Bullet in the head

Bullet in the head (Die xue jie tou, John Woo, Hong Kong, 1990), Veronica, 22.05-0.30u.

Een van de betere grappen op de Bescheurkalender van het Simplisties Verbond, begin jaren tachtig: 'Vanavond bij Veronica een vechtfilm met neukende racewagens!'

Dat was nog in de dagen dat commerciële televisie op kinderschoenen in Nederland rondschuifelde. Programmering: een bordkartonnen quiz, een goed-nieuwsrubriek en een vechtfilm. Daar keek je niet naar, daar lachte je om.

Hoe anders is dat eind jaren negentig. Misschien dat de neukende racewagens nog steeds niet helemaal serieus zouden worden genomen, maar met een mooie portie geweld kan een regisseur nu rekenen op de welwillende aandacht van pers, publiek en collega's. Quentin Tarantino wint met Pulp fiction de Gouden Palm in Cannes, het Rotterdams Filmfestival programmeert onder de noemer The cruel machine en Paul Verhoeven, die toch ooit vanwege de negatieve Pavlov-reacties in de pers Nederland verliet, mag zich verheugen in lovende kritieken op zijn man-bijt-insect-film Starship Trooper. Geweld heeft een intellectueel keurmerk meegekregen en zie het nou maar eens te keren in de bioscoop.

In het kielzog van Quentin Tarantino is ook de Hongkong-cinema de salon binnengekomen. Diens Reservoir dogs heeft veel overeenkomsten met films van vooral John Woo. Mannen in pakken, nauwelijks van elkaar te onderscheiden kwa goed of slecht, staan met getrokken pistolen tegenover elkaar. En bloedfonteinen in slow motion volgen. Het lijkt wel kunst.

Bullet in the head begint veelbelovend op dansles, onder de verchineeste tonen van I'm a believer van The Monkees. Zo worden drie vrienden uit Hongkong geïntroduceerd die als rebellen zonder reden dansen, verliefd zijn, vechten maar bovenal onafscheidelijk zijn.

Twee uur en honderdduizend vertraagde kogels later hebben ze elkaar afgemaakt. Jaja, de wereld is slecht en de mens is verdorven.

Woo kan scènes maken en zijn vechtpartijen choreograferen, maar waarom dit soort films ineens beter zou zijn dan de rauw-vleesverhalen van Charles Bronson of Steven Seagall is mij een raadsel.

Het is nog altijd Veronica dat hem uitzendt, want sommige dingen veranderen gelukkig nooit.