WINNIE OP GESPREK BIJ KORTHALS?

Er zijn dan ook allerlei redenen om aan te nemen dat de toekomst van het oude kabinet minstens zo interessant wordt als die van het nieuwe. Neem Winnie Sorgdrager. Kenmerk van haar voorgangers op Justitie was dat ze na hun vertrek uit Den Haag hun oude beroep weer oppakten, of tenminste erbij in de buurt bleven.

Ernst Hirsch Ballin, die door de IRT-affaire als demissionair minister moest aftreden en gedesillusioneerd in de Tweede-Kamerfractie van het CDA terechtkwam, keerde snel terug naar dezelfde Tilburgse universiteit waar hij voor zijn komst naar Den Haag had gedoceerd. Frits Korthals Altes kwam uit de advocatuur en ging terug naar de advocatuur, totdat hij tot het hoge ambt van Eerste-Kamervoorzitter werd geroepen. Job de Ruiter was rechter, en werd na het ministerschap van Justitie en later Defensie, procureur-generaal te Amsterdam.

Ogenschijnlijk zijn er voor Sorgdrager genoeg mogelijkheden. Als de voortekenen niet bedriegen wordt op korte termijn de vacature-Steenhuis opengesteld. En als het voor Docters van Leeuwen een beetje tegenzit, openbaart zich straks ook aan de top van het college der procureurs-generaal een gapend gat. Bovendien is Arnhem nog steeds vrij, het ressort waar Sorgdrager ooit als procureur-generaal begon.

Toch belooft een eventuele sollicitatie door de huidige minister een moeizame operatie te worden, al was het maar omdat de inhoud van het sollicitatiegesprek zeker zal uitlekken. Maar wie zal dat gesprek voeren? De nieuwe minister van Justitie Benk Korthals, als Kamerlid voor de VVD de laatste tijd druk bezig aan de stoelpoten van de minister te zagen? Of één van de PG's die zich vorige week bij het ziekbed van Docters van Leeuwen in Den Haag vervoegden om de nieuwste fase in de mediaoorlog tegen de minister te bespreken?

Eén van de verrassingen van de vorige kabinetsformatie was dat Jo Ritzen, gedoodverfd vertrekker, doodleuk terugkeerde op Onderwijs. Dergelijke verrassingen zijn ook in 1998 mogelijk. In deze categorie is Justitie één van de voor de hand liggende posten, al was het maar vanwege de complicaties bij de outplacement van de zittende bewindspersoon.