Het grijze front wacht electorale afstraffing

Ouderenpartijen haalden bij de vorige Kamerverkiezingen zeven zetels. Daarna onderscheidden zij zich vooral door gekonkel en onderling geruzie. Dit weekeinde bezonnen zij zich op de naderende stembusstrijd.

DEN BOSCH, 9 FEBR. Het Algemeen Ouderen Verbond (AOV), dat zich de afgelopen vier jaar vooral onderscheidde door een niet aflatende reeks onderlinge vetes en afsplitsingen, stond bij zijn verkiezingscongres in Den Bosch zaterdag voor de opgave de zelf aangerichte schade zo goed mogelijk te repareren. Veel leden zagen het als een laatste kans de vier jaar geleden uit het niets omhoog geschoten partij voor een even snelle ondergang te behoeden.

Naar zijn eigen maatstaven deed het verbond hiertoe een verdienstelijke poging. “Ik heb nog nooit een vergadering van het AOV meegemaakt waar alles zo kalm verliep”, aldus een van de ruim honderd bejaarde leden die de gang naar buurthuis De Meent hadden gemaakt. Steeds wanneer de leden zich toch weer even dreigden te verliezen in oude ruzies, werden ze onmiddellijk tot de orde geroepen door anderen die - onder geestdriftig applaus - verklaarden dat het de hoogste tijd werd de rijen te sluiten.

De electorale aanhang van het grijze front, dat voor de verkiezingen van 1994 nog moeiteloos een voetbalstadion met aanhangers wist te vullen en zeven Kamerzetels in de wacht sleepte, lijkt inderdaad snel af te brokkelen. Uit een peiling van het NIPO bleek vorige week dat de ouderenpartijen bij de verkiezingen van 6 mei samen nog op één zetel kunnen rekenen.

Een kleine dissonant in de pogingen van het AOV zaterdag alsnog een indruk van saamhorigheid te wekken, was de mededeling van de voorzitter dat de oprichter van het AOV, het Eerste-Kamerlid M. Batenburg, de partij helaas de rug had toegekeerd. Hij heeft in plaats daarvan enkele weken geleden een eigen partij, het Nieuw Solidair Ouderen Verbond (NSOV), in het leven geroepen. “Jammer, hij was kennelijk gegriefd dat we hem bij de vorige vergadering niet tot verbondsleider wilden maken”, aldus AOV-voorzitter P. Veugen.

Afgezien van deze twee organisaties telt het grijze front in Nederland nog Senioren 2000, dat afgelopen weekeinde in Amersfoort de van het AOV afgesplitste Jet Nijpels als lijsttrekker aanwees, en de Unie 55+. Die laatste zal echter ditmaal op één lijst uitkomen met het AOV. In de huidige Tweede Kamer beschikt het AOV over twee zetels, de Groep Nijpels over drie, de Unie 55+ over een zetel, terwijl de met alle anderen in onmin levende Hendriks, 4 jaar geleden ook als AOV'er begonnen, eveneens een éénmansfractie leidt.

“De kans bestaat dat alle stemmen op de verschillende ouderenpartijen zo versnipperd raken, dat geen van hen de kiesdeler haalt”, aldus J. Biesbroek van de Haagse afdeling. “Als dat gebeurt hebben ze hun verlies geheel aan zichzelf te wijten. Neem nou Den Haag, daar hebben we al geruime tijd twee groepen die elk beweren dat zij het echte AOV zijn.”

Veugen houdt daarentegen vol dat de toekomst voor de ouderenpartijen er rooskleurig uitziet. “Er zal spoedig één sterke partij overblijven. Wat je nu nog ziet zijn de laatste stuiptrekkingen van mensen die zich hebben afgescheiden in eigen groepjes. Wij gaan nu in de goede richting met onze samenwerking met de Unie 55+.” Het grotere AOV heeft zelfs ingestemd met een lijsttrekkerschap van Unie-55+'er H. Scheltens.

Een probleem waarmee het AOV al sinds zijn oprichting worstelt, is zijn eenzijdige karakter. Het heeft nooit het imago van een belangengroep van zich weten af te schudden, doordat het zich vooral om de oudedagsvoorzieningen en de gezondheidszorg druk maakt. In het verkiezingsprogramma vormt de hoofdschotel eveneens een welvaartsvaste AOW en meer geld voor de gezondheidszorg.

Ook in De Meent borrelden sentimenten hierover steeds weer naar boven. Zo werd er schande gesproken van de duizelingwekkende rijkdom van de pensioenfondsen, terwijl de koopkracht van AOW'ers (en AOV'ers) intussen achteruit zou hollen. Zelfs tijdens de lunch deed een congresdeelnemer, staande naast het biljart, hierover ongevraagd zijn beklag: “Ik heb dertig rijksdienstjaren op mijn naam staan en krijg elke maand desondanks maar 550 gulden bovenop mijn AOW”.