Koele gravin jaagt meisjes in verderf

Voorstelling: Gevaarlijke Liefdes (Les Liaisons Dangereuses) van Christopher Hampton naar de gelijknamige roman van Choderlos de Laclos (1782) door het Noord Nederlands Toneel. Vertaling: Ger Thijs; muziek: Fons Merkies; kostuums: Elena Mannini; regie: Arda Brokmann; spelers: Josée Ruiter, Adriaan Olree, Cléo Dankert e.a. Gezien 8/2 Stadsschouwburg. Groningen. Tournee t/m 10/5. Inl.: (050) 311 3399.

“Wie het meeste om de liefde vraagt, gaat eraan kapot,” zegt een waarschuwende tante, Madame de Rosemonde, tegen het jonge, deugdzame maar licht ontvlambare meisje Tourvel. Aan het slot van het wufte eerste deel van Gevaarlijke Liefdes klinken deze woorden als een sombere voorspelling voor het tweede. Is er aanvankelijk luchtige frivoliteit te bespeuren, al snel raakt het hele spel om de liefde ontluisterd.

Arda Brokmann heeft de moed opgebracht bij het Noord Nederlands Toneel Gevaarlijke Liefdes (Les Liaisons Dangereuses) te regisseren en daarmee openlijk de wedstrijd aan te gaan met wereldberoemde verfilmingen, bewerkingen (zoals Kwartet van Heiner Müller) en natuurlijk de achttiende-eeuwse brievenroman van Laclos zelf. De inzet van de voorstelling, liefde als zelfdestructie, is uitdagend, intrigerend - en ook full of danger. Niet om niets heten de verhoudingen 'gevaarlijk', want uiteindelijk gaat iedereen eraan ten onder.

Verweerde spiegels omsluiten als een lijst het decor. Regelmatig werpt hoofdrolspeler Graaf Valmont (Adriaan Olree) een blik in die spiegels als om zijn eigendunk als vrouwenjager te vergroten. In zijn rococo-kostuum treedt hij, evenals de andere karakters, naar voren alsof hij opkomt in een schilderij. Zijn tegenspeelster Markiezin Merteuil (Josée Ruiter) heeft die spiegels helemaal niet nodig; zij is zichzelf genoeg. Als vileine ophitster van de seksuele fantasieën zowel bij haarzelf als bij haar ex-minnaar Valmont beheerst zij niet alleen het hele web van intriges, ook is zij een onweerstaanbare verschijning op het podium. Listig, geslepen, koel maar van binnen ijselijk gepassioneerd jaagt zij onschuldige meisjes in het verderf door hen te koppelen aan Valmont, de een na de ander. Uiteindelijk komt haar sinistere, gestileerde liefdesdans met Valmont voort uit louter wraakzucht. Zij wil de andere sekse overheersen en daardoor vernietigen. Zij wil de prille jeugd beschadigen van de meisjes die zich aan Valmont uitleveren.

Totdat Valmont werkelijk verliefd wordt, dan slaat de berekening van de markiezin om in een kort opvlammende, felle woedeuitbarsting. Josée Ruiter weet dit dramatische keerpunt in de voorstelling uitzonderlijk sterk uit te beelden. Al het blanketsel op haar wangen, haar hele opsmuk van glans en luister is vergeefse overdaad. Haar hart is gekwetst maar niemand mag het zien; ze besluit met de woorden dat het 'spel voortgezet moet worden'. Dwars door de Couperin-achtige clavecimbelmuziek, gecomponeerd door Fons Merkies, klinkt aan het eind het kanonschot van de Franse Revolutie.

Zonder de geladenheid die Josée Ruiter aan haar rol geeft, zou de voorstelling meer praalzuchtige buitenkant zijn dan innerlijke tragedie, meer kostuumspel dan een voorstelling over liefde als oorlog. Adriaan Olree als de graaf is niet gevaarlijk genoeg, hij speelt zijn zucht naar vrouwenvlees maar zijn hart en zijn lichaam zijn er niet bij. Het vonkt niet. Tussen hem en de actrices is er geen sprake van de elektriserende spanning die tussen de seksen zou moeten bestaan. Olree bedient zich van een scala aan gebaren, zoals het wellustig de mond open laten staan na een opwindend bedoelde opmerking, maar ik proefde geen echtheid. Terwijl Josée Ruiter met één streek van haar tong langs de lippen een opgekropt verlangen naar perverse erotiek oproept.

De regie verzuimt om een uitdagende stelling aan te nemen, waardoor ook de toeschouwer in de ban raakt van dit wrede liefdesspel. Niet de besmeurde onschuld van de jonge meisjes is in het geding, evenmin de honger van Valmont. Blijft over de duistere wraakzucht van de markiezin. Maar juist zij, in haar monumentale onverzettelijkheid, heeft tegenspel en weerstand nodig. Want een liefdesoorlog wordt altijd door twee mensen uitgevochten, en speelt zich niet af in het hart van een.