Halldór Laxness (1902-1998); IJslandse Nobelprijswinnaar

ROTTERDAM, 9 FEBR. Toen Halldór Laxness negentig jaar werd - hij was toen al de langst levende Nobelprijswinnaar voor literatuur (1955) en nog niet met zijn geest van de wereld weg - bracht de artistieke gemeenschap van IJsland hem een originele hulde. Tientallen schrijvers, schilders, dichters, filmmakers en acteurs verzamelden zich voor zijn huis in Mosfelldalur, vijftien kilometer buiten Reykjavik.

Ze ontvouwden spandoeken met daarop de titels van de vele tientallen romans, toneelstukken, korte verhalen en gedichten die Halldór Laxness in zijn lange leven heeft geschreven. De demonstratie was symbolisch voor de grote betekenis van de geboren verteller Laxness - in zijn geboorteland, waar hij de literaire scene vanaf de jaren twintig domineerde, maar ook buiten IJsland, waar zijn epische romans in vele tientallen talen verschenen.

Halldór Laxness, die vannacht op 95-jarige leeftijd overleed, werd als Halldór Gudjónsson in 1902 in Reykjavik geboren. Vanaf zijn derde jaar groeide hij op in de vallei nabij Mosfell op de boerderij Laxness, die zijn vader, een welgestelde wegenbouwer, had gekocht. Boeken en verhalen, waaronder uiteraard de IJslandse saga's, bepaalden zijn leven vanaf zijn vroegste jaren. In zijn charmante jeugdherinneringen (I túninu heima, 1975) vertelt hij hoe hij als zevenjarige 'vertellingen uit mijzelf' begon te schrijven. Hij debuteerde met het boek Kind der natuur toen hij zeventien was. Nadat hij het gymnasium in Reykjavik had voltooid vertrok hij naar Kopenhagen, hoofdstad en cultureel centrum van het Deense koninkrijk, waartoe IJsland destijds behoorde. Hij had een natuurlijk talent voor taal: een goede maand na zijn aankomst publiceerde hij zijn eerste korte verhalen in het Deens onder de naam Laxness.

Laxness, die vele jaren buiten IJsland doorbracht nam aanvankelijk het rooms-katholieke geloof aan. Het katholicisme klinkt door in zijn eerste grote roman (De grote wever van Kasjmir, 1927) die hij in 1925 in een pension in Taormina schreef. Drie jaar later, hij woonde toen in de Verenigde Staten, zwoer Laxness het geloof af en werd hij radicaal-socialist. Hij steunde de minieme communistische partij van IJsland, maar toonde zich kritisch over de Sovjet-Unie waar hij de zuiveringen onder Stalin van nabij meemaakte.

In zijn romans, die afhankelijk van het onderwerp telkens een geheel eigen karakter hebben, zijn Laxness' religieuze en politieke opvattingen nergens dominant, maar altijd ondergeschikt aan het artistieke doel. Hij is nooit belerend, maar wel kritisch ten aanzien van zijn eigen land. Dat geldt voor de sociaal-realistische roman Salka Valka uit 1931 dat in 1937, als Laxness' eerste werk, in Nederlandse vertaling verscheen, alsook voor de andere grote romans die daarna met grote reglmaat zouden volgen. Met zijn romans, waarin de eenzaamheid en het onvermogen van de mens elkaar wezenlijk te naderen centraal staan, verwierf Laxness wereldwijd roem, behalve aanvankelijk in IJsland zelf, waar zijn vaak ironische kritiek op gevestigde waarden en opvattingen hem berucht maakte. In 1948 baarde Laxness opschudding met Atoomstation, een anti-oorlogsboek en tevens een briljante satire op het nieuwe kapitalisme dat de IJslanders na de tweede wereldoorlog gulzig hadden omhelsd. Nationalistische landgenoten eisten destijds dat het boek niet in andere talen zou worden vertaald.

Ook nadat zijn reputatie met de Nobelprijs in 1955 definitief en internationaal was bevestigd, bleef Laxness een zeer produktief auteur. Zijn grootste talent, het epische verhaal, kwam in 1969 nog een keer tot een hoogtepunt in de roman Christendom onder de gletscher, een zeer IJslands, amusant verhaal over een eigenzinnige dominee die moeiteloos overeind blijft in een confrontatie met geld en macht. Halldór Laxness, die op zijn tachtigste het laatste van zijn in ruim zestig boeken publiceerde, laat een monumentaal oeuvre na, dat even uniek is als de IJslandse saga's die hem zijn leven lang hebben geïnspireerd.