GVB beeld van falende overheid

Reporter, GVB of de kunst van het besturen, Ned.1, 22.01-22.45u.

Max de Jong vond dat hij begin 1996 als interim-directeur van het Gemeente Vervoer Bedrijf (GVB) alleen maar openstaande deuren had ingetrapt en eigenlijk niets nieuws vertelde. Hij stelde na zes maanden werk vast dat het GVB “out of control” was. Dat zorgde voor een schokeffect bij het bedrijf en de gemeente Amsterdam. Zelfs in het hele land: “Van Groningen tot aan Maastricht waren we de lachspiegel”, aldus A. van Hulst, oud-directeur tram van het GVB.

Iedereen was verantwoordelijk, dus niemand was verantwoordelijk. Dat kenmerkt de historie van het Amsterdamse GVB. Het is ook de rode draad die door de reportage GVB of de kunst van het besturen van KRO's Reporter loopt.

Mismanagement, bezuinigingen van de rijksoverheid, een wurgende greep van de ondernemingsraad op de directie, een continue reorganisatie van meer dan twintig jaar hebben het GVB in een deplorabele toestand gebracht.

Het GVB is met 4.500 werknemers en een miljoen passagiers per dag een groot, log bedrijf. In de jaren zeventig en tachtig was het nog de rijksoverheid die altijd bijsprong als er problemen waren. K. Ossewaarde, directeur van 1968 tot 1989, hoefde maar bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat aan te kloppen of hij kreeg geld of extra personeel. Een hoog ziekteverzuim? Minister Westerterp “gaf ons er zo honderdvijftig man bij”. In de jaren zeventig bevochten de vakbonden voor het personeel “goudomrande arbeidsvoorwaarden”, zoals de programmamakers het verwoorden. Maar toen in 1988 Den Haag de subsidiestroom aan banden legde en de gemeente zelf de tekorten moest betalen, kwam het GVB in de problemen.

Het meest onthutsend is oud-wethouder R. ten Have (D66), die koeltjes beweert dat het bedrijf van 1990 tot 1994, toen hij verantwoordelijk was, “goed gewerkt en substantieel bezuinigd heeft”. Ondanks de vernietigende rapporten en ondanks de staat waarin het bedrijf verkeert zegt Ten Have dat hij het goed heeft gedaan. Als hij wordt geconfronteerd met de conclusie van een commissie onder leiding van A. van der Zwan dat hij eerder had moeten ingrijpen, antwoordt hij onbewogen: “Ik was voortdurend bezig in te grijpen.”

Huidig wethouder Ter Horst (PvdA) raakte tot dusver nauwelijks beschadigd door het 'GVB-dossier'. Zij kreeg van Van der Zwan “enkel een tikje op de vingers”. Ter Horst greep pas in een jaar nadat ze het GVB in haar portefeuille had gekregen, maar dat rekende Van der Zwan haar niet zwaar aan. Maar Van der Zwan is een partijgenoot van haar, zo constateren de makers. Zelf veegt ze de suggestie dat hij haar daarom heeft ontzien van tafel. “Alle kwaad was al voor 1994 geschied.”

Voor wie de berichtgeving over het GVB heeft gevolgd, biedt de uitzending weinig nieuws. De reportage behandelt helder en nauwgezet de historie van het GVB, die al aan de hand van rapporten van managementbureaus en interim-directeuren duidelijk aan het oppervlak was gekomen. Maar alles op een rijtje gepresenteerd, schetst het toch huiveringwekkend beeld van een falende overheid.

De reportage stipt slechts kort even de verstarde en verkokerde bedrijfscultuur aan. Naast het politieke en bestuurlijke falen, ligt hierin een belangrijke en weinig belichte oorzaak van de neergang van het bedrijf. Sinds 1996 heeft het GVB in de persoon van jonkheer A. Testa een nieuwe directeur. Of hij tot dusver zijn riante salaris van vier ton per jaar heeft waargemaakt blijft in het midden. “Het lijkt financieel beter te gaan”, meldt de commentaarstem veilig.

Voor velen staat vast hoe het GVB uit de problemen moet raken: privatisering. “In 1927 wisten ze het al”, zegt oud-directeur Ossewaarde. “De politiek moet zijn handen afhouden van een bedrijf.”