'Snowboarden kan tot populaire sport uitgroeien'; Kamikaze-acties niets voor Remmelink

Thedo Remmelink scheurt niet op zijn snowboard naar beneden alsof zijn leven ervan afhangt. Hij houdt van snel doch sierlijk. Die stijl leverde hem gistermorgen in Nagano op de reuzenslalom een opvallende tiende plaats op.

SHIGA KOGEN, 9 FEBR. Thedo Remmelink is een bijzondere jonge man in een wereld van bijzondere jonge mannen. Hij gaat zijn eigen gang, spreekt zijn eigen taal en glijdt op zijn eigen wijze op zijn plank van een besneeuwde helling. Dankzij de aandacht die Remmelink dezer dagen krijgt en vooral dankzij zijn opvallende tiende plaats gistermorgen op de piste van Yakebitai in het skioord Shiga Kogen op het onderdeel reuzenslalom kan snowboarden uitgroeien tot een belangrijke sport.

Remmelink is geen wildeman, zoals veel andere snowboarders. Hij is niet zo'n man die op zijn plank naar beneden scheurt alsof zijn leven op het spel staat. De 33-jarige Achterhoeker houdt ervan de bochten om de poortjes mooi en rond te nemen. Sierlijk en toch heel snel van de helling afglijden, is het mooist. Dat is toch anders dan veel andere snowboarders het doen. Zoals de Canadees Ross Rebagliati, die gisteren na twee runs de snelste tijd had genoteerd en daarom met de gouden medaille naar huis gaat. Zoals Rebagliati zich in de tweede race naar beneden stortte, dat had iets van een kamikaze-actie. Wild en avontuurlijk, zonder een moment aan vallen te denken.

Remmelink is meer een snowboarder die naar beneden wil vliegen. Bijna mediterend, zich in de stilte terugtrekken, zoals hij dat heeft geleerd tijdens een bezoek aan een klooster in Tibet. Zoals hij glijdt is het net alsof hij zweeft. Daarom had hij gisteren ook moeite met de eerste run. Die was hem iets te hoekig, hij moest veel remmen en kon niet in zijn ritme komen. Op zo'n parcours gaan dan allerlei gedachten door zijn hoofd spelen. Dan wordt hij bang om te vallen. Liever glijdt langs een gestroomlijnd parcours, zoals in de tweede run. Toen haalde hij ook veel van de achterstand in die hij in de eerste run had opgelopen en werd hij tot zijn grote voldoening tiende in de eindstand.

Na de eerste run stond hij teleurstellend vijftiende. Hij wist dat hij beter kon en hij wist dat de tweede run nooit zo hoekig zou zijn als de eerste. In zijn hotel bereidde hij zich voor met zijn trainers, probeerde zich in zichzelf terug te trekken om de komende race te visualiseren. Hij startte als eerste in de tweede run en liet meteen zien dat hij zich beter voelde dan bij de eerste keer. Hij lachte toen hij zich aan de voet van de helling door de opvallend geïnteresseerde prins Willem-Alexander liet ondervragen. Hij wist dat hij nu op een hoge positie zou eindigen.

Vlak na zijn race dreven dikke wolken over de piste. Het begon zwaar te sneeuwen en in korte tijd viel er niet meer te snowboarden. Even was er de onzekerheid over het doorgaan van de wedstrijd en of de races opnieuw, een andere dag, moesten worden gestart. Remmelink had op dat moment de tweede totaaltijd genoteerd en genoot als een kind van die hoge positie. Toen het startsein voor de voortzetting alsnog werd gegeven, liet de concurrentie zien hoeveel risico's zij durft te nemen. Omdat niet iedereen er in de sneeuwstorm in slaagde zijn evenwicht te bewaren, handhaafde Remmelink zich in het voorste gelid.

Remmelink is veruit de beste Nederlander in deze nieuwe olympische sport. Of zich na hem (het is zijn laatste jaar als wedstrijdsnowboarder) jongens aandienen die net als hij de wereld kunnen veroveren valt te betwijfelen. Sinds Remmelink tien jaar geleden voor het eerst op een snowboard stond, is hij zijn eigen weg gegaan. Hij oefende en oefende, veel in zijn eentje, begon zelf planken te construeren, reisde de hele wereld over en zette zelf een trainingsprogramma op. Dankzij zijn eigen inzet ontwikkelde snowboarden zich onder Nederlanders tot een serieuze sport. Hij kon dankzij de steun van sponsors en de Nederlandse Skivereniging trainers aantrekken en vestigde zich in het Oostenrijkse Kaprun, waar hij ook in de zomer kon snowboarden op de gletsjer.

Het is de vraag of jongens en meisjes die zich ook zo willen ontwikkelen daarvoor de energie hebben. “Dat zal moeilijk zijn”, waarschuwde Remmelink. “Die zijn niet zo gek als ik. Die hebben een topsportstructuur nodig. Zij moeten geholpen worden door anderen en door een serieuze organisatie. Maar misschien helpt het als ik naam heb gemaakt. Nu iedereen hier is van de media, kan snowboarden uitgroeien tot een populaire wedstrijdsport.”

Snowboarden (met twee voeten zijwaarts op een plank staande over sneeuw naar beneden glijden) is nog een hele jonge sport. Sinds een Amerikaan nog niet zo lang geleden ontdekte dat hij op een dienblad staande van een helling af kon glijden, hebben tal van mensen geprobeerd er op hun manier een sport van te maken. Begin jaren negentig kreeg snowboarden de jeugd in zijn greep. Het werd een soort protestbeweging tegen skiën. Jongens en meisjes kleedden zich slonzig, kleurloos en in wijde broeken en jasjes wanneer ze op een skibord gingen staan en werden de stoorzenders op de skipistes.

Snowboarden betekent lekker over de sneeuw scheuren, wild doen, avontuur zoeken. Het is een beetje wat Remmelink zocht in zijn leven. Motorcrossen vond hij ook al zo boeiend. Maar toen hij eenmaal tijdens een skivakantie werd gevraagd op een snowboard te gaan staan, raakte hij geobsedeerd. Nooit meer zou hij skiën. Het is het verhaal dat meer snowboarders vertellen. Want het is nieuw en avontuurlijk. En dan hebben we het nog niet over de wilden die in de halfpipe (een goot van platgestampte sneeuw) hun gedurfde sprongen vertonen aan een jury. Glijden op een plank voegt iets aan toe aan de sportbeleving. Daarom staat snowboarden op het olympisch programma.