Liturgiebijbel

Paul Oskamp en Niek Schuman: De weg van de liturgie; tradities, achtergronden, praktijk. Meinema, Zoetermeer. (ƒ 69,50)

In sommige kerken begint men op maandag alweer aan de voorbereidingen voor de dienst van de volgende zondag. Commissies overleggen met de voorganger over het thema van de dienst en buigen zich over liederen en gebeden, de cantor-organist studeert met het koor gezangen in, gemeenteleden werken aan de invulling van de kinderdienst. In andere kerken houdt men het simpeler. De predikant belt op zaterdagavond aan de koster en de organist een lijstje psalmen door. De orde van dienst is elke zondag hetzelfde en de invulling wordt traditiegetrouw geheel aan de dominee overgelaten.

Hoezeer kerkdiensten liturgisch onderling verschillen, toch zijn er veel overeenkomsten. Zingen, bidden, lezing en uitleg van een gedeelte uit de Bijbel zijn vaste onderdelen van elke zondagse eredienst, van welke denominatie ook. Bovendien wordt tijdens de diensten met zekere regelmaat avondmaal gevierd. Nieuwe kerkleden worden gedoopt. Al deze kerkelijke gebruiken vormen even zovele onderdelen van de liturgie.

Afgelopen zaterdag verscheen voor het eerst een omvattend protestants handboek voor de liturgie, De weg van de liturgie; tradities, achtergronden, praktijk, waaraan is meegewerkt door negentien - merendeels hervormde en gereformeerde - deskundigen op het terrein van de liturgie. Het boek omschrijft liturgie als “de plaats waar mensen 'hun' levensdagen in het licht van Gods bijzondere geschiedenis stellen, zodat het eerst werkelijk hún lévensdagen worden”.

Het 500 pagina's tellende boek werd gepresenteerd op een studiedag aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Kampen. Het is niet alleen bedoeld als handboek voor de liturgie voor de drie kerken die betrokken zijn bij het Samen-op-Weg-proces (SOW), de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch Lutherse kerk, maar ook als studieboek voor theologiestudenten aan de diverse universiteiten die voorgangers leveren aan deze drie kerken. Verder zullen gemeenteleden die geïnteresseerd zijn in of betrokken bij de vormgeving van erediensten er ideeën uit kunnen opdoen.

Het boek begint met een schets van de enorme veelkleurigheid van de liturgische praktijk in de drie kerken. In het eerste hoofdstuk worden sfeervolle beschrijvingen en evaluaties gegeven van drie typen kerkdiensten die binnen de SOW-kerken voorkomen: een traditionele in een hervormde Gereformeerde-Bondsgemeente, compleet met 'het sacrament van de pepermunt', een hoogliturgische in een Evangelisch Lutherse gemeente met veel Bach en een moderne van een Gereformeerde Kerk die zich het gedachtegoed van een Amerikaanse evangelische beweging heeft eigen gemaakt.

Die drie beschrijvingen fungeren als opmaat naar een brede uiteenzetting over herkomst en ontwikkeling van de liturgie, een systematische bespreking van alle onderdelen, een toelichting bij speciale mijlpalen als doop, bevestiging van ambtsdragers en begrafenissen. Verder komen zaken als kerkmuziek, de kerkelijke feesten, kind en liturgie en leesroosters aan de orde, maar ook kerkdiensten in het leger en in gevangenissen.

Bij de presentatie beklemtoonde prof. dr. N.A. Schuman, een van de samenstellers van het boek, dat bij alle verschillen die er in de liturgische praktijk zijn 'kwaliteit' een zeer belangrijke eis is. “Taal, teken, woord en gebaar in de eredienst dienen weloverwogen en welgekozen te zijn. Dat lijkt elitair, is het wellicht ook, maar dan zijn de psalmen en de bijbelse geschriften dat ook. Wie de veel geciteerde psalm 23 leest ('De Heer is mijn herder') met zijn doordachte structuur, beseft dat die niet op een achternamiddag op een tochtige hoek van de tempel is geschreven.” De liturgie mag nooit ontaarden in hapklare brokken, in vluchtig amusement. Hij wees er verder op dat er een grens is aan het redeneren over de relatie tussen God en mens. In de liturgie kan het onzegbare en het onvoorstelbare tastbaar worden. “Dan is er zien, soms even”, aldus Schuman met een verwijzing naar de dichter Huub Oosterhuis.

Bij de presentatie waren twee 'tegenstemmen' uitgenodigd. Prof. dr. P. Post van de Katholieke Universiteit Brabant waarschuwde voor te veel uitleg en te veel afstand bij de kerkelijke rituelen en pleitte voor het beleven van de liturgie. “Liturgie is nutteloos, zegt het boek. Dat is juist. Je moet je eraan overgeven. Het wonder van het ritueel blijft alleen bestaan als je het niet verklaart.” De christelijke gereformeerde dr. T. Brienen vond het boek waardevol als totaaloverzicht en naslagwerk, maar miste een duidelijk concept. De vraag aan welke vereisten een goede liturgie dient te voldoen, komt niet aan de orde, constateerde hij. “Het is ieder het zijne en ik het mijne in liturgicis.”