Gelukkige slaven

'In vrijzinnige richting werkende, wil de redactie geene partij dienen, maar vóór alles het Nederlandsche volk, waaraan hare liefde verpand is.'

Het is om weemoedig van te worden, zo'n zin, vooral als je hoort dat de krant die dit devies voerde, het in 1870 opgerichte Nieuws van de Dag, deze week ophoudt te bestaan. De oprichter George Lodewijk Funke wilde bijdragen tot “vermeerdering van kennis, tot volksontwikkeling en daardoor tot volkswelvaart.”

Wat een idealen. Zo edelmoedig en optimistisch dat je hart ervan breekt. Zou het ooit normaal en haalbaar hebben geklonken? Of was het toen al een ambitieuze droom, ontsproten aan het brein van een dwaas?

Zulke woorden zal men nu in ieder geval niet meer horen. De tijd is voorbij dat een krant zich openlijk een opvoedende en verheffende taak toekent. En ook de vroegere rol van kranten, het samenbinden van de gemeenschap door het gelijkelijk verspreiden van feiten en meningen, zodat iedereen die enigszins geletterd is min of meer over dezelfde dingen kan meepraten, is dankzij de concurrentie van andere media geminimaliseerd. Tegenwoordig is het de televisie die het cement vormt van de samenleving. Visuele beelden zijn indringender, effectiever en toegankelijker, op straat en in de kroeg praat men over wat men op tv heeft gezien en iets is pas waar of belangrijk als de tv er aandacht aan heeft besteed.

Niet alleen het medium is veranderd, ook het doel en het publiek. Ik hoor een omroep nog niet beweren dat zij 'vermeerdering van kennis en volksontwikkeling' nastreeft. En zelfs als dat wel zo is, dan is het meestal verpakt in amusement: een spel, een show of een soap. Het publiek laat zich ook niet langer vangen in de denigrerende categorie van 'het volk'. We zijn nu allemaal vrijzinnige en ontwikkelde individuen, die geen neerbuigendheid of bevoogding verdragen en zelf beslissen wat we leuk vinden.

Sinds kort zijn we nòg een stadium verder: het medium wil samenvallen met het publiek, waardoor het doel totaal uit beeld verdwijnt. Dit noemt men 'interactieve' programma's. Kijkers mogen bellen, faxen en e-mailen.

Het interactiefste aller interactieve programma's is ontegenzeglijk 'Seks voor de Buch' van Veronica, waarin kijkers helemaal zelf de inhoud mogen bepalen. Het is pornografie, maar dan niet opgevoerd door professionele acteurs en actrices, maar door gewone burgers: het meisje van de bakker, de VWO-studente, de administratieve medewerker, de monteur en - met een beetje geluk - de overbuurman.

Aan de programma-maker vertellen ze wat hun ultieme wens is, waarop hij deze in vervulling laat gaan, onder voorwaarde dat ze bereid zijn zich te laten filmen. En zo zien we de studente masturberen in een kunstatelier, de monteur onaneren op een parkeerterrein en de administratieve medewerker copuleren met een dame op leeftijd - wat ongelukkig afloopt, omdat de jongen niet klaarkomt en vervolgens stuiptrekkend instort: alles voluit in beeld.

Terwijl ik dit schrijf voel ik een onbestemde gêne in me opkomen; niet uit preutsheid, maar uit angst voor het geringe belang van het programma. In de eerste plaats moeten de deelnemers en kijkers het zelf weten, in de tweede plaats dienen we in een moderne samenleving tolerant te zijn en in de derde plaats dwingt niemand mij ernaar te kijken.

Het is waar dat ze het zelf moeten weten, maar weten ze het ook? Op de radio vertelde een seksuologe dat ze aan de 'wensen' van de deelnemers meteen de taal van veel van haar patiënten herkende. Ze vroeg zich af of degenen die zulke merkwaardige behoeften koesteren (seks in een bad met bruinebonen, of met de vriendjes van je zoon), 'geholpen' zijn als ze hun lusten ten overstaan van gans het volk hebben mogen botvieren.

Natuurlijk zijn de programma-maker en de omroep er niet om mensen te helpen, ze zijn er zelfs niet om ze in bescherming te nemen tegen zichzelf. Men is toch al vrijzinnig en ontwikkeld? Men leeft toch in een land en een tijd waarin afzien en zelfbeheersing onnodig zijn, waarin iedereen ongeremd zijn genot kan nastreven en zijn perverse fantasieën kan verwezenlijken? Men mag toch zelf uitmaken of men zijn kwalen en afwijkingen wil laten exploiteren of niet? Tja, gelukkige slaven zijn het moeilijkst te bevrijden.

Moeten we het dus tolereren? Tolerantie betekent dat we dulden wat we kunnen veroordelen, berusten in wat we kunnen bestrijden. Maar altijd uit ruimdenkendheid, nooit uit onverschilligheid. Als een oud vrouwtje omver wordt geduwd omdat de jongen eerder de tram in wil, dan zijn we niet tolerant als we dat niet veroordelen, hooguit laf. Als iemand spuugt op het perron of zijn hond doet zijn ontlasting op de stoep dan valt moeilijk vol te houden dat je het verdraagt omdat je ruimdenkend bent.

Van tolerantie is sprake als je accepteert dat iemand een hoofddoek of een baard en keppeltje draagt. Zelf zou je het niet willen dragen, maar je respecteert het en je hebt er geen last van.

Waarmee we komen op het laatste punt: waarom heb ik er last van dat 'Seks voor de Buch' via de openbare televisiekanalen wordt uitgezonden? Waarom voel ìk mij gekwetst? Ik hoef er niet naar te kijken en ik hoef er zeker niet over te schrijven. Want die angst waarover ik het eerder had, dat het onderwerp niet belangwekkend genoeg is, heeft misschien meer te maken met het gevaar te worden uitgemaakt voor zedenmeester. Moraalridder. Fatsoensrakker. Burgerman. Houden daarom zovelen hun mond, of is het omdat niemand ons dwingt om naar het programma te kijken. Maar je hoeft ook niet te kijken naar de man die tegen een etalage urineert. Als je de potloodventer ziet, loop dan een hoekje om. Algemener: als je leed en vernedering ziet, kijk de andere kant op en als het op tv is, zap snel door. Je hoeft je niet betrokken te voelen, omdat niemand je dwingt het op te merken.

Nee, de enige reden waarom zo weinig geprotesteerd wordt tegen een programma als 'Seks voor de Buch', is de angst om voor moralist te worden uitgemaakt. We komen wel op voor varkens en zeehondjes, maar het beestje dat we de goede zeden noemen laat ons koud.