'Ik heb geen vogeltje, ik heb Cootje'

Ik was er goed ziek van toen mijn cluppie in 1989 moest fuseren. Veertig jaar lang was ik lid geweest van Landlust. Als kleine jongen woonde ik naast een speeltuin en in de speeltuin was ook een korfbalveldje. In die tijd moest je nog lid zijn van de speeltuin. Als je lid was, was je ook meteen lid van de korfbalclub. Al mijn vriendjes en vriendinnetjes uit de buurt speelden in die speeltuin en zaten dus ook op korfbal, op Landlust. Als we niet op school zaten, waren we daar aan het spelen en sporten. Een prachtige tijd.

Door leegloop van leden werd de club eind jaren tachtig te klein. Hetzelfde gold voor Westerkwartier. Vandaar de fusie. Zo ontstond Sporting West. Alles bij elkaar heb ik 38 jaar bestuurswerk gedaan. Tegenwoordig ben ik zo'n twee dagen per week voor de club bezig, altijd samen met m'n maatje Co. Mensen vragen me weleens of ik een vogeltje heb. Dan zeg ik: “Nee, ik heb Cootje.”

Samen halen we altijd de boodschappen voor de kantine bij een groothandel. Dan gaan we met een lijstje van een kantinemedewerker op pad om met de auto snoep, koek, koffie, thee, broodjes, hamburgers, frisdrank, sterke drank en wat al niet meer in te slaan.

Verder maken we dinsdags het clubkrantje in de kantine. Draaien, rapen, bundelen, kaftje erom, nieten, adresstickers erop, klaar. Vervolgens maken we alles schoon, ook de wc's. Het leuke van al die dingen is dat je mensen ziet, dat je met een hecht clubje bezig bent voor je cluppie. M'n eigen gezin doet ook van alles, zo draait m'n vrouw kantinediensten.

Prachtig zijn ook al die kinderen bij de club. Weet je wat ik vooral zo leuk vind? Hun ouders noemen me ome Joop, die kinderen zeggen gewoon Joop. Mooi hè.