Koppen tellen: wie steunt actie VS tegen Irak?

De Irak-crisis verkeert in een patstelling. De wereldgemeenschap heeft nog geen kansrijk plan voor een diplomatieke oplossing.

ROTTERDAM, 10 FEBR. Gelijktijdig met verdere Amerikaanse troepenopbouw is het Grote Koppen Tellen in volle omvang begonnen: wie steunt een mogelijke militaire actie tegen Irak, wie niet? Duitsland en Groot-Brittannië wel, Saoedi-Arabië waarschijnlijk niet, Rusland, Frankrijk en China zeker niet, Canada en Australië weer wel, en Nederland weet het nog niet. De wereldgemeenschap is het erover eens dat Irak de wapeninspecteurs van de Verenigde Naties ongehinderd moet toelaten, maar heeft - nog - geen kansrijk diplomatiek plan en is zeer verdeeld over een militaire aanpak.

De Irak-crisis verkeert op dit moment - net als in november vorig jaar - in een patstelling, en niet duidelijk is wie die kan doorbreken. Amerikaanse en Britse ministers en topdiplomaten proberen in de Golf en elders medestanders te ronselen. VN-chef Kofi Annan heeft een reis naar het Midden-Oosten afgelast nu de zoektocht naar een diplomatieke oplossing “een kritieke fase” heeft bereikt en zijn aanwezigheid in New York “vereist is”. Het jongste bemiddelingsvoorstel van de Arabische Liga om wapeninspecties op 68 locaties in Irak toe te staan, deels door een nieuw inspectieteam, lijkt op voorhand kansloos: Washington en Londen willen onbeperkte toegang voor het huidige VN-team, UNSCOM, zoals een VN-resolutie uit 1991 voorschrijft.

Een brede militaire Golf-coalitie zoals in '90/'91, na de Iraakse inval in Koeweit, is uitgesloten. En een grondoorlog ook, verzekerde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Albright, gisteren. Een nieuwe, afgeslankte coalitie is onder Britse en VS-regie wel degelijk in de maak. Beide landen hebben meer militaire slagkracht op Irak gericht dan ooit sinds '91.

Zo komt de militaire optie geleidelijk dichterbij, maar is zij tegelijkertijd nog zeer onzeker. Mocht de aanval er komen, dan laat die nog weken op zich wachten. Ten eerste zijn er nog troepen op weg naar de regio en zal, zo zeggen de VS, tot 22 februari de geest van de Olympische Spelen niet met oorlogshandelingen worden ondermijnd. Bovendien wil Washington de diplomatie van bondgenoten nog een kans geven, tot de alternatieven zijn uitgeput.

Vooral de VS zelf hopen de crisis op te lossen via diplomatie, gesteund door militaire druk, ook al groeit hun scepsis over een vreedzame uitweg met de dag. Washington heeft de afgelopen weken vaker met militair optreden tegen Bagdad gedreigd dan in november bij de vorige opleving van dit al jaren voortslepende kat-en-muisspel.

Pagina 5: Washington blijft inwendig onzeker

Feit is dat de VS een aanval liever niet willen, bij gebrek aan brede steun en gemakkelijke militaire doelen. Succes is allerminst verzekerd. Die inwendige Amerikaanse onzekerheid markeert het optreden: de VS laten ferme taal op de ene dag volgen door diplomatieke woorden op de andere.

De Amerikaanse regering wil de Iraakse bevolking niet treffen, maar haar leider. De VS willen Saddam niet afzetten, maar zijn vermogen aantasten om massavernietigingswapens te maken. Albright voorspelde gisteren dat eventuele bombardementen geen 'speldenprikken' worden, maar langdurig aanhouden. Het feitelijke resultaat van zo'n strategie en de uitwerking daarvan op Saddam gedrag zijn geheel onvoorspelbaar. President Clinton en Saddam Hussein delen één eigenschap: zij zijn allebei een Comeback Kid, en de Iraakse leider zelfs na een verloren Golfoorlog.

De Amerikaanse hoop stoelt op de ervaring dat Saddam al vaker op het laatste moment heeft ingebonden. Een handicap voor de VS is dat zij slechts de eisende partij zijn, niet de biedende. Zij kunnen Bagdad niet rechtstreeks confronteren met een diplomatieke oplossing, omdat zij niet rechtstreekse onderhandelingen voeren. Voorafgaand aan de Golfoorlog van 1991 voerden de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, James Baker, en zijn Iraakse collega Tariq Aziz in Genève nog een dramatisch overleg, maar zelfs zo'n ontmoeting is op dit moment uitgesloten.

Daardoor is de Amerikaanse greep op de crisis nu diffuser. Washington kan slechts indirect diplomatieke druk uitoefenen, via vooral Moskou en Parijs. Dat geldt niet voor de militaire oplossing, maar daarvoor krijgt Amerika weer te weinig steun binnen de V-raad: van de vijf permanente leden zijn Rusland, Frankrijk en China hiertegen, alleen Groot-Brittannië is voor. Deze beperkte manoeuvreerruimte dwingt de Amerikaanse ministers en topdiplomaten voortdurend tot missies (lees: smeekbedes) langs bondgenoten. Hoe hoog de nood is, bleek vorige week toen de Amerikaanse VN-ambassadeur, Bill Richardson, een rondgang maakte langs de tien niet-permanente leden van de V-raad. Een novum: wereldmacht Amerika op zoek naar steun bij Gabon en Gambia.

Saddam is aan zet en moet de wapeninspecteurs 100 procent toegang verlenen, zei Richardson gisteren. Maar wie krijgt hem zover? Rusland? De Russische diplomatie heeft tot nu toe weinig bereikt. Rusland zorgde er in november voor dat Saddam de uitgezette VN-wapeninspecteurs weer toeliet voor onbeperkte controles. Maar deze belofte werd alweer snel gebroken. Het Russische optreden is vorige week niet consistenter geworden dankzij president Jeltsin: eerst waarschuwde hij voor een Derde Wereldoorlog, de dag erop verklaarde hij dat het ergste van de crisis voorbij was. Zijn uitspraken getuigden van rivaliteit tussen de twee grootmachten. De leiders van China en Rusland hebben vorig jaar al eens samen de Amerikaanse 'hegemonie' in de wereld gekritiseerd.

Het lot van het laatste plan van de Arabische Liga is nog niet duidelijk. Maar de oogst van missies door Rusland, Frankrijk, Turkije en de Arabische Liga vorige week was een - mager - Iraaks aanbod voor wapeninspecties op acht 'presidentiële plaatsen'. De VS zagen “beweging” in Bagdad, maar vonden het aanbod volstrekt onvoldoende.

Terwijl Europa louter verdeeld is, rekenen Westerse diplomaten nog op bemiddeling van VN-chef Annan. Maar hij mengt zich hierin pas als zijn missie een grote kans van slagen maakt. En voorlopig wijst Irak een versoepeling van het olie-voor-voedselprogramma - voorgesteld door Annan - van de hand.