Haagse daklozen moeten dringen om een plaatsje

Het aantal dak- en thuislozen in Den Haag is de laatste tien jaar sterk gestegen, maar het budget voor de opvang is nog grotendeels gebaseerd op de situatie van 1985. De gemeente Den Haag zit met de handen in het haar.

DEN HAAG, 10 FEBR. “Ton, Ton. Wat moet ik nu doen? Moet ik nu gaan studeren of gaan slapen?”, zegt een jonge man met trillende stem.

“Ik zou even wat tijd voor jezelf nemen. Ga maar lekker televisie kijken”, antwoordt Th.N.J. Hessing, directeur van de Haagse Kesslerstichting. “Tv-kijken. Ja, okee. Vertrouw je me nog, Ton?” “Ja, ik vertrouw je.”

Opgelucht loopt de jongen terug naar zijn kamer.

Het aantal mensen dat in Den Haag door reguliere instellingen wordt afgewezen of niet geholpen kan worden door ziekenhuizen of de geestelijke gezondheidszorg, is de laatste jaren toegenomen. Voor de ongeveer zestienhonderd daklozen zijn er in Den Haag op dit moment 575 opvangplaatsen. Maar de uitkering van het rijk is nog grotendeels gebaseerd op de situatie van 1985. Toen had Den Haag 130 erkende opvangplaatsen.

Aan de De la Reyweg, aan de rand van de Haagse wijk Transvaal, staat het statige pand van de Kesslerstichting. Honderden Haagse daklozen komen er dagelijks over de vloer, en sommigen wonen er. Tien jaar terug ving de stichting nog zeventig cliënten op, maar het budget en het aantal gekwalificeerde medewerkers zijn sindsdien nauwelijks toegenomen. D.A.J. Kessler, destijds werkzaam bij Shell, schonk in 1921 een bedrag van 230.000 gulden, waarmee het 'tehuis voor onbehuisden' werd gebouwd. Directeur Hessing: “Dat was destijds een gigantisch bedrag, maar nu moeten we bedelen om subsidie.”

De Kesslerstichting in Den Haag zorgt samen met het Leger des Heils en vrouwenopvang Pepita van Rijn voor het leeuwendeel van de opvang van de sociaal zwaksten in Den Haag. Voor de opvang krijgt Den Haag een bedrag van ruim zeven miljoen gulden van staatssecretaris Terpstra (Welzijn). Instellingen, de gemeente en de overheid zijn het erover eens dat Den Haag vergeleken met de andere grote steden te weinig geld krijgt. Een oplossing is er vooralsnog niet. De gemeente en de overheid houden elkaar al jaren bezig met brievenschrijven en het doen van vage toezeggingen.

Den Haag kreeg in 1997 een bedrag van 7,1 miljoen gulden voor 'opvang en hulpverlening', terwijl Amsterdam bijna twintig miljoen gulden kreeg en Rotterdam ruim twaalf miljoen. De verdeling is gebaseerd op de opvang in 1985.

Volgens wethouder J.J. Luijten (CDA, Welzijn) komt Den Haag wegens “de historische verdeling” al jaren geld tekort. “In 1985 was hier minder behoefte aan opvang, en de opvang die er was vond veelal plaats op basis van vrijwilligheid. Die werd niet erkend. Wij hebben de laatste jaren, door de artikel-12-status, ook geen extra geld beschikbaar kunnen stellen voor nieuwe projecten. De klok tikt echter voortdurend door”, aldus wethouder Luijten.

Terpstra is de afgelopen maanden regelmatig bij verschillende instanties op bezoek geweest die in Den Haag maatschappelijke opvang verzorgen. “Ik heb geen geld, maar wat kan ik voor jullie doen?”, was volgens Hessing die haar ontving bij de Kesslerstichting, het eerste wat ze zei. Hessing: “Ik wilde bijna zeggen: 'Blijft u hier vannacht dan maar werken.' Alles draait toch om geld.”

Op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kennen ze het 'Haagse probleem'. “Er zit wel wat in de kritiek van Den Haag”, zegt een woordvoerder van Terpstra. “Maar Den Haag is niet de enige in Nederland. Terpstra heeft inmiddels wel een politiek signaal gegeven dat er wat aan de achterstand van Den Haag moet worden gedaan.”

“Ja”, zegt wethouder Luijten, “Terpstra barst van het begrip. Ze drukt me regelmatig tegen haar boezem, maar dat levert me niets op.” Over enkele weken zal de Raad voor de Financiële Verhoudingen een advies uitbrengen over de totale herverdeling van het geld dat lokale overheden krijgen voor de maatschappelijke opvang. Het gaat in totaal om tweehonderd miljoen gulden. “Die herverdeling zal niet voor 1999 plaatsvinden, maar dan krijgt Den Haag wel meer”, zegt de woordvoerder van Terpstra. Uit een ander potje krijgt Den Haag dit jaar een miljoen gulden extra voor vrouwenopvang. “Daarmee is al een deel van de achterstand gecompenseerd”, zegt de woordvoerder van Terpstra.

De stad zegt echter op korte termijn vijf miljoen gulden nodig te hebben, maar stelt uit haar eigen budget niets beschikbaar voor de opvang. “Tja, een goede gemeente stopt ook ergens zelf geld bij als ze tekort hebben”, meent de woordvoerder van Terpstra. “Dat geld is er niet”, zegt de wethouder.

Op enkele honderden meters van het Haagse stadhuis en van de plek waar het nieuwe ministerie van VWS wordt gebouwd, staat de soepbus. “Ik heb al een jaar geen aardappels meer gegeten”, zegt een magere man met lange haren. De 'bewoners' van de soepbus - een oude, rode stadsbus die naast het ministerie van Economische Zaken staat - krijgen eten en kunnen er ook in slapen. Dagelijks bezoeken zo'n tachtig mensen de bus die van 's avonds elf uur tot 's middags twee uur geopend is. “Hier komen de echte buitenlopers”, zegt Hessing van de Kesslerstichting. “Het is de bedoeling dat ze op een gegeven moment zo ver zijn dat ze naar een passantenverblijf kunnen. Met een paar man houden we de bus open, maar eigenlijk kan het niet.”

In het passantenverblijf aan de De la Reyweg staan de stapelbedden met zeer kleine tussenruimten. Bezoekers kunnen er maximaal zeven nachten per maand slapen. Directeur Hessing: “Die bedden zijn altijd vol. Als het echt koud wordt, zetten we stoelen neer.”

Hessing is het onderhandelen met de gemeente en de rijksoverheid zat geworden. “In Den Haag zijn de problemen nauwelijks zichtbaar, omdat de daklozen verspreid zijn door de stad. Als ambtenaren of politici hier komen, dan zien ze het probleem pas. Ze vinden het erg. Maar ze hebben geen geld, zeggen ze. Die mensen gaan 's avonds weer de stad uit. Dan kloppen hier de daklozen aan.”