Nagano

Ver van Nagano ligt Yamanouchi. In de zomermaanden heersen er paradijselijke sferen, waarin de natuur zich nog kan ontwikkelen. In de winter geldt het op 2.000 meter hoogte gelegen Shinga Kogen als een modern wintersportoord. Gisteren werd daar gestreden om de medailles in de reuzenslalom snowboarden.

Japanners stroomden toe om zich te vergapen aan deze nieuwe sport. Ze hadden zichtbaar geen bezwaar de Yakebitai-berg te voet te moeten beklimmen. En ook niet dat de stoeltjesliften alleen mochten worden benut door officials en pers. Zeulend met tassen en camera's mochten deze plaats nemen in een schommelende stoeltje, dat geduldig klaar werd gehouden door gedienstige Japanners.

Vanaf die positie was het een genoegen op het voetvolk neer te kijken. Vijf uur en een sneeuwstorm later waren de rollen omgekeerd. Nu konden de anderen genieten. Voor de afdaling mochten de liften dit keer namelijk ook niet door officials en pers worden gebruikt. Dat betekende glijden voor allemaal. Wie niets te dragen had, hield zich op de sneeuw nauwelijks staande. Wie een tas of meer bagage droeg, wankelde en zwalkte bergafwaarts. Wie niet wilde vallen, riskeerde een spierblessure. Wie wel viel, kreeg de lachers op zijn hand. Japanners gierden het uit bij elke buiteling. Ik wilde niet vallen, maar viel toch - evenals anderen. Ik stond lachend op.

Toen viel ik weer - nu hard - en verloor mijn koffertje. Terwijl ik opkrabbelde, zag ik het ding van de helling glijden. Beneden stond een Japanner met zijn rug naar de helling van de witte natuur te genieten. Het koffertje sloeg zo hard tegen zijn benen dat hij achterover viel. Rondom lachten mensen zich rot. Ook een Amerikaan. “Je bent niet zo snel als je bagage. Die snowboarders zijn sneller”, bulderde hij. Het is in Nagano een feest om naar het skiën te gaan.