Enoch Powell, 1912-1998; Te compromisloos

LONDEN, 9 FEBR. Enoch Powell was de meest omstreden Britse politicus van zijn generatie. Dat bleek gisteren uit de reacties op zijn overlijden, op 85-jarige leeftijd in een Londens ziekenhuis na jaren te hebben geworsteld met de ziekte van Parkinson.

Labourpremier Blair prees de Conservatieve ex-parlementariër om zijn “oprechtheid” en “ zijn briljante geest”. Hij noemde hem “één van de grootste figuren uit de Britse politiek van deze eeuw”. Maar vertegenwoordigers van organisaties voor mensenrechten en minderheden verklaarden dat Powell de rassenhaat in Groot-Brittannië heeft bevorderd. Veelzeggend was ook de weigering van de Conservatieve ex-premier Heath om op de dood van zijn voormalige fractiegenoot te reageren. Heath had eerder verklaard dat Powell tijdens zijn politieke loopbaan alleen maar schade heeft berokkend: of het nou ging om de betrekkingen tussen verschillende bevolkingsgroepen, om de Europese Gemeenschap of om Noord-Ierland.

Powell onderscheidde zich als wetenschapper, soldaat, schrijver, redenaar en politieke denker. Hij stond bekend als economisch liberaal en conservatief nationalist. De grootste bekendheid verwierf hij dertig jaar geleden met zijn beruchte toespraak in Birmingham waarin hij waarschuwde voor “rivieren van bloed” als de opmars van gekleurde immigranten niet tot staan gebracht zou worden. “We moeten gek, letterlijk gek zijn als natie om jaarlijks 50.000 mensen toe te laten die van ons afhankelijk zijn”, verklaarde Powell. Hij voorspelde dat “in dit land binnen 15 tot 20 jaar de kleurling de overhand zal hebben over de blanke”.

Die uitspraken kostten hem zijn functie in het Conservatieve schaduwkabinet van Edward Heath. Ze maakten hem bij een deel van de bevolking op slag ook tot held. Hij kreeg meer dan 100.000 steunbrieven en Londense dokwerkers gingen de straat op om hun adhesie te betuigen. De regels voor toelating van immigranten werden in de jaren daarna zowel door Conservatieven als Labour verscherpt.

Trouw aan onpopulaire principes maakte hem even gerespecteerd als gehaat, en belette dat hij het in de politiek ooit ver heeft gebracht. Hij werd wel de beste premier genoemd “die de Conservatieven nooit hebben gehad”. Voor een regeringsfunctie was hij eenvoudigweg te compromisloos. Als staatssecretaris voor Financiën trad hij in 1958 af omdat hij vond dat de regering meer bezuinigen moest. Als minister van Volksgezondheid stapte hij in 1963 op omdat hij niet eens was met de benoeming tot partijleider van Alec Douglas-Home. In 1974 keerde hij zich na 24 jaar in het Lagerhuis zelfs helemaal af van de Conservatieve partij, uit protest tegen de toetreding tot de Europese Gemeenschap. Nog hetzelfde jaar kwam hij weer terug in het Lagerhuis, dit keer als vertegenwoordiger van de Noord-Ierse Ulster Unionist Party. Erkennend dat hij zijn hele leven een roepende in de woestijn was geweest, verklaarde hij in 1987, het jaar dat hij zijn parlementszetel verloor: “Dat betekent toch niet dat ik ongelijk had.”

Powell die op 24-jarige leeftijd hoogleraar Grieks aan de Universiteit van Sidney werd, sprak twaalf talen vloeiend. Hebreeuws leerde hij nog op 70-jarige leeftijd omdat hij de bijbel beter wilde begrijpen. Vier jaar geleden zorgde hij nog een keer voor commotie met een eigenzinnige vertaling van het Nieuwe Testament. Eerder had hij naast een groot aantal politieke tractaten drie dichtbundels gepubliceerd waarin hij zich ontpopte als een bevlogen romanticus.