Genoeglijke uurtjes voor de buis

Als Wim Kok en Gerrit Komrij iets - veel meer zal het niet zijn - gemeen hebben, moet het de afkeer zijn van 'intieme' interviews in tv-studio's.

“Ik ben erg nerveus, ik vind dit behoorlijk eng, (...) moet dit allemaal wel worden blootgelegd”, zei Wim Kok zaterdagavond tegen Astrid Joosten die hem interviewde in het VARA-programma De show van je leven.

Het typeert de terughoudendheid waarmee Kok over zijn persoonlijk leven praat. Het was in dit geval koudwatervrees, want Joostens programma is veel te gezapig om ook maar iets te willen blootleggen.

De show van je leven is televisie uit de jaren vijftig, gestoken in een quasi-modern jasje. Het is braaf, saai en voorspelbaar, en wanneer iemand als Wim Kok te gast is, wordt het er bepaald niet minder braaf, saai en voorspelbaar van. In een ingelast filmpje riep Youp van 't Hek naar de premier: “U bent zo'n saaie sukkel. En nu zit u ook weer in zo'n tuttig programma van die Joosten. Doe iets!”

Maar Kok vond het zo wel goed. Een paar overbekende woordjes over zijn jeugd, zijn ouders, Nijenrode, en daar mocht hij alweer bij wijze van climax in 'De Doos' plaatsnemen om een aanbod af te wachten waar niemand écht benieuwd naar was.

“Ik vond het een genoeglijk uurtje, hoe vond u het?” vroeg Astrid Joosten tot slot.

Kok knikte beleefd, maar hij was zichtbaar opgelucht dat het er weer opzat. In dit opzicht doet hij sterk denken aan Den Uyl, die zich in verkiezingstijd ook altijd met een bijna vertederende onhandigheid en nauwelijks gecamoufleerde weerzin door dergelijke tv-rituelen heensloeg.

Vergelijk het eens met Dries van Agt, die zich gisteren weer op de televisie liet zien in het KRO-programma Er is meer tussen hemel en aarde om over persoonlijke zaken als geloof en innerlijke vrede uit te weiden. Voor Van Agt is het altijd een straf geweest om over politiek te praten. “Politiek is optiek en akoestiek”, citeerde hij zichzelf.

Hij noemde zich een rusteloos mens, altijd maar weer onderweg naar verre horizonten. “Het is ten diepste een zoeken naar geluk en innerlijke vrede.” Het zenboeddhisme leek hem wel wat, maar hij vond zijn volharding in de leer nog aan de zwakke kant. Zou er geen zenboeddhistische variant zijn waarbij de totale omthechting via tv-interviews kan worden bereikt? Het zou een uitkomst zijn voor mensen als Van Agt.

Gerrit Komrij was tot dusver slecht op zijn gemak in pontificale interviews in met klapvolk gevulde tv-studio's. De mare ging dat hij een matig causeur zou zijn. Dat is niet waar. Interview Komrij in een hem vertrouwde omgeving en hij ontpopt zich als een boeiende gesprekspartner die niet benauwd is voor persoonlijke vragen.

Jan Lenferink bewees dat al ruim een jaar geleden, toen hij Komrij in Portugal opzocht voor zijn serie over de dood: Geen bezoek, geen bloemen. Komrij liet een plaatje opzetten van zijn favoriete fadozangeres Maria Teresa de Noronha en zei: “Als ik iets aan Portugal heb gehad, dan is het de fado. Het is de muziek van de eeuwige ballingschap. Een mooiere boodschap kun je op je begrafenis niet nalaten.” Hij wilde ook zijn grafschrift alvast onthullen: “Het leven is niks en nu weet ik het zeker.” (Automobilisten die zijn grafplaats naderden, gaf hij het volgende versje mee: Hier ligt Komrij/Ik denk dat ik omrij.)

Martin Simek sprak Komrij voor zijn programma Simek ontmoet! in de Amsterdamse kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae. Komrij praatte onbevangen over zijn jeugd, zijn mislukte studie Nederlands, zijn daaropvolgende verblijf van een jaar met een vriendin in Griekenland (“zij zag meer in mij dan ik in haar”), zijn hopeloze verliefdheden in die jaren, het verlangen naar de totale dronkenschap (“zó dronken dat je een black-out hebt, dat is me nog nooit gelukt”) en de eeuwige last van de zelfreflectie: “Het valt mij moeilijk om niet naar mezelf te kijken.”

Het halfuurtje ging te vlug voorbij, maar er komt komende zaterdagmiddag een vervolg voor de liefhebbers.