende instituties die onze samenleving kent. 'Excessieve' consumptie verzoent burgers met de geordende, rationalistische wereld die zij zelf geschapen hebben, en houdt deze daarom leefbaar.

Hier schuilt de tragiek van hen die fenomenen als drugsgebruik willen ontmoedigen of zelfs uitbannen. Deze kruisvaarders tegen de 'verdoving' staren zich blind op de negatieve bijverschijnselen van de drugscultuur, en verliezen de bestaansgrond ervan en de maatschappelijke functies uit het oog. Zij trekken ten strijde tegen wat op termijn de instandhouding van de maatschappelijke orde juist dient.

Zowel vanuit een liberale vrijheidsgedachte, als vanuit een sociaaldemocratische bewogenheid met de zwakken of een conservatieve betrokkenheid op wetshandhaving en orde is het hoog tijd de oordelen over wat maatschappelijk gewenst is te herzien.