Nederland zet de schaatswereld op z'n kop met strips

NAGANO, 9 FEBR. “Is dat alles?” De mond van de Amerikaanse sportverslaggever viel open van verbazing toen Bart Veldkamp op verzoek de plakstrips in zigzagvorm liet zien die ter hoogte van zijn onderbenen op het schaats- pak waren aangebracht.

In dat pak had Veldkamp op de olympische 5.000 meter in Nagano een bronzen medaille gewonnen en even het wereldrecord in handen gehad. Rintje Ritsma - eveneens met strips - pakte daarna het record van Veldkamp af. En na hem was Gianni Romme met strips de allersnelste. Met een wereldrecordtijd van 6.22,20 won hij olympisch goud.

Veldkamp, Ritsma, Romme, De Jong en Ten Kortenaar introduceerden gisteren op de eerste schaatsdag van de Olympische Spelen een op het oog onschuldig nieuwtje.

Bij de concurrenten had het de uitwerking van een bom. Zonder uitzondering verbeterden de 'stripgebruikers' hun snelste tijden, variërend van enkele seconden (Bob de Jong) tot ruim acht seconden (Gianni Romme).

Na de klapschaats zet Nederland de schaatswereld opnieuw op zijn kop, dit keer met zigzag-tape. Bijna anderhalf jaar geleden boekten de Nederlandse vrouwen voor het eerst grote successen met de klapschaats. Nu rijdt vrijwel iedereen er op en worden aanzienlijk snellere tijden gerealiseerd. De schaatsers die met strips hadden gereden werd gisteren het hemd van het lijf gevraagd. Ook de aanwezige coaches Henk Gemser en Wopke de Vegt lagen tijdens de persconferentie na afloop van de 5.000 meter onder een spervuur van vragen over de strip die nog nauwelijks in de praktijk op het ijs was beproefd.

De gekartelde plakstrip is gemaakt van een foamsoort die veel op rubber lijkt. Anderhalve millimeter dun en ongeveer vijf millimeter breed. De strips worden in de lengterichting op de onderbenen aangebracht en zijn ongeveer 20 centimeter lang. Boven het voorhoofd komt een strip horizontaal op het pak.

De strips zorgen ervoor dat de luchtstroming niet van de benen en het hoofd afketst, maar deze langer volgt en als het ware omsluit. Door de lagere luchtweerstand neemt de snelheid van de schaatser-met-strip toe. Proeven in een windtunnel toonden aan dat schaatsers een tijdwinst van 0,2 tot 0,5 seconde per ronde kunnen boeken.

De drie opeenvolgende wereldrecords van Veldkamp, Ritsma en Romme waren opeens ondergeschikt aan een stukje zigzag-tape van een paar gulden. Tegensputterend wees de winnaar erop dat de uitslag een normale weergave van de krachtsverhoudingen was, die ook zonder strips zeer goed mogelijk zou zijn geweest. Maar dat de strips tijdwinst opleverden, dat bestreed niemand.

Pagina 15: Schaatscoaches woedend over Nederlandse vondst

Het principe van de zigzagstrips is zo simpel als het ontwerp: de strips worden in de lengterichting op de onderbenen aangebracht en zijn 20 tot 30 centimeter lang. Boven het voorhoofd dient een strip horizontaal op het pak te worden aangebracht. De strips zorgen ervoor dat de luchtstroming niet van de benen en het hoofd afketst, maar deze langer volgt en als het ware omsluit. De tape heeft hetzelfde effect als de putjes in een golfbal. De luchtstroming van de bal is zodanig dat hij minder weerstand ondervindt. Zo kan het balletje verder worden geslagen dan een balletje zonder putjes.

Door de lagere luchtweerstand neemt de snelheid van de schaatser-met-strip toe. Proeven met schaatsers in de windtunnel van de TU Delft toonden aan dat afhankelijk van de lichaamsbouw topschaatsers per ronde een winst kunnen boeken van 0,2 tot 0,5 seconde. Voor de beste rijders op de vijf kilometer geeft dat een voordeel van ongeveer vijf seconden.

Met name de schaatscoaches van Japan en Noorwegen, Kuroiwa en Sletten, reageerden na afloop van de 5.000 meter woedend. Ze voelden zich beduveld door de Nederlanders die na de klapschaats weer met een nieuwigheid op het ijs waren gekomen. Maar met hun razendsnel ingediende protest bij de Internationale Schaatsunie (ISU) schoten ze ver naast hun doel: de ISU had een dag eerder de toepassing van de strips goedgekeurd. Overigens tot grote ergernis van viervoudig olympisch kampioen Johann Olav Koss.

De Noor, die in Nagano voor de televisie werkt, veroordeelde de schaatsunie gisteren in scherpe bewoordingen. “Ze hebben zitten slapen. De ISU had die de strips nooit mogen toelaten. Ze hebben een blunder gemaakt door het materiaal één dag voor de start vrij te geven. Ze hadden zich op de hoogte moeten stellen van de gevolgen.” Maar, haastte Koss zich daaraan toe te voegen, “Romme zou ook zonder strips de beste zijn geweest”.

In het najaar van 1996 stapte Marnix ten Kortenaar als chemie-student aan de Technische Universiteit naar ir. L. Veldhuis van de faculteit luchtvaart- en ruimtevaarttechniek, met de vraag of die eens zou willen kijken naar mogelijkheden om de luchtweerstand van schaatsers te verminderen. Veldhuis klopte aan bij onderzoekswetenschapper ir. W.A. Timmer van het instituut voor windenergie van de faculteit civiele techniek en geo-wetenschappen van de TU. De twee wetenschappers vormen sindsdien een combine. Ze bestudeerden de lichaamshouding van schaatsers en zochten naar middelen op de pakken om de schaatsers aerodynamischer over de ijsbaan te laten glijden, zonder de lijn van het lichaam wezenlijk aan te tasten.

Omdat Ten Kortenaar ziek werd vlak voor een proef voor de windtunnel, nam Veldkamp in januari van vorig jaar zijn plaats in. “Ik zag het meer als een geintje, maar wilde aan de andere kant op weg naar Nagano niets aan het toeval overlaten.” De deal was destijds dat de ploeg van Veldkamp gebruik kon maken van de peperdure windtunnel, in ruil voor publiciteit. “Dat was dom”, zegt Ten Kortenaar. “We hadden het stil moeten houden.”

Ard Schenk, chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg, klopte aan het begin van de zomer bij de TU aan. Tegen betaling maakte vervolgens ook de Nederlandse ploeg gebruik van de diensten van de TU. De kernploegleden Annamarie Thomas (de vriendin van Veldkamp) en Romme deden proeven in de windtunnel, waarna ook privérijder Ritsma zich meldde en de strippakken testte. In november waren de onderzoeksgegevens beschikbaar.

Vreemd genoeg kent de ruige strip één uitgesproken tegenstander: Ten Kortenaar. Als eerste ging hij er gisteren het ijs mee op. Hij verbeterde zijn persoonlijke record met zesenhalve seconde, goed voor de tiende plaats. Toch moet de strip volgens hem verboden worden, omdat hij bang is dat de landen met het meeste geld voor onderzoek straks de snelste schaatsers leveren. Ten Kortenaar kon zich de woede van buitenlandse coaches goed voorstellen. “Die zijn natuurlijk onwijs kwaad.”

In Nederland was tijdens de race van Ten Kortenaar bij onderzoekswetenschapper Timmer van de TU het angstzweet uitgebroken. “Ik stierf duizend doden”, zegt hij over het moment waarop hij op de televisie Ten Kortenaar over het ijs zag glijden met een loshangende strip aan zijn rechteronderbeen. “Ik zag een rampenscenario voor me, dat de strip op het ijs terecht zou komen en dat de andere schaatser er over zou vallen. De oorzaak? Misschien heeft Marnix de strip er te lang van tevoren opgeplakt en is die door het vocht los gaan zitten. Dit is ook een ad hoc-oplossing. We hadden geen tijd meer om de strips in de pakken te integreren.”

Donderdag legden Veldkamp en Ten Kortenaar, samen lid van een privéploeg, hun strippakken voor aan de technische commissie van de ISU. Die zag geen problemen. Dat zette de Nederlandse ploeg er toe aan ook naar de ISU te stappen. Hoewel een lading strips was meegenomen naar Nagano, was men er in het Nederlandse kamp van uitgegaan dat de ISU de pakken zou verbieden. Ondanks een precedent: de Canadezen rijden al het hele seizoen in pakken waarin de ribbels (op rug, schouders, armen en onderbenen) zijn verwerkt. Daar trad de ISU niet tegen op.

Zaterdagmiddag, na de loting voor de 5.000 meter, onderwierp de top van de ISU de pakken met strips aan een tweede onderzoek, omdat de leden van het hoogste schaatscollege toch van mening verschilden over de toelaatbaarheid. Een paar uur later kregen de pakken definitief de zegen van de ISU.