Katarsis

Als ik lees dat een film niet geschikt is voor kinderen onder de twaalf jaar, weet ik dat hij niet geschikt is voor mij. Het is een handicap, maar je kan nog heel wat zien. In de nieuwe James Bond wordt de Derde Wereldoorlog voorbereid. Toch geschikt voor twaalfjarigen en voor mij.

De film over de ondergang van de Titanic werd me beschreven als een 'echte kinderfilm', wat vreemd klinkt als je je voorstelt hoe het was, niet op het dramatische moment dat het schip de ijsberg raakte, maar later toen het gezonken was en overlevenden in een luchtbel binnen in het schip wisten dat ze nog een tijdje zuurstof zouden hebben, maar dat er geen enkele kans meer was om te ontsnappen. Van alles kan een kinderfilm gemaakt worden.

De film Funny Games van de Duits/Oostenrijkse regisseur Michael Haneke is geen kinderfilm. In de recensies lees ik dat de toeschouwer gedwongen wordt om zich minutenlang te identificeren met het leed van ouders die voor hun ogen hun kind zien vermoorden. Later worden die ouders zelf vermoord. De moordenaars hebben geen motief, ze worden niet gepakt en aan het eind maken ze zich op voor nieuwe moorden.

Ik ben wel nieuwsgierig naar die film. Haneke wordt beschreven als een perfectionist die let op ieder detail. Hij schaamt zich niet om zich een moralist te noemen. Hij zou een kunstenaar kunnen zijn. Maar kijken of hij dat echt is, dat durf ik niet goed.

Kunst is een bijl die een wak slaat in het bevroren meer van het innerlijk, aldus Franz Kafka. Het is makkelijk om dat een mooie uitspraak te vinden, in het algemeen en zolang het om anderen gaat waarvan het innerlijk met een bijl wordt geopend.

We hebben de neiging om ons vrolijk te maken over de bekrompen kunstliefhebbers die in het verleden aanstoot namen aan het werk van kunstenaars die later beroemd werden. Zoals tijdens een bijeenkomst in München in 1916 waar Kafka zijn toen nog ongepubliceerde verhaal In de strafkolonie voorlas.

“Bij de eerste woorden leek zich een flauwe geur van bloed te verspreiden, een buitengewoon flauwe en bleke smaak zette zich op mijn lippen. Zijn stem kon verontschuldigend klinken, maar messcherp drongen zijn beelden bij me binnen, ijsnaalden vol diepe kwellingen. Niet alleen werden een martelwerktuig en een foltering beschreven in de van beheerste extase vervulde woorden van de pijniger en voltrekker van het vonnis. Ook de toehoorder werd in deze helse marteling meegesleept, ook hij lag als slachtoffer op het schuddende martelbed, en elk nieuw woord kraste als een nieuwe naald de langzame executie in zijn rug.“

Max Pulver, die dit opschreef, vertelt verder dat er na een tijdje een doffe klap viel in het zaaltje. Een dame was flauwgevallen en werd weggedragen. Kafka las verder. Nog twee toehoorders vielen flauw. De zaal liep leeg. Velen vluchtten op het laatste moment, zolang ze zich nog verzetten konden tegen de woorden van de schrijver die hen dreigden te overweldigen. Pulver bleef wel tot het eind en ervoer dat er aan het eind van de vertelling gerechtigheid geschiedde.

Dit alles klinkt nogal hysterisch en ouderwets. Er valt zelden meer iemand flauw als een schrijver voorleest en ook niet vaak tijdens een gruwelijke film. Niettemin, toen ik Kafka's vertelling las keek ik verschillende keren hoeveel bladzijden ik nog moest. Ik las het verhaal met tegenzin. Ik had het al eens eerder gelezen en ik wist dat er aan het einde gerechtigheid zou geschieden, maar dat hielp niet.

Recensenten schreven indertijd dat het verhaal van Kafka langdradig, eindeloos gedetailleerd en vervelend was. Dat woord vervelend kom je nu ook vaak tegen in recensies van bijzonder gruwelijke films, ook in de recensies van de film van Haneke. Wie niet wil dat er een wak in zijn innerlijk geslagen wordt, verzet zich en een effectieve vorm van verzet is de verveling. En net als aan Haneke werd aan Kafka verweten dat hij de gruweldaden van de folteraar vertelde als iets vanzelfsprekends dat geen motief of psychologische verklaring nodig had.

Max Pulver beleefde aan het eind van de voorleesavond in 1916 de katharsis van de gerechtigheid. Wat veel mensen aan Hanekes film niet beviel, is dat die katharsis ontbreekt. Bij Kafka houdt het trouwens ook niet over. De beul is dood, het nieuwe regime in de strafkolonie zal iets minder wreed zijn dan het vorige. Maar veel zal het niet schelen. En in de laatste zin van het verhaal worden mensen die uit de strafkolonie willen ontsnappen door in de boot van de weer vertrekkende reiziger te springen, wreed teruggeduwd.

En wat is het eigenlijk voor iets leugenachtigs, die katharsis aan het eind waar de kijkers naar een gruwelijke film zo naar snakken? De gruweldaden zijn verricht. Niets kan de doden weer levend maken. Worden de gruwelen goedgemaakt als aan het eind van de film de schurken zouden worden neergeschoten? Zo is het in een kinderfilm. Er wordt een zin aan de gruwelen gegeven, de film loopt goed af. Maar je kan je voorstellen dat iemand die een film voor volwassenen wil maken niet aan het bedrog van de goede afloop mee wil doen.

Toen Funny Games in de bioscopen kwam las ik een boekje dat in 1995 bij uitgeverij Klaus Wagenbach uitkwam over de ontstaansgeschiedenis en de ontvangst van het verhaal In de strafkolonie. Ik zag dat Haneke in het verleden een film had gemaakt naar de roman Het Slot van Kafka. De reacties op Kafka's verhaal en Hanekes nieuwe film leken me overeen te komen. Een makkelijk verband is gauw gelegd. Ik had natuurlijk moeten gaan kijken of Haneke werkelijk een kunstenaar is, al was het alleen maar om dit stukje met kennis van zaken te kunnen schrijven. Maar zoals gezegd, ik ga niet graag naar een film voor boven de twaalf. Haneke zei in een interview dat hij het effect wilde bereiken dat de kijkers zich af gingen vragen of ze zijn film eigenlijk wel wilden zien. Zo maakt hij het ook wel makkelijk om je dat al af te vragen voor je naar bioscoop gaat.